18-10-09

groenten

In vele streken van Tibet is het gevolgde procedé vanwege de lokale overheid hetzelfde: steun voor de bouw van serres, agronomen ter beschikking stellen, enkele jaren gegarandeerd inkomen bieden, helpen bij de commercialisering van de producten. Het beoogde doel is duidelijk: minder veeteelt (de veestapel is te groot voor de beschikbare graslanden), diversificatie. Het schijnt te lukken. In de directe omgeving van Xigaze komt ongeveer een vijfde van de landbouwopbrengst van de groenteteelt. Bovendien promoot de lokale overheid het biologisch telen van de groenten en geven ze subsidies voor de irrigatiewerken. Einde 2008 werden in Tibet ongeveer 20.000 ha gebruikt voor de groenteteelt. De Tibetanen hebben daardoor jaarlijks 200 kg groenten per persoon op hun schotel, dat is 6 maal meer dan in 1985.

tibet 05 (531)
De Tibetaanse meloenen vinden zelfs stilaan een afzetmarkt in binnenland China, omdat ze in de 'pure lucht van het hoogplateau' groeiden.

21:18 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, groenten

04-02-09

"bio" groenten in serres

Tussen Gyangze en Xigaze zijn er redelijk wat serres te zien. Dat is recent, tien jaar geleden zag ik er geen enkele langs die weg. We stoppen bij een groot complex van serres. Het geheel is ommuurd en aan de straatkant is er een metalen poort met een hangslot. Door een kijkspleet zien we in de verte enkele mensen bedrijvig. Dan maar met een steen hard op de poort tikken, maar er komt niemand aanhollen. Vanuit het dorp verderop is er ondertussen een meisje ook bij de poort komen staan, schijnbaar met een boodschappenmandje voor iemand binnenin. Zij laat ons kloppen en verraadt geen ander middel om binnen te geraken. Tot wij haar overtuigen om haar over de poort te tillen en de chef te gaan verwittigen, wat gebeurt. Een vriendelijke boer komt ons enkele minuten later tegemoet gewandeld. Hij is de gerant van de serres. Er staan er 300, in 2001 door de administratie voor landbouw van het district Xigaze gebouwd op een terrein van 2,5 hectare. Het zijn primitieve serres die weinig gekost hebben: de noordwand en de zijwanden zijn muren van ter plaatse gebakken kleistenen en een plastiek zeil daalt zuidwaarts in bolvorm af tot op de grond. Door alle serres lopen irrigatiekanaaltjes. Voor de koude nachten zijn er stoffen dekens voorzien, die de plastiekwand kunnen afdekken. De overheid installeerde dit complex gratis.

Wie werkt er? De Tibetanen van het dorp op wiens grond de serres gebouwd werden. Momenteel zijn ze met 30 personen. Voor hen werd gratis opleiding voorzien in de serres van Lhasa, om er het ‘groentevak’ te leren. Eerst was er een proefperiode van twee jaar, tijdens welke de meewerkende landbouwers een minimuminkomen van 500 euro per jaar gegarandeerd kregen. Daarna werd een gerant gekozen en werd de zaak per contract overgedragen, voortaan moeten de landbouwers zelf instaan voor productie, commercialisering en onderhoud. Dat werkt al redelijk, want jaarlijks kan er per medewerker minstens 700 euro uitbetaald worden, beduidend meer dan voor landbouwers die enkel van gerst en dieren leven. Aan de staat moeten zij niets afdragen. De betaling per persoon bevat een deel dat in verhouding staat tot de ingebrachte landoppervlakte, het loon is dus een combinatie van werkuren en ingebracht land. Er is werk het gehele jaar door voor de 30 medewerkers. Volgend jaar neemt de gerant er nog enkele bij en is van plan om een deel van zijn mensen naar het binnenland van China te sturen voor verdere opleiding. Wat groeit er zoal in hun serres? We zien er tomaten, paprika’s, aubergines in wording, meloenen, pompoenen en kolen. “Met groenten hebben wij cash geld het gehele jaar door, terwijl met onze vroegere gerstproductie dit slechts één keer per jaar was,” zo vertrouwt de gerant ons nog toe. Voor hem was het een overtuigend aspect. Wat doen ze met ziektes van de planten? “Als Tibetanen dragen wij goed zorg voor de planten, zij worden niet ziek,” antwoordt de gerant, “wij roteren de groenten van serre tot serre, met enkele jaren tussen twee identieke aanplantingen. Wij gebruiken geen bestrijdingsmiddelen en wij wieden met de hand. Als meststof gebruiken we dierlijke mest.” Zonder het woord “bio” tien maal op de lippen te hebben, is hij het toch. De “commune” – want zo noemt de gerant de zaak – bezit ook nog velden voor gerst, op wat overbleef van hun dorpsgronden na de bouw van de serres.

Stilaan is Tibet op weg om zichzelf een gevarieerde groenteschotel aan te bieden het gehele jaar door. Rond Lhasa, de grootste agglomeratie met toch een half miljoen inwoners, zijn nu ongeveer 3.700 ha ingenomen door bio-serres.[1] Een landbouwwerkster in een tomatenserre zei me dat ze vorig jaar bij benadering 2.000 euro verdiend had. Sommige serres zijn afgehuurd door Han Chinezen. Boer Liu heeft er vijftien en hij kweekt er uitsluitend bloemen. Zijn afzetmarkt zijn ondermeer de parken van Lhasa. Hij heeft vijf Tibetaanse werkers in dienst, die hij 100 euro per maand betaalt. “Eens zij het vak kennen, ben ik hier weg,” vertelt Liu, “dan concurreren zij mij toch de markt uit.”


[1] Interview Nyima Tashi, landbouwdeskundige van het arrondissement Lhasa, november 2008.

serrepark gyangze-xigaze

 

15:01 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: groenten, ecologie, diversificatie

08-02-07

serres voor groenten op grote hoogte

Een dorp met serres, Gangdelin behorend bij het stadje Naiqiong, enkele tientallen km ten westen van Lhasa.

Een illustratie anno 2005 van de landbouwpolitiek in een dorp niet ver van Lhasa.

Ter herinnering: hier woonden tot 1959 lijfeigenen. Zij kregen nadien de grond in eigen beheer tot in 1965. Toen werd de communestructuur ingesteld met een salarissysteem als basis in plaats van een eigen opbrengstsysteem. Vanaf 1984 werd teruggekeerd naar het geven van land aan wie het bewerkt. De herverdeling van de grond gebeurde op basis van het aantal leden van de familie. Probleem daarbij was dat er onnodige versnippering ontstond en ongelijkheid tussen goede percelen en lastige percelen. En daarbovenop nog de snelle bevolkingsgroei. Een langzame en lange hervorming van de landbouw drong zich op. Van directe hulp aan behoeftigen naar opleiding en diversificatie. Groenten kweken bijvoorbeeld, in plaats van gierst. Maar daar was geld voor nodig, want Tibet is te koud voor groenten. De overheid bouwde serres en stelde die gratis ter beschikking van de Tibetanen op wiens grond ze stonden. Die vonden het gemakkelijker om die te verhuren aan Chinezen en een behoorlijk sommetje op te strijken in plaats van zelf het groente-experiment te wagen. De Tibetaanse overheid heeft deze praktijk recent verboden en stelt nu instructeurs ter beschikking om de serres met de Tibetanen op gang te trekken.

In het dorp bouwde de overheid 55 serres met een totale oppervlakte van 2 hectare. Tien Tibetaanse families werken mee aan het project. De eerste twee jaar krijgen zij 1000 euro als basissalaris en eventuele extra premies volgend uit de verkoop van de groenten. Daarnaast hebben zij nog een aantal gierstvelden en wat vee. Enkele mensen worden uitgekozen om de productie op de markt in Lhasa aan te bieden. Er zijn twee landbouwtechnici (één jonge Wuhanees en één Tibetaan), goed betaald door de overheid, werkzaam in het dorp. Zij dienen als leraar voor theoretische en praktische cursussen. Boeren van buiten het dorp kunnen de cursussen eveneens bijwonen. Alle soorten groenten worden er geteeld, van tomaten, via kolen tot watermeloenen en prinsessenbonen. Er is veel zon in de streek, ook in de winter. Tegen de lage temperaturen ’s nachts worden dikke katoendekens over de serres uitgespreid en die houden de temperatuur binnen op minstens 6°C. Kleine specialiteit: kerstbloemen voor de pleinen in Lhasa. Voor 1 pot krijgen ze 3 euro. Zaden worden ter plaatse geregenereerd. Nog niet goed georganiseerd is de commercialisering van de producten: wanneer welk product en waar op de markt aanbieden. De overheid wil hier enkele families in een bedrijfje doen stappen.

Een dergelijk dorp is geen uitzondering. Een vijftigtal “leerstations” verspreid over Tibet zijn momenteel actief. Die stations hebben ruime zelfstandigheid om zich in te passen in de lokale noden. Na twee jaar opleiding worden de serres overgedragen aan de families. Het basissalaris valt weg en de winst op de verkoop van de producten wordt het inkomen. Resultaten tonen dat de families onmiddellijk een iets hoger niveau halen: 1500 euro per jaar en per serre. Bedoeling is om elke familie 2 serres te geven om het inkomen te verhogen. Momenteel zijn het vooral de vrouwen die in die serres werken, terwijl de mannen in de stad betaalde klusjes of zaakjes doen als bijverdienste, dikwijls in de bouw. Het station in Gangdelin wil op korte termijn 100 hectare voor tuinbouw op gang zetten om zo méér Tibetaanse families te laten overschakelen van de monocultuur van gierst naar meer variatie.

serre lhasa

drie agronomen, één Chinees en twee Tibetanen