04-12-10

Twee verschillende noties van ‘Groot Tibet’ of ‘Historisch Tibet’

Er is de provincie ‘autonome regio Tibet’ en er zijn autonome Tibetaanse regio’s in andere Chinese provincies (Sichuan, Gansu, Qinghai), daar waar de Tibetaanse bevolking in de meerderheid is. In de onderhandelingen met Beijing vraagt de dalai lama om al die ‘autonome gebieden’ samen te brengen onder één autonoom bestuur. Dat is dan het onderhandelde ‘historisch Tibet’ en dat lijkt enigszins aannemelijk. De huidige provinciale indeling was er al voor de communistische machtsovername, daar wil de Chinese overheid nu niet van afstappen. Maar ik zal het hier daarover niet hebben. Ook niet over de soort ‘autonomie’ dat de dalai lama voorstelt voor die één te maken regio, met volledig aparte wetgeving. Wel over het feit dat er nog een ander ‘Groot Tibet’ circuleert bij de administratie van de dalai lama. Een veel groter gebied dan enkel de regio’s waar de Tibetanen in de meerderheid zijn. Er zijn dus twee kaarten van ‘Groot Tibet’ in omloop. Eén met de regio’s waar de Tibetanen in de meerderheid zijn en één waar ook Tibetanen leven, maar waar ze niet in de meerderheid zijn. In zijn ‘mémoires’ laat de dalai lama een kaart afdrukken, die het grootste ‘Groot Tibet’ is (“Freedom in Exile”). Bovendien is China op die kaart herleid tot één vierde van zijn grondgebied: de provincie Xinjiang is voorgesteld als een onafhankelijke staat ‘Oost-Turkestan’, evenals ‘Binnen-Mongolië’ en ‘Mandchourije’. Hij bekommert zich niet enkel om ‘zijn eigen volk’. Vergeten we ook niet dat de dalai lama voorstander is van het wegsturen van alle niet-Tibetanen uit ‘Groot Tibet’. In de versie van een ‘Groot Tibet’, waar de Tibetanen in de meerderheid zijn, betreft dat ongeveer 3 miljoen personen. In de versie van een ‘Groot Tibet’, dat alle streken omvat waar er minstens enkele Tibetanen leven, gaat dit om 25 miljoen personen volgens Chinese tellingen (10 miljoen volgens mij). Het verschil in die tellingen komt door het feit dat die kaarten, die de administratie van de dalai lama produceert, niet accuraat zijn. Het is niet altijd duidelijk welke gebieden hij meetelt en welke niet. Het duidelijkste voorbeeld volgens mij is de provincie Qinghai. Daar leven 1 miljoen Tibetanen, 1 miljoen Han Chinezen en 1 miljoen Hui-moslims, al eeuwen lang. Enkele regio’s binnen die provincie zijn door de Chinese overheid als ‘autonoom Tibetaans’ bestempeld, maar niet de gehele provincie. De kringen rond de dalai lama palmen wel de volledige provincie in als ‘Tibetaans’.

22:02 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, groot tibet, etnische zuivering

16-09-08

besprekingen tussen China en de dalai lama

In mei en juli 2008 vonden ontmoetingen plaats tussen de Chinese regering en vertegenwoordigers van de "regering in ballingschap" van de 14e dalai lama. Weinig kwam naar buiten via verklaringen achteraf. De gesprekken worden dit najaar verdergezet. De basis van de discussie is dat de Tibetaanse bannelingen 1/4e van het Chinese grondgebied opeisen als "Tibetaanse zone", een zone van "vrede", waar het Chinese leger zich moet uit terugtrekken en daarin moet een autonomie komen met een eigen wetgeving en een zelfstandig parlement. De Tibetaanse bannelingen vroegen ook om alle gevangenen van de rellen van maart 2008 vrij te laten, de repressie te stoppen en ongehinderde vrije toegang tot het gebied te geven voor buitenlandse bezoekers en journalisten. De Chinese regeringsvertegenwoordigers eisten dat de Tibetaanse organisaties in het buitenland geen steun zouden verlenen aan geweld en geen steun zouden verlenen aan het "Tibet Youth Congress" (TYC), dat zij verdenken van terroristische bedoelingen. Of minstens dat de kringen rond de 14e dalai lama het TYC daarop zouden controleren. En tenslotte het cruciaal punt: "geen steun aan voorstellen of activiteiten om Tibet onafhankelijk te verklaren". De belangrijkste struikelblok blijft: één vierde van het Chinese grondgebied "apart" verklaren, een statuut geven zoals Hongkong er een heeft, wat de Tibetaanse bannelingen nastreven.

21:25 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, autonomie, onderhandelingen, groot tibet

10-09-08

gemengde gevoelens over "Cultureel Tibet"

De streek van het Qilian gebergte, die de grens vormt tussen de provincie Qinghai en de Hexi-corridor van de Zijderoute in Gansu, was in de loop van de geschiedenis een ontmoetingsplaats - soms hardhandig - van diverse bevolkingsgroepen. De samenstelling van de huidige bevolking getuigt daarvan. De oorspronkelijke inwoners waren de Qiang, maar die werden er nog voor het begin van onze jaartelling verdreven door de troepen van de Han dynastie. De Han openden de Zijderoute naar  West-Azië en Europa. Rond  50 voor Christus was er in Centraal-Azië een veldslag tussen de Han en de Romeinen. De Romeinen verloren en 2.000 van hen werden meegevoerd tot aan de voet van de Qilian bergen, waar ze zich konden vestigen. Afstammelingen van hen, al lang vermengd met de lokale bevolking, wonen nog steeds in het stadje Yongchang (ten westen van Wuwei), waar ze zelfs een standbeeld kregen. Ten zuiden van Yongchang, op de flanken van de Qilianbergen, bevindt zich een militaire paardenfokkerij op ongeveer 2.000 km2 grasland. Deze "ranch" is ouder dan Christus en dateert van de Han dynastie.

Gedurende de eeuwen nadien hebben vele volkeren dit gebied doorkruist, Mongolen, Arabieren (die, gemengd met de Han, de Hui bevolking opleverden), Tu en Tibetanen, deze laatsten in de 8e eeuw. Daarenboven zijn vele onderlinge kruisingen ontstaan. Mogelijks lette men toen minder op de etnische afkomst dan nu. Dit leverde een zootje mensen op waarvan men niet duidelijk kan zeggen of het Tibetanen, Han, Qiang, Tu of Mongolen zijn. De pro-dalailama groepen beschouwen dit gebied als deel uitmakend van "Cultureel Tibet". Er is een Tibetaanse tempel vlakbij het stadje Qilian. De Tibetanen organiseren ook elke zomer een paardenkoers in de graslanden van Tianzhu in het gelijknamige autonoom Tibetaans district.

18:53 Gepost door infortibet in groot Tibet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, groot tibet, volkeren, qinghai

04-02-08

ontbossing op de randen van het hoogplateau

«In een nog niet zo ver verleden moet de streek hier flink bebost geweest zijn. Maar de inboorlingen hakken er lustig op los. Vele berghellingen zijn totaal kaalgekapt en eroderen. Valleien worden bedreigd door grote aardverschuivingen. De naar beneden donderende bergrivieren hollen de nu onbegroeide bergflanken verder uit en verhogen nog de ravage.»

valleien

Deze enkele zinnen komen als het ware recht uit een pamflet dat de door de Chinezen aangerichte ecologische ramp in Tibet aanklaagt. Eén woord is anders: "inboorlingen". Vervang het door "Chinezen".

Maar het citaat dateert van 1921 en het komt uit een boek van de befaamde etnologe A. David-Neel. Zij heeft het hier over een gebied in de provincie Gansu (noordoosten van het hoogplateau), waar Tibetanen wonen. En de "inboorlingen" zijn Tibetanen. Waarom vellen zij de bomen? Voor eigen gebruik en om er houtskool van te maken, dat ze als brandstof verkopen aan de Hui-moslims en aan de Han-Chinezen, in de lagere landbouwgebieden. Waarom houtskool? Omdat het vervoer van boomstammen via de onstuimige bergrivieren niet mogelijk is. David-Neel: "Van de enorme sparren die worden omgehakt om er houtskool van te maken wordt de helft ter plaatse verspild door onhandige methodes".

Het noorden en het noordoosten van het hoogplateau noemen de Tibetanen "Amdo". Daarover zegt David-Neel: "Amdo wordt beschouwd als een Tibetaanse provincie hoewel het niet onder de regering van de dalai lama valt. De Chinese overheid heeft er een vage controle over, int enkele belastingen, maar komt enkel uitzonderlijk tussen in de lokale zaken. In normale omstandigheden is dit gebied bestuurd door lokale leiders, zonder onderlinge band." In het begin van de 20e eeuw waren deze lokale leiders Hui of Han. Verder doet David-Neel niet aan historische analyse, zij beschrijft in haar werken grandioos een momentopname van enkele tientallen jaren.

Hieronder nog een uittreksel dat de situatie van toen goed weergeeft:

 

"In Lanzhou was er een provinciegouverneur. Theoretisch had hij gezag over de gehele provincie Gansu. Maar in het zuiden van de provincie regeerde een andere generaal, die zelfs een eigen munt geslagen had. In theorie was ook generaal Ma van Xining ondergeschikt aan de gouverneur van Lanzhou. Maar Ma voelde dit zo niet aan. Generaals hadden elk een klein leger, en een eigen belastingkas, en hielden regelmatig razzia's buiten hun eigen domein. Zo was het toen in geheel China."

Generaal Ma kwam tussenbeide in een machtsstrubbeling in het beroemde Labrang klooster in Gansu. Tseundup, de intendant van de oude abt van het klooster, had ongeveer alle macht naar zich toegetrokken en was er ook flink rijk door geworden, "iets wat dikwijls gebeurt in Tibet," voegt DN eraan toe. Bovendien onderhield Tseundup een amoureuze relatie met de jongere zuster van de abt, voor wie hij een huis liet bouwen dat tegen het klooster aanleunde. De abt liet oogluikend toe. Maar toen deze stierf brak een opstand uit onder de monniken. Zij ontheven Tseundup uit zijn functie, onteigenden hem en waren van plan om hem te vermoorden. Tseundup kon op het laatste nippertje ontsnappen, met paarden die zijn Chinese handelspartners te zijner beschikking stelden. Hij vluchtte naar Xining en zocht de hulp van generaal Ma op. Die moet de kans schoon gezien hebben om zijn gebied wat uit te breiden. Hij liet eerst zowat alle inwoners van het dorp Labrang ombrengen en viel daarna het klooster aan. Als straf werd het paleis van een hoge lama in brand gestoken en de tempels geplunderd. Tseundup herwon zijn sociale rang en zijn rijkdom, wat hem het meest bekommerde. Hij verzaakte zelf aan zijn vroegere positie als intendant.

 

Het China van begin 20e eeuw was enorm verscheurd. De laatste keizerlijke dynastie was gevallen, de nieuwe republiek versplinterde in lokale potentaten van krijgsheren. Dat is de situatie die David-Neel meemaakt en beschrijft. Een lezer die dit extrapoleert naar alle vroegere Chinese bestuursmethodes heeft het verkeerd voor.

 

David-Neel, « Au pays des brigands gentilhommes », reisverhaal van 1921, Ed. Plon pocket, pag 27, 37, 65 e.v.

  

23-03-07

ertsen

De internationale “Tibet support” groepen roepen al decennia lang dat China tal van kostbare ertsen uit Tibet wegrooft. Naast het feit dat Tibet een deel van China is en dat er dus van “roven” geen sprake kan zijn (de kolen van Limburg dienden ook het Waalse staal), ging het tot nu om zeer kleine hoeveelheden ertsen die bovengehaald werden. Bovendien hebben de “Tibet support” groepen het over “Groot Tibet”, het gedroomde grote rijk dat het gehele plateau omvat, vijf maal Frankrijk en op grote hoogte. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar vond belangrijke ertsaders: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele miljarden ton geraamd wordt. De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Kleine bijna artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

10:48 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ertsen, mijnen, china, kolonisatie, groot tibet