15-02-09

Het methaangasfornuis van mevrouw Dolma

De familie Dolma, in de omgeving van Gyangze, heeft een gasfornuis op methaan. Dolma is een oude dame, die hier met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen 2 hectare bewerkt. Bij de verdeling van de gronden in 1981, bevatte haar familie 11 personen, vandaar een grote lap grond. Zij produceren gerst, tarwe, koolzaad, aardappelen, kolen en rapen. Daarnaast hebben ze acht dieren. Zij bouwden een nieuw huis, maar tijdens de constructieperiode overleed de man van Dolma. Dan is het de Tibetaanse gewoonte om de werken 1 à 2 jaar stil te leggen als deel van de rouw. Het nieuwe huis is dus niet af, een oude vleugel doet evengoed nog dienst. Voor het huis hebben zij 1200 euro staatspremie gekregen voor een totale kost van 9000 euro.

Bij het binnenkomen zeggen we aan mevrouw Dolma dat we haar gasfornuis wel willen zien. Zij begint het direct af te stoffen. Wij proberen het aan te steken: er blijkt geen vlam uit te komen.

 dolma

Dolma bereidt voor ons boterthee met een elektrische mixer.

Het dorp telt ongeveer 70 families, meestal grote gezinnen, drie generaties samen, goed voor 10 personen. Op mijn vraag of er families het dorp verlaten om in de stad te gaan wonen, antwoordt zij dat een deel van de kinderen, die onderwijs genoten en jobs vinden als bediende, onderwijzer of zoiets, naar de stad trekken. De boeren zelf migreren niet definitief naar de stad, één van de zonen, die minder naar school ging, neemt normaal de boerderij over.

Een tweede zoon van Dolma studeert aan de universiteit van Lhasa. Die zal ginder waarschijnlijk blijven. “In zeldzame gevallen,” voegt Dolma er nog aan toe, “komen oudere mensen alleen te staan. Wanneer zij hun land niet meer kunnen bewerken, worden zij in Xigaze in een home geplaatst.”

Bij een andere familie krijgen we een prima werkend gasfornuis te zien, felle vlam op twee bekkens tegelijk, maar de warmwaterketel staat op de gewone houtkachel te stomen. Een buurman, iets verderop had er ook een, maar zei ons direct dat het niet werkte. Zo ook in een dorp verderop, waar de dorpschef ons zijn vlam laat zien: zwakjes. Hij verdedigt het systeem en zegt dat een dertigtal van de families in het dorp er een heeft laten installeren. “Het bespaart hout,” zo zegt hij, maar het klinkt als een slagzin van de overheid waar hijzelf niet in gelooft. Dat leiden wij af uit zijn excuus voor zijn ‘zwakke’ vlam: “De boeren hebben tijdens het oogstseizoen geen tijd genoeg om de vulling van de put optimaal te houden.” In dit dorp hier hebben de boeren naast hun huis een lapje lage bomen en kreupelhout, genoeg voor het weinige dat zij verbruiken, een beetje, gemengd met gedroogde yakdrollen, voor de keukenkachel en dat is alles. De rest van het huis is echt niet op 20°C in de winter, er is gewoon geen verwarming. Bij kou trekken de Tibetanen nog altijd een kledingstuk meer aan.

Er zijn natuurlijk veel dorpen in Tibet, waar zelfs geen kreupelhout staat. Het principe “methaangas produceren met uitwerpselen van het vee en het  verbranden” is goed voor het wereldklimaat, denk ik, maar de praktische toepassing moet de mensen enthousiast maken, anders wordt het een maat voor niets. Waar het goed schijnt te werken, volgens het zeggen van de boeren hier, is voor het verwarmen van serres in de streek van Lhoka. Dat zal dan maar voor een volgende keer zijn.

15:05 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, biogas, dorpen, landbouw, onderwijs, gyangze