04-04-10

De Tibetaanse export

Tibet exporteerde in 2004 ongeveer voor 100 miljoen euro, vooral naar Zuidoost-Azië. Er is een licht handelsoverschot. Dit exportvolume is bijna 2000 maal kleiner dan dat van België. In 2005 steeg de export tot 125 miljoen euro, een jaar waarin de import met 57% daalde, tot 30 miljoen euro. Voor 2006 ligt de export al op 180 miljoen euro en in 2007 wordt dit 240 miljoen. De opening van grensposten met India, Nepal en Bhutan brengt die snelle stijging mee. Grenshandel vertegenwoordigt iets meer dan de helft van de totale handel. Export zijn vooral producten van de veeteelt en borax, een natriumzout van boorzuur. De import uit het buitenland blijft vrij laag, in 2007 slechts 50 miljoen euro.

 

Bronnen: China statistics press 2008 + CTIC

17:02 Gepost door infortibet in handel | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, handel

10-01-07

Grensovergangen

Tientallen grensposten zijn de laatste jaren opnieuw open voor handel met Zuidoost-Azië. Yadong (Sharsingma in het Tibetaans) is er zo één. Het was tot in 1963 de belangrijkste doorgang voor de handel naar India, via Gangtok en Kalimpong in Sikkim. Vele rijke Tibetaanse handelaren uit Kham hadden in die tijd een kantoor in Kalimpong of Darjeeling. Het was een ontmoetingspunt met mensen uit Bhutan, India, Nepal en een deel van de zuidelijke Zijderoute. Vanuit India kwamen kledij, tabak, zeep en Rolex uurwerken. Naar India vertrok wol, leder en zijde. Het stadje Phari, op 4360 m en aan de voet van de berg Chomolari (7314m), is de districtshoofdstad en ligt op 46 km van Yadong, dat 1000m lager ligt. Onderweg zijn nog resten van zowel Engelse officiële verbindingshuizen als van oude postkantoren van de Qing dynastie te zien. Sommigen zijn nog in goede staat en worden nu gebruikt als opslagplaats. Het Engels handelskantoor in Yadong, gebouwd in 1936, is opgekocht door een Tibetaanse leraarkunstenaar. De handelsmarkt met de buurlanden in Yadong werd in april 2005 heropend. De handelaren uit Kham wonnen de concurrentie in het verleden, want fysisch waren zij groter en forser en konden méér dieren per karavaan leidden dan de andere Tibetanen. In 1961 was er geen controle, geen douaneregister en geen belasting op de grenshandel. Maar in 1963 bracht het grensconflict tussen China en India een lange stilstand van de activiteit mee. Yadong en Phari slankten af tot kleine dorpjes. Het grensconflict had te maken met de veroveringen door de Engelsen, in de eerste helft van de 20e eeuw, van de gehele zuidflank van de Himalaya. Het gaat om gebieden die boven de 3000m liggen en ooit behoorden tot de Tibetaanse en Chinese invloedszone, vanaf Kashmir en Ladakh in het westen, via delen van Nepal, tot Sikkim, Bhutan en vooral Arunachal Pradesh in het oosten, waarover de 13e dalai lama zich tegenover de Engelsen nog bijzonder kwaad maakte indertijd. De handel stopte, veertig jaar lang. Mensen, die in Phari of Yadong bleven waren gedurende jaren aangewezen op voedselhulp vanwege de lokale autoriteiten in Tibet. De 80-jarige Cewang Yexei heeft er altijd geleefd. Hij bleef een kruidenierswinkeltje uitbaten en ziet nu de heropende grens als een prima opportuniteit voor zijn familie: “een restaurant openen en ons 50-jarig huisje opknappen”. De markt in Yadong was nog maar pas open en enkele pientere Chinezen kwamen er ook standplaats kiezen. Een schoenenverkoper en een soort “Veritas”-winkeltje (uit Wenzhou, de streek van de beste handelaren uit China) met ritssluitingen, knopen en dies meer, gretig leeggekocht door de Indiërs.

handel

 

men verkoopt wat men kan

17:19 Gepost door infortibet in handel | Permalink | Commentaren (0) | Tags: handel, yadong, tibet, grensovergang, india, zijderoute, china, kalimpong

04-01-07

Tibetaanse kloosters integreren zich in de markt

Het Rongbuk klooster is wellicht het hoogstgelegen klooster ter wereld, op 5100 m, aan de voet van de Qomolongma, de Everest. Acht monniken en 20 nonnen runnen de zaak. Want het is een zaak. Een kleine 20.000 euro per jaar inkomen, net voor de eeuwwisseling (ondertussen wellicht meer). Van pelgrims? Neen, van Westerse bergbeklimmers. De monniken staan in voor het transport, de nonnen doen de was en maken de 30 gastenkamers schoon. Het grootste probleem is hout. Geen boom in de omgeving te bespeuren. Brandhout laten ze van enkele honderden kilometers verder aanvoeren.Lama’s van kloosters leven nog steeds meestal van de giften van pelgrims. Maar die van het Potala in Lhasa krijgen een maandsalaris van ongeveer 500 yuan van de lokale overheid. Het wordt zoals bij onze priesters in de basiliek van Koekelberg  Het Tashilumpo klooster in Xigaze moderniseert. De monniken beschikken nu over een eigen kliniek, met apparatuur voor radiografieën en elektrocardiogrammen. Drie vierde van de vereiste fondsen komt van een gift van een organisatie in Hongkong voor ontwikkelingshulp. De 14 doktersmonniken zijn drietalig: Tibetaans, Chinees en Engels. Zij verzorgen patiënten en produceren zelf klassieke Tibetaanse geneesmiddelen. Zij ontvangen een bescheiden extrasalaris van ongeveer 50 euro per maand. Een andere vooruitgang is het gebruik van gsm’s. Er is nogal wat afstand tussen de ingang en de belangrijkste tempel. Bovendien leunt het klooster tegen een berghelling, telefoneren is gemakkelijker dan bergop lopen. En ook de moderne markt lonkte: het klooster opende een winkel, een theehuis en een restaurant. De winkel is een soort superette voor allerlei dagelijkse dingen met daarnaast souvenirs, muziekinstrumenten en offerandeartikelen zoals gierst, wierook en boter. De personeelsleden zijn allen monniken.   Een “moderne” techniek bij het herstellen van oude fresco’s in tempels is ze zorgvuldig retoucheren. Vroeger schraapten de monniken gewoon het gehele fresco van de muur en schilderden er een nieuw op.  In Norbulingka, het zomerpaleis van de latere dalai lama’s, zijn er tegenwoordig technomuziektenten opgesteld tijdens het yoghurtfestival, bij het einde van de zomer, naast andere voor de traditionele operawedstrijden. De tuin is dan een tijdelijke camping, waar jerrycans vol kang (gierstebier), door de Tibetanen leeggedronken worden bij gezelschapspelen onder de bomen. Reuzengrote reclameacties van Pepsi en Budweiser kan je onmogelijk ontlopen: parasols, gratis proeven, spandoeken en muziektenten met prijzen voor goede karaokezangers.          Ganden klooster nabij LhasaHet Ganden klooster heeft sinds 1986 zijn eigen busmaatschappij. Toeristen en gelovigen worden dagelijks met negen bussen opgehaald in Lhasa voor een bezoek aan het klooster. Het zijn monniken in burgerkledij die de bussen besturen. Het Ganden klooster kreeg vorig jaar ook het beheer over een nieuw huizenproject voor de dorpelingen beneden. Verhuring levert het klooster 20.000 euro per jaar op. Bovendien opende het klooster een aantal winkels in Lhasa. Twintig monniken zijn er permanent tewerkgesteld. Elk ervan verdient 400 euro zakgeld per jaar. Monniken van Ganden zijn redelijk welgesteld, velen kunnen hun familie wat steun geven.  
IMG_1512

Een kleine TV-zaal van een monnik, in een minuscuul klooster ver van Lhasa.