09-05-11

Mensen, tamme en wilde dieren: een moeilijk evenwicht op de hoogvlakte van Tibet en Qinghai

Bruine beren, wilde yaks, wilde ezels en wolven, ze leven er naast de schaarse mensengemeenschappen met hun kuddes. In de hoogste gebieden, tussen 4000 en 5000m, over een grote oppervlakte, in Noord-Tibet en Zuid-Qinghai. Het gras is er schaars en iedereen wil er eten. Gezien de jacht verboden is verhoogt het wildbestand. En gezien het aantal mensen ook toeneemt, verhoogt de veeteelt. De trend van de lokale overheden is het verminderen van de veeteelt en niet het verminderen van het wildbestand. Het gebied, groter dan Frankrijk, is beschermd. Om de jacht te verbannen krijgen de veetelers vergoedingen voor geleden schade door wild. Voor een gedood schaap door een wolf krijgt de herder de marktprijs van de lokale overheid.

Naar het schijnt zijn het vooral de bruine beren, die privéschade veroorzaken. Zij breken binnen in de huizen van de herders, wanneer die laatste weg zijn met hun kudde. De beren zoeken en vinden er de aanwezige voedselvoorraad. Lokale functionarissen komen de schade vaststellen en de vergoeding volgt. Enkel in Tibet zelf liep het totaal van de schadevergoedingen in 2009 op tot 1 miljoen euro.

 

De wilde yaks van hun kant komen wijfjes kapen in de kudde van de herders. Die drijven ze met geweld mee. De tammere mannetjes van de kudde durven enkel toezien.

 

Een minder meetbaar gegeven zijn de wilde ezels. Die vallen niet aan, maar eten wel gras. Hun aantal is het laatste decennium verdubbeld. Zij zijn met tienduizenden. De overheid overweegt een beperkte ‘economische’ jacht. Het wordt hoeven tellen.     

21:31 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dieren, hoogplateau

09-04-07

dichtbij het niemandsland

In het noorden van het district Nyima (provincie Qinghai) zijn we dicht bij het barre Hoh Xil natuurreservaat, een immens gebied, de helft van Frankrijk, boven de 5.000m, waar geen enkel dorp meer te vinden is. Op de randen leven er mensen die ongeveer uitsluitend van de veeteelt leven. Hier en daar nog een klein lapje beschutte grond om wat gierst te planten. Het gebied is rijk aan meren. De zoutontginning in het Yibuk Tsaka meer was zeer bekend bij de Tibetanen. De productie is stilgevallen omdat de Tibetanen nu de voorkeur geven aan jodiumrijker zout van China, dat hen beter behoedt tegen aandoeningen van de schildklier. Maar sommige meren bevatten interessantere mineralen, zoals het Reda Tso meer, dat rijk is aan lithium. De ontginning ervan is pas begonnen. In de grote omgeving van Nyima zijn er een aantal warmwaterbronnen, jaarlijkse festivalplaatsen voor herders van honderden kilometer in het ronde. Het baden in het hete water is door de tijden heen een ritueel geworden en staat nu onder dokterstoezicht: “jouw gezondheidstoestand laat zes minuten toe”. Het grote Dangra Yutso meer is een heilig meer volgens de oude bon religie en met enkele zéér oude kloostertempels in de omgeving: Serzhing en Orgyen, daterend van de Zhangzhung periode in de 6e-7e eeuw, nog voor het Tibetaanse Tubo-imperium zich vormde.

kuddes op grote hoogte

nog enkele kuddes voor schaarser gras op de 5.000 meter grens