03-05-08

Tibet: een interne Chinese aangelegenheid of een internationaal conflict?

Jean-Paul Desimpelaere 

Een lange voorgeschiedenis

Om de "kwestie Tibet" beter te begrijpen moeten we terug naar de 19e eeuw. Twee grootmachten van die tijd kwamen elkaar tegen in Azië. Engeland vanuit het zuiden, tsaristisch Rusland vanuit het noorden. China, met Tibet, lag daartussen. De gemakkelijkste hap was Tibet. Rusland veroverde Centraal-Azië, Siberië en kreeg invloed in Mongolië en in delen van Noordoost- en Noordwest-China. In Tibet kwamen Buriat Mongolen, in dienst van de Russen, op hoge posten terecht.

Het eerste Tibetaanse gebied dat door de Engelsen veroverd werd was Ladakh, definitief protectoraat van Engeland in 1846. Dit werd vastgelegd in een "vredesverdrag". Het China van de toenmalige Qing keizers wilde niet tekenen, maar lokale Tibetaanse leiders deden dat wel. Het huidige "Tibet Justice Center" (TJC)[1] haalt dit "verdrag" tussen Tibet en Ladakh aan als een bewijs van Tibet's onafhankelijkheid tegenover China, zogenaamd omdat de Tibetaanse leiders "zelfstandig hun buitenlandse koers bepaalden". Het TJC vermeldt er niet bij dat het om gewapenderhand opgedrongen concessies ging. Het eerste vernederende verdrag betreffende Tibet, dat het Chinese keizerrijk mee ondertekende, was het "Nepal-Tibet verdrag" van 1856. Dit kwam er na een korte invasie van Tibet door (Engels) Nepal. Het verdrag legde oorlogsschuld op aan Tibet en dwong handelsconcessies af. Het TJC vermeldt ook dit verdrag en de andere Tibetaanse gebieden die Engels werden (Sikkim, in 1860 en Bhutan in 1864) als "bewijs van Tibet's onafhankelijkheid".

Het laatste concessiestukje kwam er ook onder dwang. In 1904 versloeg Engeland, in zijn opmars naar Lhasa, het lokale Tibetaanse leger. Het in verval zijnde Chinese keizerrijk was niet bij machte om enige weerstand te bieden. Voor de Tibetaanse lokale elite was de nieuwe sterke macht Engeland, dat in 1913 de kersverse Chinese Republiek en de Tibetanen naar de Conferentie van Simla bracht. Engeland palmde toen het huidige Indische Arunachal Pradesh in, een gebied zo groot als Zwitserland, ten nadele van Tibet. Het akkoord van Simla wordt nu als hevigste argument gebruikt door de voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet, omdat alle Chinese implicatie in Tibet gebannen werd en vervangen door een exclusieve aanwezigheid van Engeland. "De facto" was Tibet onafhankelijk geworden van China, hoewel het akkoord toch de Chinese "suzereiniteit" bevestigde. Terwijl Tibet "de facto" afhankelijk werd van Engeland, voor zijn economie, zijn leger en zijn buitenlandse politiek. En bovendien een stuk grond verloor.[2] China ondertekende het verdrag niet. Dat deed het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken in 1915 stellen: "Het nut dat we halen uit de Simla overeenkomst blijft puur academisch aangezien ze niet ondertekend werd door de Chinese regering en ook niet erkend werd door de Russische. De overeenkomst is daardoor ongeldig."[3]  Nog aan te stippen valt dat Engeland tijdens die Simla conferentie een kaart van "Groot Tibet" naar buiten bracht, dubbel zo groot als het Tibet waar de toenmalige dalai lama over heerste.[4] Na de Tweede Wereldoorlog wisselden de hoofdrolspelers.

De USA en Mao

Tijdens de verzetsoorlog tegen de Japanse bezetting groeide in China de aanhang van de Communistische Partij. Een nieuwe wereldspeler werd ongerust. Een aantal maanden voor de communistische machtsovername in Peking in 1949, schrijft het USA Staatsdepartement voor het Verre Oosten[5]:

"(...) 2. Indien Tibet weerstand kan bieden tegen het communisme, dan is het in ons belang om het te erkennen als onafhankelijk in plaats van het te blijven beschouwen als deel van China.

3. De Tibetaanse regering is relatief stabiel. Het volk is conservatief, religieus en bereid om het boeddhisme te verdedigen tegen het communisme. Het morele gezag van de dalai lama reikt verder dan de grenzen van Tibet.

4. De Chinese overheid heeft momenteel geen effectief de facto gezag in Tibet en zal daar in de toekomst altijd moeilijkheden mee hebben.

5. De Tibetanen tonen een verhoogde interesse voor buitenlandse handel en het is in ons voordeel als die interesse westwaarts gaat."

Het rapport gaf tegelijk een aantal waarschuwingen om niet overhaast tewerk te gaan, de inhoud ervan is verhelderend voor de houding van de USA tijdens de volgende decennia:

" Het erkennen van Tibet als onafhankelijk land is voor ons niet de echte kwestie. Waar het om gaat is onze houding tegenover China. Tot nu erkenden wij de territoriale integriteit van China. Wij hebben bijgedragen tot het niet uiteenvallen van China, wij hielpen China om de uit de Tweede Wereldoorlog te herrijzen als grote macht. Wij moeten deze politiek blijven volgen zolang het niet duidelijk is dat een permanent in stukken vallen van China onvermijdelijk wordt en zolang wij geen vaste voet in Tibet hebben."

"De situatie verandert als er een regering in ballingschap zou ontstaan. In dat geval is de aangewezen politiek voor de USA om die te steunen zonder Tibet als onafhankelijk land te erkennen."

Dit was de strategie van de USA in 1949 en die is tot op heden weinig veranderd.

Daarvan was de 14e dalai lama zich toen bewust en hij vertelt het nu ook openlijk: "Gedurende de jaren vijftig hebben de Amerikanen Tibet gesteund, niet door morele overwegingen of uit sympathie, maar vanuit hun wereldwijde anticommunistische politiek"[6]. In de enkele jaren ('49-'51) voor de aankomst van het Rode Leger vroeg de jonge 14e dalai lama met zijn regering Engeland en de USA om troepen of minstens wapens[7]. Slechts Engeland leverde een beperkte hoeveelheid. "Geen enkele grootmacht gaf u reële militaire steun voor de invasie. En na de invasie bleef de UNO doof voor uw oproep. U voelde zich verraden?" vraagt Laird aan de 14e dalai lama. "Ja", antwoordt hij koudweg[8].

Het nieuwe Chinese regime wilde voor Tibet behoedzaam een trage weg bewandelen. Voorop stond de hereniging van China. Mao en het Chinese Centraal Comité beseften duidelijk dat er geen "massabasis" aanwezig was in Tibet om sociale hervormingen door te voeren. Een richtlijn van het Centraal Comité van de Communistische Partij onderstreepte dit:

 "Momenteel kunnen we het ‘17 punten akkoord van 1951'[9] niet integraal toepassen. Wij beschikken niet over de steun van de massa's en ook niet over de steun van de hogere sociale bevolkingslagen. Als we het akkoord door middel van dwang in praktijk zouden brengen zou dat meer vooroordelen dan voordelen opleveren. Zij willen het Akkoord niet integraal toepassen? Wel, we zullen er ons voorlopig bij neerleggen. (...) Laat hen maar doorgaan met het volk wreed te behandelen, wij zullen ons intussen bezighouden met positief werk zoals het organiseren van de productie, de handel, de wegenbouw, de volksgezondheid en het eenheidsfront, zodat we de massa's voor ons winnen en als de goede voorwaarden aldus vervuld zijn, zullen we de kwestie van de integrale toepassing van het Akkoord regelen. Als zij het niet het geschikte moment vinden om lagere scholen op te richten, kunnen we daar ook nog even mee wachten."[10]

De Chinese strategie was erop gericht om de heersende klasse in Tibet, inclusief de dalai lama, te winnen voor de nationale eenheid met China.[11] Bij hun aankomst in 1951 in Tibet was het Rode Leger onderworpen aan een strikte discipline, zij eisten geen voedsel op, zij lieten het aanvoeren uit de rest van China of betaalden een normale prijs ervoor bij de lokale bevolking en begonnen zelf braakliggende terreinen te beplanten voor hun onderhoud. Het lijfeigenensysteem bleef bestaan tussen 1951 en 1959. Van belang is dat het Tibet dat toen ter discussie stond, dit was binnen zijn huidige provinciegrenzen, niet het concept "Groot Tibet".

Buiten de "provincie Tibet" liep het fout

De geleidelijke politiek voor Tibet werd in de aanpalende gebieden, waar ook Tibetanen wonen - naast andere bevolkingsgroepen - in de jaren vijftig voorbijgesneld door de landhervorming die overal in de rest van China zijn weg vond. Dit was niet naar de zin van de lokale Tibetaanse grootgrondbezitters - kloosters en edellieden - in die streken. In 1956 breekt opstand los onder de Tibetaanse bevolking in de provincie Sichuan. Een groot deel van de families waren gehecht aan een klooster, zij hadden er een zoon in zitten. De paniekverhalen en de opstand naderen gedurende de volgende jaren Lhasa. Onder impuls van Gyalo Thondup, de broer van de dalai lama, die al vanaf 1951 voor Buitenlandse Zaken van de USA werkte[12], begint de CIA de weerstand te steunen.[13] Het geheel bereikt een hoogtepunt in Lhasa op 10 maart 1959 met een massale betoging voor het zomerpaleis van de dalai lama, dag waarop de dalai lama uiteindelijk toegeeft aan de tien jaar lange pogingen van de USA om hem in ballingschap te lokken.[14] Pas aangekomen in India verklaarde de dalai lama dat er "87.000 Tibetanen brutaal afgeslacht waren"[15] tijdens de opstand (die hij niet eens gezien had) in Lhasa, terwijl de totale bevolking van Lhasa, aangedikt met de vluchtelingen uit Sichuan toen ongeveer 40.000 bedroeg.[16] Het cijfer staat nog steeds op de websites van de Tibetaanse "regering" in ballingschap en van de sympathiserende groepen in het Westen.[17]

De gevluchte Tibetanen

1959 was het sein voor vele elitefamilies, met hun dienaren, om Tibet te verlaten en zich in India te vestigen. Nu zijn er 120.000 Tibetanen in het buitenland, wat neerkomt op 2% van de totale Tibetaanse bevolking in China. Naast hun persoonlijk fortuin konden de gevluchte Tibetanen van bij het begin rekenen op een flinke geldelijke steun vanwege de USA. Een voorbeeld van het jaarlijks toegekende bedrag is vermeld in de publiek gemaakte hoorzitting bij Buitenlandse Zaken van de USA in 1964: 1,7 miljoen dollar, plus 186.000 dollar voor de 14e dalai lama persoonlijk.[18] Sinds de jaren tachtig worden de Amerikaanse steunbudgetten voor de Tibetaanse gemeenschap buiten China verstrekt door diverse semiofficiële "ngo's".[19]  

Vijftig jaar propagandaoorlog

Van 1956 tot 1974 was er Amerikaanse steun voor een guerrillastrijd tegen China. Wapens werden geleverd, instructeurs en opleidingen. Een paar honderd gevluchte Tibetanen uit Oost-Tibet en Sichuan kregen zelfs een opleiding in de USA in het valschermspringen.[20] In India werd een legertje van 7.000 Tibetaanse rebellen gevormd en uitgerust.[21] Maar buiten het aanvallen van een paar camionkonvooien haalde het verzet weinig successen, de Tibetaanse bevolking in Tibet gaf ze geen medewerking en het Chinese leger was ze telkens vlug op het spoor.[22]

Veel belangrijker werd de propagandaoorlog. "Door de dalai lama naar het buitenland te brengen wilden de USA van hem een belangrijk Aziatisch symbool en woordvoerder maken van het anticommunisme. Voor de USA hield dat weinig risico in en een groot nut (...) De Tibetaanse leiders waren teleurgesteld dat de USA geen troepen stuurden"[23] Onmiddellijk in 1959 werd "schending van de mensenrechten, godsdienstvervolging en genocide" gelanceerd door de "International Commission of Jurists" (ICJ), een organisatie die vlak na de Tweede Wereldoorlog in Berlijn opgericht werd met het doel "bezwarend feitenmateriaal" te verzamelen tegen de USSR en de Oostbloklanden. In een rapport in 1959 klagen zij China aan van "het moedwillig doden van Tibetanen, waardoor een onderzoek naar genocide nodig wordt".[24]  Het is nu geweten hoe en door wie het "feitenmateriaal" voor dat dossier verzameld werd: Tashi Tsering, een gevluchte Tibetaanse intellectueel, bezocht in 1959 de vluchtelingenkampen in India en Nepal om er verhalen van moordpartijen in Tibet uit hun mond te vernemen. Hij vernam er geen. Zijn bevindingen gaf hij door aan Gyalo Thondup, de broer van de dalai lama, die er dodencijfers bijplakte en die doorgaf aan de ICJ[25]. Die geschreven getuigenissen kon Patrick French, ex-directeur van "Free Tibet" in Londen, later in het archief van de "regering" van de dalai lama in India inkijken. Zelfde vaststelling: achteraf toegevoegde cijfers van dodentallen. Bovendien: "allemaal mannen"[26], wat zou betekend hebben dat de totale mannelijke bevolking verdwenen was.

Nochtans gaat het cijfer van 1,2 miljoen doden in Tibet door de "dictatuur van de Chinezen" nog steeds de wereld rond.

In de jaren negentig, na het toekennen van de Nobelprijs aan de dalai lama, vermenigvuldigen de "Tibet Support groepen" en hun internetsites zich in Europa en de USA, tot zelfs in de vroegere Oostbloklanden. Er kwamen "Tibet Bureaus" (vertegenwoordiging van de "regering in ballingschap") in verscheidene wereldhoofdsteden.[27] Soms werden hiervoor speciale budgetten uitgetrokken door Buitenlandse Zaken van de USA: 75.000 dollar voor de bureaus in New York en Genève.[28] Enkele duizenden comités verspreid over de Westerse wereld (tot in Liechtenstein) namen het voortaan op voor de onafhankelijkheid van Tibet. De aantrekkingskracht bij onze intellectuelen nam dikwijls de vorm aan van een verwesterde versie van het Tibetaanse boeddhisme, een soort "boeddhisme light", ontdaan van zijn vele goden en van tal van Tibetaanse tradities, een "nieuwe" spiritualiteit. Maar onder de monniksmantel van de "lama" zat een politieke boodschap, die mee gecommunieerd werd: "Tibet is bezet en moet onafhankelijk worden".

Toonaangevers in de "informatiecampagne" zijn: International Campaign for Tibet (ICT), China Digital Times (CDT) en TibetInfoNet (TIN). Aan het hoofd van ICT (USA) staat John Ackerly, die volgens zijn curriculum zijn eerste sporen verdiende in het organiseren van de oppositie in de vroegere Oostbloklanden.[29] Erevoorzitter van het ICT is de acteur Richard Gere, uitvoerend voorzitter is Lodi Gyari, de officiële vertegenwoordiger van de dalai lama in de USA. Bij de raadgevers en bestuursleden zijn er diverse ex-functionarissen van de Amerikaanse overheid. Het ICT heeft een kantoor in Brussel, Amsterdam en Berlijn.

CDT is verbonden aan de Ford Foundation en de Dalai Lama Foundation.[30]

Het TIN (Londen) profileert zich als niet-militant, als databank voor onderzoekers, politici en...wikipedia. Het is daarom niet minder "gekleurd". De overdrijvingen in de propaganda van de actiegroepen zijn niet aanwezig op de website van TIN. Maar het blijft een spreekbuis voor de onafhankelijkheid van Tibet. Vele van hun artikels zijn "anonieme getuigenissen". Toch gebruiken bv. Franse Tibetologen  het TIN als "referentie"-materiaal.[31] 

Onafhankelijkheid of "betekenisvolle autonomie"?

In zijn toespraak voor het Amerikaanse Congres in 1987 heeft de dalai lama het nog over "onafhankelijkheid". In 1988 echter, in een toespraak voor het Europees Parlement verandert de terminologie: "de middenweg" of "betekenisvolle autonomie". In het ontwerp voor een grondwet voor Tibet[32], geschreven door de dalai lama in 1992, staat duidelijk wat de inhoud is van die "betekenisvolle autonomie": het gaat over "Groot Tibet" (1/4e van China), gedemilitariseerd (Chinees leger buiten), eigen grondwet gebaseerd op het boeddhisme, Tibet voor de Tibetanen ("ingeweken" Chinezen buiten), meerpartijenstelsel en vrije markt. Voor het Amerikaanse Congres in 1987 gebruikte de dalai lama het cijfer van 7,5 miljoen om aan te duiden hoeveel Chinezen "zijn land" uitmoesten. In een interview met de Süddeutsche Zeitung (22.09.2007) zegt hij: "Alle Chinezen die Tibetaans spreken en de Tibetaanse cultuur respecteren mogen blijven, in zoverre zij niet met te veel zijn. Alle Chinezen die denken dat de Tibetanen stinken moeten beter ons land verlaten." 

De voorbereiding van de rellen van maart in Lhasa

Van 11 tot 14 mei 2007 hield het internationale netwerk van "Tibet Support" groepen een conferentie in Brussel. Ze was de 5e van dien aard. De vorige was in Praag, in 2003, in aanwezigheid van de dalai lama zelf. De hoofdorganisatoren in Brussel waren: de "regering" in ballingschap van de dalai lama en het ICT. In het totaal waren er 181 groepen vertegenwoordigd, gespreid over 56 landen. Onder leiding van de "eerste minister" en de "minister van informatie" van de dalai lama - deze laatste wordt door zijn aanhangers nog steeds als "staatshoofd" aanzien - werd een actieplan opgesteld in het vooruitzicht van de Olympische Spelen.[33] Dit was het belangrijkste onderwerp van de conferentie, zoals blijkt uit de korte externe verslaggeving.

Volgde in augustus 2007, één jaar voor de Olympische Spelen, de "officiële" start door het ICT in de USA van de halve of hele boycot van de Spelen, met een reeks betogingen en T-shirts.

In januari 2008 vormden de Tibetanen in India het overkoepelende "Tibetan People's Uprising Mouvement" (TPUM)[34], een front voor de opstand, dat geweld niet uitsluit. Alle Tibetaanse verenigingen in India maken er deel van uit. Enkel de dalai lama in persoon houdt nog de "geweldloze" façade overeind. Hoewel, op 22 januari deed hij een oproep op de Engelse ITV om "te betogen". In februari 2008 kregen 40 kaders van TPUM een vorming in "actiecoördinatie". Eén van de lesgevers was de hoofdredacteur van het door de USA gesponsorde "Voice of Tibet".[35] 

Op 10 maart, de herdenkingsdag van de opstand van 1959 in Lhasa, hield de dalai lama een hevig discours, waarin hij ondermeer "bidt voor de heldhaftige Tibetanen die hun leven gaven voor de vrijheidstrijd".[36] In de Westerse hoofdsteden, in India en Nepal waren er betogingen voor de Chinese ambassades. De Tibetaanse organisaties in India hadden telefonisch contact met verbindingsmensen in Lhasa.[37]  Volgden op 14 maart de bloedige raids van groepjes Tibetanen in Lhasa.

Tibet veroveren of Peking veroveren?

Net zoals de USA in 1949 zeiden: "voor ons gaat het niet om Tibet maar om China" (zie hoger), is dit nu net hetzelfde. Het communiqué van de conferentie in Brussel in mei 2007 vermeldt: "wij hopen dat de vrijheid voor de internationale media naar aanleiding van de Olympische Spelen uitgebreid wordt naar de Chinese media zelf." "Persvrijheid" is het eerste breekijzer om een tegenmacht in Peking te kunnen opbouwen. De "openheid" van de Olympische Spelen is de deur waarlangs zij met een blijvend ticketje binnen willen. Nancy Pelosi, voorzitster van het Amerikaans Congres, eist zelfs een "USA bureau in Lhasa", voor "neutrale waarneming".[38] De dalai lama vraagt "persvrijheid en transparantie".[39] Hij en zijn vrienden willen China een andere ideologie bezorgen: "De Chinezen zijn radicaal materialistisch en communistisch. Dat is belachelijk. Zij waren vroeger boeddhistisch. Ik ben steeds bereid hen spiritueel te dienen en ik zal een zuiveringsceremonie uitvoeren op het Tian an Men plein om er de duizenden doden te herdenken."[40]   

Een bekende activist voor de onafhankelijkheid van Tibet, Jamyang Norbu (veteraan van de guerrilla tegen China in de jaren zestig): "Net zoals de val van de Berlijnse Muur vrijheid bracht voor een aantal landen, kan de onafhankelijkheid van Tibet de vrijheid van buurvolkeren bevorderen, zoals Birma, Oost-Turkestan (de actuele Chinese province Xinjiang), Binnen-Mongolië (eveneens een Chinese provincie) en  evengoed voor het Chinese volk zelf."[41] De inzet is duidelijk: China doen uiteenvallen. De sponsors zijn ook duidelijk: de USA. En het middel is Tibet.

Waarom NU de "Himalaya muur" proberen aan het wankelen te brengen?

De USA zitten in een diepe crisis en China wordt alsmaar sterker. Op alle continenten wordt China een geduchte concurrent voor de USA. Voor Afrika is China de derde handelspartner geworden, na de USA en Frankrijk. Voor China zelf is Europa de belangrijkste handelspartner.[42] De Amerikaanse democraat John Murtha, voorzitter van de Congrescommissie voor defensie, vindt dat Irak minder aandacht moet krijgen en China meer: "Wij moeten militair in staat zijn om China of Rusland of gelijk welk ander land, dat voor ons een uitdaging wordt, te stoppen."[43] 

Felle tegenwind

De USA sturen aan op een soort "oranje revolutie" in China. Maar de huidige media-aanval op China bereikte voorlopig het tegenovergestelde: De bevolking is er bijzonder verontwaardigd over de vervormde beeldvorming in het Westen. Voor het eerst ook in de geschiedenis komen Chinezen in het buitenland op straat en op internet om de eenheid van China en de rechtmatige plaats van China in de wereld te verdedigen. Een Chinese student postte op het web volgende samenvattende regel: "Toen China zwak was, kwamen jullie westerlingen met een leger jullie ‘rechtmatig' deel opeisen (de concessies). Toen wij de gebroken potten weer lijmden (het land herenigden) riepen jullie ‘Tibet Vrij', ‘Invasie'".[44]

De Chinese leiders beseffen dat zij sinds de val van de Muur van Berlijn de mediaoorlog onderschat hebben, dat vertelden mij correspondenten van ginder. Voor het eerst ook zagen wij pogingen van Chinese diplomaten of studenten om op TV of radio hun klok, soms onhandig, te laten horen, geluid dat vijftig jaar lang afwezig of minstens ongehoord was. De overheid in China had alles gezet op de ontwikkeling van de Tibetaanse gebieden. Massa's geld voor de uitbouw van infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, landbouw en lichte industrie. Daarmee hoopten zij "door feiten, door daden" de basis van de in het buitenland gevestigde separatisten te verkleinen. Tibet is geen "kolonie" waarop China zich verrijkt. Het "autonoom" budget van Tibet is voor 90% gespijsd door de centrale kas.[45] Het gaat over een bedrag van meer dan 2 miljard dollar per jaar, groter dan de Europese ontwikkelingshulp aan Afrika. In Afrika wonen een paar honderd miljoen mensen, in Tibet 3 miljoen. Stel dat Tibet onafhankelijk wordt: wie zal zoveel centen ophoesten? In Tibet is onderwijs en gezondheidszorg gratis, boeren en herders hoeven geen belasting te betalen. Er zijn subsidies voor huizenbouw, voor serres, voor zonnepanelen, voor methaankachels. Maar dit alles is niet geweten wereldwijd. China won misschien op gebied van de lokale ontwikkeling, maar is in het defensief gedrongen in de internationale mediaoorlog.

Toch krijgt China steun in het huidige conflict. En niet weinig. Quasi de volledige "derde wereld" schaarde zich niet achter het concert van "veroordeling": Centraal-Azië, Afrikaanse staten, Zuid-Amerikaanse, Aziatische.[46] Het Europees kapitaal twijfelt en is verdeeld over de keuze: USA of China. Maar dat is een ander hoofdstuk.


[1] "Tibet Justice Center" (TJC), tekst "Tibet's Sovereignety and the Tibetan People's Right to Self-Determination", paragraaf: "The Government of Tibet was capable of entering into international relations and had entered into such relations repeatedly", website TJC. www.tibetjustice.org.materials/treaties/index.html en www.tibetjustice.org/reports/sovereignty/independent/a/in....

Het TJC is in 1989 opgericht door Walt Van Praag, juridisch adviseur van de 14e dalai lama. De organisatie is gebaseerd in de USA maar huist ook in het "Tibet Bureau" (van de Tibetaanse "regering in ballingschap") in Genève, alwaar ze als NGO gehoord worden door UNO instanties. Het TJC is lid van het "International Tibet Support Network" en verstrekt jaarlijkse vorming over "zelfbestuur" aan Tibetaanse bannelingen in India.

[2] De volledige tekst van het Simla akkoord is ondermeer te vinden in Goldstein, "A History of Modern Tibet, 1913-1951, The demise of a lamaist state", appendix C, University of California press.

[3] Foreign and Political Department, Government of India, brief 448EB, 3/9/1915.

[4] Goldstein (zie hoger), volume 1, pag. 70-74.

[5] Bacon Ruth, US Office of Foreign Affairs, FRUS, memorandum to the Chief of the Division of Chinese Affairs of the State Department (Sprouse), 693.0031 Tibet/I-849-12/4/1949. Website Wisconsin digital library.

[6] Laird, "Une histoire du Tibet, conversations avec le dalaï-lama », pag. 305, Plon, 2006.

[7] Een brief van het Tibetaanse bureau voor betrekkingen met het buitenland, geciteerd door Goldstein,vol 1, pag. 625.

[8] Laird, idem, pag. 311.

[9] In het « 17 punten akkoord » tussen de centrale Chinese regering en de regering van de dalai lama stond dat "sociale hervormingen in overleg" moesten gebeuren.

[10] Mao Ze Dong, "Principes politiques pour notre travail au Tibet, directives du Comité Central du Parti Communiste Chinois, avril 1952", Oeuvres Choisis, tome V, Beijing, 1977.

[11] Renmin Ribao (Volksdagblad), 26/5/1951.

[12] Goldstein, "A History of Modern Tibet,volume 2, The calm before the storm: 1951-1956", University of California Press, 2007, pag. 240-241

[13] Conboy, "The CIA's Secret War in Tibet", pag. 36, "Modern War Studies", University of Kansas, 2002

[14] Zie bv. Een brief van USA ambassadeur Henderson, 17/9/1951, aan de dalai lama. In extenso in Goldstein, volume 1, pag. 808-809.

[15] Barry Sautman, « Contemporary Tibet », M.E. Sharpe, USA, 2006, page 245

[16] Barbara Erickson, « Tibet, Abode of the God », USA,1997, pag. 197

[17] Department of Information, Tibet Government in Exile, 1993 : "Tibet, proving Truth from facts" 

[18] FRUS (Foreign Relations of the US), Volume 1964-1968, 337, 9/1/1964

[19] Ondermeer : NED of National Endowment for Democracy (afsplitsing van de CIA, opgericht in jaren zeventig, Tibet Fund, International Campaign for Tibet (ICT), Bureau of Democracy, Human Rights and Labor van het ministerie van BZ..

[20] Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" (met voorwoord van de dalai lama), pag. 314 e.v., 2004, USA.

[21] De SFF, Special Foreign Forces, zie Conboy, pag. 247

[22] Conboy (zie hoger), pag. 141-143

[23] Goldstein (zie hoger), vol 2, pag. 119 en 145.

[24] ICJ Report on Tibet 1959,te vinden o.m. op de website van de Tibetaanse "regering" in ballingschap http://www.tibet.com/  

[25] Tashi Tsering, Goldstein en Siebenschuh, « The struggle for modern Tibet, the autobiography of Tashi Tsering", M.E. Sharpe, USA,1997, pag. 57

[26] Patrick French, « Tibet, Tibet », Albin Michel, 2005, pag. 324

[27] New York, Washington, Genève, Brussel, Tokyo, New Delhi, Londen, Parijs, Canberra, Pretoria, Taiwan, Moskou.

[28] FRUS, 9/1/1964

[29] ICT, website, staff members, short biography of J. Ackerly.

[30] Michael Barker, Global Research, 29/3/2008. http://www.globalresearch.ca/

[31] Zoals in het boek « Le Tibet est-il chinois ? Réponses à cent questions chinoises », AM Blondeau en Katia Buffetrille, Albin Michel, 2002.

[32] "A vision for a future free Tibet », website « regering » in ballingschap van de dalai lama.

[33] Tibetan Bulletin (officieel tijdschrift van de dalai lama en zijn "regering"), mei-juni 2007, volume 11, nr 3.

[34] Website TPUM, http://tibetanuprising.org/, beginselverklaring. In de inleiding staat nog steeds het uitgevonden "historisch" cijfer van méér dan 1 miljoen doden.

[35] Website « Phayul », Tibetan People's Uprising Movement to reinvigorate the tibetan freedom movement, 20/2/2008.

[36] Persoonlijke website dalai lama, speech 10 maart 2008.

[37] Mathieu Ricard, persoonlijke Franse tolk van de dalai lama, Télérama France, 16/4/08

[38] Resolutie 1077 van het Amerikaans Congres, ingediend op 3 april 2007 en aangenomen door het Congres.

[39] Persoonlijke website dalai lama, speech 10 maart 2008

[40] Interview met "Le Nouvel Observateur", 17/01/2008

[41] Website « Phayul », artikel van Jamyang Norbu, 4/7/2007

[42] Europa voert méér in uit China dan uit de USA. Voor de Europese uitvoer is China bestemming nummer twee. Bron: Eruopean Commission, external Trade, 2006.

[43] Reuters, 5/2/2008

[44] www.wforum.com/gbindex.html, 10 april 2008.

[45] Economische statistieken China.

[46] Xinhua, 22/03/2008

21:33 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geweld, dalai lama, china, usa, internationaal, tibet

23-03-08

onlusten in Lhasa

Tibet. Wat? Wie? Waarom?

Dirk Nimmegeers, redacteur van China Vandaag (VBC) uit eigen naam.

De Olympische Spelen komen eraan. Al wie over de politiek van China alleen maar kwaad wil spreken of horen is gestart in de marathon van Beijing bashing. L'embarras du choix: Darfoer, het milieu, Afrika, de mensenrechten... En dan is er de dalai lama, zijn entourage en zijn supportgroups. Iemand had het briljante idee om een heruitgave van Tienanmen op te zetten.

Op maandag 10 maart vertrokken er vanuit India monniken op weg naar China om demonstraties te organiseren rond de Olympische Spelen en om de 49e verjaardag (o getallensymboliek!) van de Tibetaanse opstand te herdenken. Zij werden tegengehouden door de Indiase politie en meteen was er een reserveteam klaar om hen af te lossen. Over de hele wereld hielden ‘Free Tibet support groups' demonstraties in de dagen daarna en in China organiseerden monniken verboden betogingen. Het hoogtepunt van de actieweek moest in Tibet zelf plaatsvinden en dat gebeurde ook. Op vrijdag 14 maart werd in Lhasa door een aantal jongeren het startsein gegeven voor een dag van geweld en vernieling. Toen vielen de eerste doden.

Wie heeft er gedood? Vanwaar kwam het geweld? Waarom is er geen dialoog tussen Beijing en de dalai lama? Voor wie achter de Spielbergs en de Vuylstekes van deze wereld aanholt zijn dat overbodige vragen, maar niet voor diegenen die oprecht meeleven met de mensen die in China wonen en werken.

Wie is verantwoordelijk voor het geweld en voor de slachtoffers?

Als je alleen de krantenkoppen leest of kennis neemt van de nieuwsselectie die je op radio en TV kunt horen krijg je het bekende verhaal over de Chinese dictatuur. Maar er ontstaat een heel ander beeld als je luistert naar de getuigenissen van westerse journalisten en toeristen die de feiten hebben meegemaakt. Deze verklaringen kwamen ook in media zoals de BBC, AFP, The Economist, The Guardian, maar dan wat minder sterk belicht.

Chinezen van andere bevolkingsgroepen dan de Tibetaanse of van een ander geloof dan het boeddhistische werden aangevallen met stenen, messen en volgens ooggetuigen ook met geweren. Eigendommen en een heiligdom (een moskee) van niet Tibetanen en van de staat werden geplunderd, vernield en in brand gestoken. Urenlang is er door de politie een passieve houding aangenomen en was de voornaamste activiteit van de ordehandhavers gericht op het in veiligheid brengen van burgers, het blussen van branden en het voorkomen van nog meer destructie. Het is waarschijnlijk niet waar dat de politie vrijdag op de menigte heeft geschoten. Van dat soort ingrijpen zijn er geen beelden. Geen van de toeristen of journalisten die in Lhasa waren, verklaarde dat de ordetroepen dodelijke slachtoffers hebben gemaakt. Het is ook zeer aannemelijk dat de Chinese autoriteiten, nu met de Olympische Spelen alle ogen op China gericht zijn, alles op alles wilden zetten om de orde te handhaven zonder dodelijke slachtoffers.

Moeten we dan niet overwegen om het voordeel van de twijfel te geven aan de Chinese versie van de incidenten, in plaats van zoals meestal gebeurt, aan die van de dalai lama en zijn bondgenoten?

Het geweld in Lhasa en in andere Chinese steden gebeurt onder de spandoeken en vlaggen van separatisten. Van de aanloop naar de Olympische Spelen profiteren ze om provocaties op touw te zetten waarop naar hun inschatting de staat moeilijk zal kunnen reageren. Misschien was een bepaald recent nieuwsfeit een extra aanmoediging voor hen: enkele machtige staten hebben de wereld voor een voldongen feit geplaatst betreffende de afscheiding van Kosovo. Maar achter het geweld in Lhasa zit meer dan een separatistisch ideaal.

Het oproer is in zekere zin uitgemond in etnische en godsdienstrellen. Er zijn ook jongeren en mensen bij betrokken die sociaal en economisch de boot gemist hebben, afgunstig op succesvolle leden van andere bevolkingsgroepen en met het gevoel dat zij achtergesteld zijn. Er is ook sprake van misnoegdheid over voedselprijzen en dergelijke. Sommige Tibetanen kunnen allicht racistische haatgevoelens koesteren voor Han Chinezen (en omgekeerd).

Het is zeer de vraag of de meeste Tibetanen voor wie de dalai lama hun geestelijke leider blijft, ook bewuste voorstanders zijn van een afscheuring van China. De boeddhistische elite in ballingschap, hun politieke organisaties en de monniken maken echter dankbaar gebruik van het religieuze aanzien van de dalai lama om hun nationalistische agenda kracht bij te zetten.

Wat wil de dalai lama en waarom krijgt hij dat niet?

Wat is de verantwoordelijkheid van de dalai lama bij dit alles? Waarom is Beijing verre van enthousiast om met hem te onderhandelen? Dat hij en zijn bondgenoten de rellen letterlijk georganiseerd hebben zal moeilijk te bewijzen zijn. Maar er zijn ook dingen die helemaal niet hoeven bewezen te worden en die iedereen heeft kunnen volgen. Tot dinsdag 18 maart hebben de dalai lama en zijn woordvoerders uitsluitend de Chinese regering opgeroepen om ‘met het geweld te stoppen', zijn zij grove beschuldigingen blijven uiten (o.a. het absurde culturele genocide) en hebben zij niets gedaan tegen de herhaalde pogingen van hun volgelingen in andere provincies om olie op het vuur te gieten met nieuwe opstootjes. Op 18 maart keurde de dalai lama voor het eerst ook het geweld van de Tibetanen zelf af. We mogen ons afvragen hoe oprecht die woorden zijn van iemand die toelaat dat zijn zogenaamde regering in ballingschap wilde geruchten blijft verspreiden over Chinese gruweldaden en die geen stappen zet om zijn aanhangers ook echt met hun acties te laten ophouden.

Die dubbelzinnigheid vinden we in alles terug.

De dalai lama zegt geen onafhankelijkheid te willen maar hij steunt het zwaaien met de ‘Tibetaanse vlag' en staat aan het hoofd van een groep mensen die wel degelijk China willen splitsen. Zij en hun leider spreken over de Chinese ‘bezetting' (hoe kun je een land dat niet onafhankelijk is en het niet wil zijn, bezetten?).

Hij is tegen geweld, maar houdt zijn volgelingen niet tegen als ze Chinese vlaggen verbranden en gewelddadige acties plannen en uitvoeren. Hij ziet zichzelf enkel als een godsdienstig leider, niet als een politicus en hij zegt dat hij na zijn terugkeer ook geen politiek leider van een ‘vrij Tibet' wil zijn, maar hij doet voortdurend aan politiek. Hij blijft culturele autonomie, vrijheid en respect voor de Tibetaanse cultuur en religie eisen terwijl dat alles in de Autonome Regio Tibet al een tijdlang ruimschoots verwezenlijkt is en bevorderd wordt.

Hoe nu verder?

Chinese ordehandhavers willen er nu door een grote machtsontplooiing voor zorgen dat de rust hersteld wordt, nog steeds zonder dat ze buitensporig geweld hebben ingezet. Wel heeft de politie geschoten en vier demonstranten verwond in de provincie Sichuan, volgens het officiële persagentschap Xinhua uit zelfverdediging.[1]

Buitenlandse journalisten zijn weggestuurd uit Lhasa. De laatste buitenlandse reporter, de Duitser Georg Blume, waarschuwde in een interview toen hij de stad moest verlaten, voor overhaaste conclusies. "Ik dacht eerst ook dat de politie schuld had aan de doden...hoe meer ik met getuigen sprak, hoe onwaarschijnlijker dat bleek...een aanhanger van de dalai lama die China altijd bekritiseert, zei me ‘om eerlijk te zijn, dit keer zijn we te ver gegaan en...de politie heeft niet geschoten'. De politie is overal, ze doen voor het eerst huiszoekingen, maar er is toch een zekere terugkeer naar het normale leven." [2]

We zullen dit soort getuigenissen voorlopig moeten missen. Dat is jammer want het betekent dat de vooringenomenheid van hoofdredacteurs en commentatoren, die standaard spreken over de ‘bezetting van Tibet' voorlopig niet meer zal genuanceerd worden. De internationale dalai lama lobby blijft verder beschikken over massa's middelen om de opinie overal (behalve in China) te manipuleren.

Wij kijken ernaar uit dat de provocaties ophouden en dat er niet nog meer doden vallen. Tibet kent al vier opeenvolgende jaren van 12,7 procent economische groei, het inkomen van de bevolking is op twintig jaar tijd meer dan verviervoudigd. Een spoorweg over het dak van de wereld die zonder ironie een wonder van techniek mag genoemd worden, verbindt Lhasa met de stad Xining 1900 km verderop, in een andere Chinese provincie. Die spoorweg zorgt voor investeringen, toerisme naar en vanuit Tibet en snellere economische vooruitgang. In 2006 verhuisde 10 procent van de Tibetaanse bevolking naar een nieuwe woning. Lhasa, waar de mensen in 1993 hun behoefte nog op straat deden, is nu een moderne stad.[3]  De beste hoop voor Tibet en de rest van China bestaat erin dat het land binnenkort kan verder werken aan de ontwikkeling van haar de autonome regio en aan het verzoenen van alle bevolkingsgroepen daar.

 

 

 

 



[1] Xinhua, The Guardian, BBC, AP

[2] http://blogs.guardian.co.uk/news/2008/03/china_crackdown_on_tibet.html

[3] Whatever China does, Tibet will still demand its freedom, commentaar van Ed Douglas in The Observer van 16 maart

19:02 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lhasa, opstand, onafhankelijkheid, tibet, china, internationaal