12-01-09

Changtang, een dierenpark op 5.000m

Fragmenten uit een artikel van George B. Schaller, Wildlife Conservation Society, verschenen in “China’s Tibet”, 2/08.

Schaller doorkruiste “Changtang” ongeveer jaarlijks sinds 1985.

 

Changtang is het hoogste deel van het plateau in Tibet, goed voor 300.000 km2, bijna zo groot als Frankrijk, met gemiddelde hoogte op 5.000m. Er leven dieren en er wonen mensen. Het evenwicht tussen beiden is zeer labiel. Waar vroeger slechts één familie leefde zonder buren, kilometers in het rond, verblijven er nu elf in elkaars nabijheid. Dat komt door de bevolkingsaangroei, Tibetanen uit dichter bevolkte streken wijken uit naar Changtang, hoewel de natuurlijke condities er lastiger zijn. In het kanton Palgon, bijvoorbeeld, steeg het aantal families van 90 tot 137, tussen 1970 en nu. Het vee nam evenzeer toe: van 45.000 naar 79.000, met een negatief effect op de schaarse graslanden, waarvan vele vroeger enkel in de korte zomer slechts door sporadische nomadenkuddes begraasd werden. Sinds 1993 is het gehele gebied als beschermde natuurzone bestempeld, met gelijke rechten voor herders met hun kuddes en voor wilde dieren. Schaller stelde vast dat de herders het duidelijk beter hebben dan einde jaren tachtig. Zij hebben een huis, soms meer dan één, rijden per moto en vrachtwagen, kijken naar satelliet-TV, gevoed door zonnepanelen en bereiden boterthee met een elektrische mixer. Maar wat gebeurt er met het wildleven? Zeldzame bezoekers begin 20e eeuw hadden het over kuddes van een paar tienduizend antilopen (chiru) tegelijk of honderden wilde yaks op één heuvelrug. Dat beeld is nu fel uitgedund. Toch stelt Schaller dat het wildleven niet met uitsterven bedreigd is. In 2006 trok hij door Changtang van west naar oost en kon er “zomaar” 8.000 antilopen tellen, 1100 wilde yaks, 800 wilde ezels en 20 wolven. Maar er zijn gevaren.

 

Het vroegere Chinese “communesysteem” – gronden en vee collectief beheerd – was beter voor… het wildleven, zo stelt Schaller vast! Waarom? Elke familie is nu een “privéveehouder” of “rancher” zoals hij het noemt. Een grote graasoppervlakte, zoiets als 7.000 hectare, is “hun” domein, voor vijftig jaar in bruikleen. De tendens is om dat terrein af te bakenen, er prikkeldraad rond te zetten. De lokale overheid subsidieert zelfs royaal die afsluitingen. Dat nemen de wilde yaks, ezels of antilopen hen kwalijk, zij zien het gras onder hun hoeven verdwijnen. Bovendien, de “rancher” is geneigd zijn om “zijn” gras te beschermen en mogelijke wilde mee-eters neer te knallen. Dan hebben we nog niets gezegd over de verleiding om een wilde yak te schieten voor zijn vlees.

 

Mensen en beren hebben het ook moeilijk met elkaar. De wilde bruine beren generen zich niet om met gekraak binnen te dringen in de huizen en er zich tegoed te doen aan de gerstvoorraad en de boter. ’s Nachts komen zij dan af op de schapen en de geiten binnen de omheining rond het huis. Lynxen en wolven nemen ook hun hap mee. Dit alles maakt het moeilijk voor de herders om het “natuurreservaat” in ere te houden.

Schaller suggereert enkele maatregelen. Vooreerst het beperken, zoniet het verminderen, van het aantal mensen in het gebied. Waardoor de druk van de kuddes ook geringer zou worden. Voorts: stoppen met het bouwen van afsluitingen, geen nieuwe wegen aanleggen, problemen lokaal aanpakken, niet algemeen, verschillende oplossingen overwegen en testen, zich niet tevreden stellen met één enkele. Maar vooral: een management aanstellen, want voor het ogenblik is er geen speciaal beheer.

antilopen
als je intens kijkt, zie je enkele antilopen (eigen amateuristische foto) 

20:34 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, natuurparken, dieren, jagers

07-02-07

Tijgers in de tuin

Tibetaanse tijgers zijn zeldzaam geworden. In het zuidoosten van Tibet, daar waar de Yarlung Rivier zijn wijde boog richting India maakt dwaalt nog een kleine gemeenschap rond, in de bossen van de berghellingen rond het stadje Metok (Medog of Motuo). In de jaren tachtig zijn er teveel tijgers en panters neergeschoten voor hun pels. Die pelzen, rond de lenden, waren in het oude Tibet het voorrecht of het symbool van lokale clanleiders in Oost-Tibet. Met de modernisering in Tibet verloren de pelzen hun elitekarakter en werden een populair statussymbool, waardoor de vraag pijlsnel steeg en de jacht ook, niet met pijl en kruisboog zoals soms in het oude Tibet, maar met precieze jachtgeweren. De streek is nu een natuurreservaat, jagen op luipaarden en tijgers is er verboden. Binnen het park zijn er verspreide dorpen, met een gemengde bevolking van Tibetanen, Memba en Lhoba, samen ongeveer 15.000 mensen. Zij fokken paarden, yaks en varkens. Daarnaast hebben ze dikwijls nog een archaïsche manier van landbouw, zij laten een stukje bos afbranden dat dan één jaar als akker dienst doet. En wat gebeurt er? Niet enkel is dit niet zo best voor een evenwichtig bosbeheer, maar het vee scharrelt vrij rond in het struikgewas van vroeger platgebrande stukjes bos en daar ligt de tijger op de loer. Jaarlijks moet één op de tien dieren van de veestapel het ondervinden. Maar er is een bijkomende reden waarom de tijgers de paarden en de yaks lastig vallen: er is te weinig ander klein wild. De mens zit hier opnieuw voor iets tussen. Jagen op tijgers en panters is verboden, maar op de rest niet. De plaatselijke bevolking blijft jagen. Dat deden ze van oudsher, maar nu zijn ze talrijker. Waardoor er minder overblijft voor de tijgers, die dan maar een steak wegroven in de achtertuin van de mensen.  

pelzen

meer feestkledij op straat

 

12:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tijgers, jagers, yaks, beschermde dieren