13-03-11

De dalai lama en drie soorten pensioen

In zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart[1] vraagt de dalai lama aan zijn ‘parlement in ballingschap’ om zijn statuut van ’staatshoofd’ door te geven aan een te verkiezen opvolger. De dalai lama (76j) zegt dat hij op pensioen wil gaan. Van welke activiteit wil hij afstand nemen? Hij zegt: “Aan de komende zitting van het ‘Tibetaans parlement in ballingschap’ zal ik schriftelijk vragen om het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’ te amenderen zodanig dat een leider kan verkozen worden aan wie ik mijn formele autoriteit kan overdragen.”

Volgens het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’, een soort ‘grondwet’[2], die opgesteld werd in 1991 en nog steeds van kracht, is beschikt de dalai lama over uitgebreide politieke bevoegdheden.[3] Hij is het ‘staatshoofd’; hij kan ‘ministers’ afzetten of benoemen; hij kan eigen wetten uitvaardigen; de volledige uitvoerende macht ligt bij hem; hij keurt de rekeningen goed; hij kan op eigen initiatief mensen benoemen in de administratie en heeft nog een aantal andere kleinere bevoegdheden.[4]

Zijn mogelijk ‘pensioen’ betreft dus zijn politieke macht en niet zijn religieuze positie.

Een pensioen geduwd door eigen rangen?

In november 2008 herbevestigde een buitengewoon congres van de Tibetaanse bannelingen de absolute macht van de dalai lama.[5] In de slotresolutie van de bijeenkomst staat: “wij vragen met aandrang aan de dalai lama om niet op pensioen noch op semi-pensioen te gaan en door te gaan met het leiden van het Tibetaanse volk”.

Toch rommelt er wat in de rangen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland. Dit uitzonderlijk ‘congres’ van november 2008 was er gekomen omdat er onenigheid was over de te volgen weg na de onlusten in Lhasa van maart 2008. Delen van de Tibetaanse gemeenschap wilden geweld niet langer uitsluiten en de roep naar ‘onafhankelijkheid’ in plaats van de ’verregaande autonomie’ volgens de dalai lama, kon publiek gehoord worden in Dharamsala. De dalai lama kreeg dus af te rekenen met interne kritiek. Toen, in 2008, waren zijn woorden: “ik ga met pensioen” eerder een licht chantagemiddel om de eenheid in de rangen terug te brengen. Althans formeel of tijdelijk, want de grootste organisatie onder de bannelingen – het TYC, Tibetan Youth Congres - is nog steeds openlijk voor onafhankelijkheid en sluit het gebruik van geweld niet uit.

Ook een eigenmachtig en autoritair ingrijpen door de dalai lama op religieus gebied werd hem niet in dank afgenomen. Hij vaardigde op 6 juni 1996 een verbod uit op het vereren van de godheid Shugden.[6] Een religieuze culturele revolutie volgde, groepen beeldenstormers werden uitgestuurd naar alle tempels in India om beeltenissen van Shugden weg te halen.

In eigen rangen is bovendien wel wat kritiek op het ondemocratisch gehalte van de ‘regering’ en het ‘parlement’ in ballingschap. Het ‘parlement’ telt 43 leden, van wie er minimum 10 geestelijken moeten zijn. Het huidige ‘parlement’ kwam de laatste vijf jaar slechts tweemaal per jaar samen. De ‘ministerraad’ telt acht leden, van wie er één verkozen is – de ‘eerste minister’ – en de zeven andere aangeduid zijn door de dalai lama. Drie van de ministers zijn geestelijken en twee andere zijn familieleden van de dalai lama.[7]

Een Tibetaanse ballingenkrant (“The independant”) publiceerde einde 1995 een cartoon met als titel “de huidige toestand van de Tibetaanse democratie”. Daarop was een gebouw te zien met drie pilaren: “wetgevend, juridisch en uitvoerend”. De pilaar “wetgevend” steunde het dak, maar kwam niet tot aan de grond. De pilaar “juridisch” stond op de grond maar kwam niet tot aan het dak. Enkel de “uitvoerende” steunde het dak en stond op de grond. De commentaar was: “In de huidige Tibetaanse regering in ballingschap is er geen controlerend orgaan. Al het werk is enkel gericht op het voldoen van de wensen van de dalai lama. Wat is dat voor een democratie?”[8]

Een symbolisch pensioen?

Plots afstappen van een vrij absolute macht binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland naar een teruggetrokken monnikenleven zal het niet worden. De dalai lama zegt het zelf in zijn toespraak van 10 maart: “ik wil mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen (…) ik wil mijn deel doen voor de rechtvaardige zaak van Tibet (…) ik hoop dat de mensen geleidelijk aan mijn intentie zullen begrijpen” (cursief door mij). Merk ook op dat de dalai lama niet vraagt aan de komende ‘parlementszitting’ om al een leider te verkiezen (zie inleiding). Hij vraagt enkel om de ‘grondwet’ aan te passen, die het mogelijk moet maken in een niet nader genoemde toekomst om “een leider te kiezen”.

Alles heeft natuurlijk te maken met zijn opvolging, zowel politiek als religieus. Meestal, in interviews, maakt de dalai lama geen onderscheid tussen beiden. Hij zal er ook over waken wie het wordt en hoe.  

“Indien het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.”[9]

De “af te werken taak” is natuurlijk ‘Groot-Tibet’ losweken van China. Binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland is momenteel geen enkele nieuwe figuur in staat om met evenveel charisma de wereld rond te reizen om massale religieus-filosofische sessies voor te zitten en om de politieke boodschap van de afsplitsing uit te dragen. Er wordt gespeculeerd op de jonge 17e karmapa als opvolger. Dat lijkt me niet zo waarschijnlijk, gezien er twee rivaliserende 17e karmapa’s zijn. Eén zit min of meer onder de vleugels van de dalai lama, de andere niet. Maar die tweede heeft veel meer aanhang in het Westen dan de eerste. Bovendien behoren de karmapa’s tot een andere boeddhismeschool dan die van de dalai lama. Er was bloedige rivaliteit tussen de twee scholen, tot in de 19e eeuw. Daar blijven nog spanningen van over.[10]

Het ziet er dus naar uit dat het “pensioen” van de dalai lama nog niet zo direct effectief zal zijn.  

Wel “pensioen voor de Chinese Communistische Partij”!

De 14e dalai lama veroorlooft zich politieke uitspraken, die weinig kerkelijke figuren hem nadoen. In 2009 tijdens een rondreis in de USA werd voor hem op 5 mei een bijeenkomst van 120 bekende Chinese dissidenten georganiseerd in een luxehotel in New York. Hij gaf zijn Chinese toehoorders geen “inleiding tot het boeddhisme”, maar sprak zijn steun uit aan hun streven om de Chinese Communistische Partij (CCP) van de macht te verdrijven. “De CCP heeft lang genoeg geregeerd. De tijd is gekomen dat ze op pensioen moet gaan,” zo zei de 14e dalai lama.[11]

Hij pleit dus voor een verandering van regime in geheel China. Dit thema komt meer op de voorgrond tijdens zijn toespraken en interviews van de laatste jaren. 

In een interview met “Le Nouvel Observateur” van 17 januari 2007 zei hij al:

“het actuele Chinese regime is radicaal materialistisch en communistisch. Dat is belachelijk.”

En uit een toespraak van de dalai lama tijdens een hoorzitting van de Franse senaat, in augustus 2008, volop tijdens de periode van de Olympische Spelen in Beijing:

“Ik benadruk dat China, nu het zich integreert in de internationale markt, beter de idealen van de democratie zou omhelzen. (…) De internationale gemeenschap heeft geen enkele reden om zich te laten pesten door het Chinese communistische regime. Hier in het Westen heerst fundamentele vrijheid. Daarom is het belangrijk dat jullie de kant kiezen van volkeren, die nog niet van die vrijheid genieten.”

Er zijn tientallen voorbeelden opsombaar.

Probeer dan even dit scenario te volgen:

* Einde januari 2010 stuurt de dalai lama twee vertegenwoordigers naar Beijing om er met de Chinese Communistische Partij (CCP) te onderhandelen over het statuut van Tibet.

* Op 18 februari laat hij zich publiek ontvangen door Obama.

* Twee dagen later laat hij zich een medaille "Democracy Service Medal" geven door het 'National Endowment for Democracy' (NED), een neefje van de CIA.

* Tijdens die ceremonie, waar hij die medaille ontvangt, zegt hij: "De Chinese Communistische Partij zou beter op pensioen gaan". (AFP).

Drie vaststellingen:

* Hij 'onderhandelt' met een instantie (CCP), die hij eigenlijk niet meer wil.

* Hij provoceert zijn Chinese onderhandelingspartners door te tonen dat hij gesteund wordt door Obama.

* Hij heeft het niet over Tibet, maar over een machtswissel in Beijing. 

Zhu Weiqun, vicedirecteur van de ‘Eenheidsfrontafdeling’ van de Chinese Communistische Partij antwoordt in dezelfde zin tijdens een interview met het Duitse magazine ‘Focus’, 22 september 2009 :

“Indien de dalai lama zijn internationale kruistocht tegen China stopt, dan kunnen we praten over zijn terugkeer. Tijdens zijn bezoeken aan hoge leiders van landen doet hij niets anders dan de relaties van die landen met China verstoren. Dat zijn politieke interventies, geen religieuze. Tegenover de ‘Deutsche Welle’ zei hij op 2 augustus dat “de Chinese Communistische Partij beter op pensioen zou gaan”. Dat lijkt mij geen religieus discours. Hoe kan dat samengaan: hij wil praten met ons maar tegelijk zegt hij dat we met pensioen moeten gaan. Praten is geen show. Dergelijke stellingen zijn volgens mij ingegeven door de kringen in zijn directe omgeving, buitenlandse mogendheden incluis, sponsoring inbegrepen. Een bepaald land, dat ik niet wil noemen, heeft hem dit jaar 16,75 miljoen dollar steun bezorgd. Die steun heeft de dalai lama sinds lang in een val gelokt.”

Het land dat Zhu “niet wil noemen” is wel publiek gekend. Het Amerikaanse Congres voorzag voor 2010 een bedrag van ongeveer 15 miljoen dollar voor de organisaties rond de dalai lama.[12] Dit is publieke en directe staatsteun vanwege de VS. Daarbovenop zijn er nog tal van semiofficiële NGO’s  en ‘Stichtingen’, die geld doorschuiven.

De Europese commissie van haar kant stelt jaarlijks 1 miljoen euro ter beschikking[13]

Wat betreft de religieuze opvolging van de dalai lama, is de stelling van de Tibetaanse autoriteiten en geestelijken in Tibet zelf duidelijk. “De historische regels voor het zoeken van een reïncarnatie van een hoge geestelijke kunnen niet veranderd worden vanuit de wil van één persoon, die het bovendien om politieke motieven doet,” zo zei Shinza-Tenzin Choeta, zelf een reïncarnatie, sinds 1955, als abt van het Shinza klooster in Lhoka, Zuid-Tibet, en vicevoorzitter van het regionale parlement van Tibet.[14]

De dalai lama van zijn kant heeft al tal van mogelijke versies laten kennen: “na mij stopt het reïncarnatiesysteem (…) ik duid een volwassen reïncarnatie aan (…) een referendum onder de Tibetanen moet uitwijzen of ze na mij nog een reïncarnatie willen (…) een reïncarnatie onder Chinese voogdij zal een valse zijn (…) een reïncarnatie na mij kan een man met blond haar zijn of zelfs een vrouw (…) “wij houden een gesloten conclaaf zoals de katholieken een nieuwe paus kiezen” en nog andere varianten.

Shinza-Tenzin Choeta: “de dalai lama overtrad het boeddhistisch geloof door te spreken over hemzelf na zijn dood. Dat doen de hoge geestelijken niet.”


[1] Herdenkingsdatum van het begin van een gewapende opstand in Lhasa in 1959, die na enkele dagen mislukte en leidde tot het vertrek van de dalai lama naar Indië. 10 maart wordt door de gevluchte opstandelingen de ‘national uprising day’ genoemd. Met die slogan zijn er jaarlijks betogingen op 10 maart in verschillende wereldsteden door verdedigers van de onafhankelijkheid van Tibet.

[2] Voor de 120.000 Tibetanen in het buitenland, maar tegelijk bedoeld als voorontwerp van een grondwet voor een ‘Vrij Tibet’.

[4] Bijkomende noot: in het "Charter of Tibetans in Exile" staat onder artikel 8 gedefinieerd wie aanspraak kan maken op het Tibetaanse staatsburgerschap. Het hoofdcriterium is etnisch: ben je een Tibetaan, dan ben je een Tibetaanse burger. Dat betekent dat de geëiste "autonomie" een “apart” burgerschap wil instellen in China. Er staat ook in dat bij gemengde huwelijken de niet-Tibetaan van het koppel een verzoek moet indienen om zich te laten naturaliseren. Zo zijn er al enkele duizenden in Tibet. De regels om aanvaard te worden als "Tibetaan" bestaan nog niet, die moeten "later" door het "autonome regime" bepaald worden, zo staat in het charter.

[5] Zie website CTA (Central Tibetan Administration), de ‘regering’ in ballingschap.

[6] Zie persoonlijke website van de dalai lama en ook een uitzending op France-Antenne2 van 9 oktober 2008.

[7] Een schoonbroer en de 2e vrouw van een andere schoonbroer.

[8] Agence de presse Xinhua, 29/12/2008

[9] interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006

[11] Asia Times Online 21/5/09 en Voice of America 30/4/09

[12] Website ‘international Campaign for Tibet’, ‘Tibet appropriations’, FY 2010

[13] resolutie Tibet van het Europees Parlement, 25/11/2010.

[14] China Tibet Online, 9/3/2010.

19:00 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, lama, geweld, karmapa, usa

06-06-09

“Een dubbele reïncarnatie is mogelijk,” aldus de 14e dalai lama, “maar niet in mijn geval.” Over de twee 17e karmapa’s.

De karmapa is de hoogste lama van de karma-kaguy school van het Tibetaanse boeddhisme. De opeenvolgende – via reïncarnatie – karmapa’s hadden het Tsurpu klooster in de omgeving van Lhasa als standplaats en dit sinds de twaalfde eeuw. Daarmee is de “karmapa-stamboom” ongeveer drie eeuwen ouder dan die van de dalai lama’s van de gelug school. Zij waren ook de eersten die het reïncarnatiesysteem in het Tibetaanse boeddhisme binnenbrachten.

 

Zoals vele hoge lama’s ontvluchtte de 16e lama karmapa Tibet in het woelige jaar  1959 en nam zijn intrek in het Rumtek klooster in Sikkim, van waaruit hij een groot netwerk van karmapa groepen in Europa en de USA uitbouwde. Hij stierf in 1981 en in zijn vermeend testament stond dat zijn reïncarnatie te zoeken was in Zuidoost-Tibet. Dat stelde een probleem: de nieuwe Chinese autoriteiten laten meewerken of niet en splitste het kamp van de Tibetaanse bannelingen in twee strekkingen. Eén groep onder leiding van Shamar Rinpoche bestempelde het testament als vervalst, een andere wou het wel halfclandestien in Tibet proberen. De 14e dalai lama steunde deze laatste groep.

Waarom aanvaardde de dalai lama het zoeken van een belangrijke reïncarnatie binnen “communistisch” Tibet, iets wat hij voor zichzelf totaal uitsluit? Wel, de karmapa’s waren historisch politieke rivalen van de dalai lama’s. De 5e dalai lama veroverde in de 17e eeuw de lokale macht in Tibet na een bloedige oorlog met de kagyu-karma school. Daarom was het voor de huidige 14e dalai lama handig om de nieuwste karmapa in Tibet “op te sluiten” in plaats van hem als rivaal in de wielen te hebben naast zich in ballingschap. Er ontstond flink getouwtrek, de regent van het Rumtek klooster, Jamgeun Kongtrul, vond de dood in zijn BMW één dag voor zijn vertrek naar Tibet, waar hij het zoeken op gang zou brengen. Het Rumtek klooster werd in 1993 bij een religieuze retraite het toneel van een bakstenenslag tussen de rivaliserende groepen: de monniken wierpen met bakstenen naar elkaar en de politie van Sikkim moest de vechtenden komen scheiden.

Ondertussen hadden de autoriteiten in Tibet de traditionele zoektocht naar de reïncarnatie ongestoord laten doorgaan en in 1992 werd de achtjarige jongen Ogyen Trinley Dorje officieel geïnstalleerd in het Tsurpu klooster, nabij Lhasa, als de 17e lama karmapa. Volgens cijfers van de politie woonden tienduizend inwoners van Lhasa de plechtigheid bij. De “bevestiging” van Beijing werd 14 dagen later publiek voorgelezen in het klooster. De rivaliserende groep in India, in oppositie met de dalai lama, benoemde in 1994 in Delhi een andere reïncarnatie, Thinley Thaye Dorje, als 17e karmapa. Er waren dus twee "17e karmapa's".

De 14e dalai lama steunde zoals gezegd die van Lhasa en bleef in geheim contact met enkele lama’s uit zijn omgeving. De “andere” 17e karmapa in India erkende hij niet. Echter, einde 1999 is de toen veertienjarige 17e karmapa Lhasa ontvlucht, met de hulp van zijn oudere zus en samen met lama Tsewang, per wagen via Nepal,   richting India, ondanks of dankzij het feit dat hij vier jaar tevoren een terreinwagen cadeau gekregen had van de centrale Chinese regering om het geloof vlotter te verspreiden. De 14e dalai lama ontving hem met “medeleven” en liet hem in Dharamsala verder studeren in een klein klooster buiten het stadje. De 17e karmapa stond quasi onder huisarrest of kloosterarrest, hij mocht van de Indische regering niet rondreizen en evenmin naar het Rumtek klooster (dat van zijn voorganger) in Sikkim gaan. De Indische regering had schrik dat dit de separatistische beweging in Sikkim zou bevorderen. En het kwam ook de 14e dalai lama goed uit, het bleef tenslotte een concurrent en één internationaal rondreizende ster is genoeg. Het grote netwerk van karma kagyu verenigingen in Europa en de USA was wel gered van de Chinese betutteling over hun leider, de 17e, en publiceerde een resem boeken over de wonderlijke ontsnapping, hoewel een groot deel kagyupa in het westen de andere 17e volgen.

De 14e dalai lama kon de gemoederen van de twee kampen bedaren en zei in 2000, bij monde van zijn privé-secretaris in Frankrijk, dat  “iedereen vrij is om individueel te kiezen welke reïncarnatie hij volgt”.

Van zichzelf heeft de 14e dalai lama de laatste jaren dikwijls gezegd dat hij niet wil herboren worden in “bezet” Tibet. “Als het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.” (interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006). "Met de karmapa wel, maar niet met mij..."

 

Bronnen: Kagyu websites; “Karmapainfo France”; “The Dance of 17 Lives” van Mick Brown, Bloomsburry, London 2004.

10:43 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, boeddhisme, dalai lama, reincarnatie, karmapa

24-11-08

De 14e dalai lama mikt op de Koreaanse boeddhisten

Die zijn talrijk en hebben een traditie van "protest" (brengen bv 30.000 mensen samen in een meeting tegen bepaalde wetgevingen in Korea in verband met religies). De Koreaanse boeddhisten onderhouden sinds 1995 goede betrekkingen met de Chinese boeddhisten. De 14e dalai lama van zijn kant geraakt maar niet binnen in Korea, dat hem tot driemaal toe een visum weigerde (2000, 2001 en 2007. The Korea Times, 11-02-2007). Hij geeft echter niet op: begin augustus 2008 zat hij een vormingssessie voor in Dharamsala voor 300 Koreanen, 2000 Tibetanen en 1400 toeristen. De vorming werd simultaan vertaald via de radio in het Koreaans, Engels, Japans en Chinees (website dalai lama). Zo te zien beschikt die instelling toch over flinke financiële middelen, wellicht de best gevulde kas van alle mogelijke nationalistische oppositiegroepen ter wereld, die hun "land" vanuit het buitenland bewerken. Dat het de 14e dalai lama menens is met Korea blijkt ook uit het feit dat de jonge 17e karmapa (*) - sinds 2000 uit Tibet weggevlucht en onder de hoede geplaatst van de 14e dalai lama - les krijgt in verschillende talen, waaronder het Koreaans. De 17e karmapa wordt getipt als mogelijke 'regent' in ballingschap na de dood van de 14e dalai lama. "Zijn taalvaardigheid moet hem voorbereiden op internationale tournees," zeggen Tibetaanse hoge lama's in India (Time, 23-11-08). Dit laatste wijst er dan ook op dat de Tibetaanse leiders in het buitenland de internationale kruistocht tegen China willen voortzetten en zelf niet geloven in hun "gematigde voorstellen van autonomie".

(*) hoogste lama van de karma-kagyu school van het Tibetaanse boeddhisme. Waren (gewelddadige) rivalen van de gelugpa school van de dalai lamas in de 17e eeuw. Er zijn twee "17e karmapas" in omloop in India, de ene is een rivaalreïncarnatie van de andere, maar de 14e dalai lama verleent zijn hoofdsteun aan de gevluchte uit Tibet, de andere werd in India zelf gevonden, door andere lamas.  

11:46 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, korea, boeddhisme, karmapa

18-01-08

Wie wordt de volgende dalai lama?

 

De kwestie van zijn opvolging is door de huidige 14e dalai lama recent al enkele malen in de aandacht gebracht tijdens interviews. Daar zijn redenen voor. De 14e dalai lama wil dat zijn opvolger de strijd voor een verregaande autonomie of onafhankelijkheid van Tibet verderzet. Indien het zoeken naar een nieuwe reïncarnatie gebeurt door de hoge lama's die in Tibet gebleven zijn, dreigt dit niet het geval te worden. Er zijn ongeveer 1700 gereïncarneerde lama's in het totaal van de lamakloosters in de Tibetaanse gebieden in China[1]. In ballingschap verblijven er een honderdtal[2]. De 14e dalai lama liet uitschijnen dat hij zijn opvolging wel eens zou kunnen regelen nog voor zijn dood. Waarop de Chinese overheid prompt reageerde dat hij daardoor de boeddhistische tradities overboord zou gooien en dat bovendien alle gevonden reïncarnaties van hoge lama's bevestigd moeten worden door de legale overheid. De polemiek is gelanceerd.

Reïncarnatielijnen doorheen de geschiedenis

Hoge lama's[3] in het Tibetaanse boeddhisme reïncarneren in een volgende hoge lama. De opvolgingslijnen zijn aan een klooster verbonden en hebben onder elkaar geen hiërarchische band. Elk klooster is eigenlijk onafhankelijk. Het klooster van de stichter van een belangrijke school wordt wel als toonaangevend beschouwd. Dat is bvb het Samye klooster voor de oudste school, de nyingmapa. Het Sakya klooster voor de sakyapa, het Tsurpu klooster voor de karma-kagyu school en het Ganden klooster voor de laatst gekomen gelugpa school in de 14e eeuw. Enkel het Sakya klooster ligt ver verwijderd van Lhasa, in het westen, de drie andere scholen hebben hun stichtingsbasis in de omgeving van de hoofdstad. In het begin waren de dalai lama's kloosteroversten van het Drepung klooster, behorende tot de gelugpa school. Net zoals de panchen lama's kloosteroversten waren van het Tashilumpo klooster, of nog andere gereïncarneerde lama's in andere gelugpa kloosters. De abt van het Ganden klooster gold zowat als centrum voor de gelugpa, omdat de stichter van de school dit klooster liet bouwen. Maar de 5e dalai lama verliet in 1642 zijn Drepung klooster om de politieke leider van Tibet te worden. Dit bleef zo voor alle volgende dalai lama's.

tibet 05 (430)

Het Ganden klooster, bakermat van de gelugpa school 

Hoe wordt de reïncarnatie, ook tulku genoemd, van een hoge lama gevonden?

Het klooster waartoe de overleden lama behoorde stelt een zoekgroep samen, meestal onder leiding van de "dharma lama", die binnen het klooster verantwoordelijk is voor het naleven van de wetten van Boeddha. De reïncarnatie wordt bepaald door het klooster zelf. Er is één uitzondering: de dalai lama, aangezien hij niet meer tot een klooster behoorde sinds de 5e. In dit geval is het de regent van Tibet, aangesteld door de Kashag, de feitelijke lokale regering in het oude Tibet, die een zoekcommissie kiest en volgt, meestal bestaande uit hoge lama's van de belangrijke kloosters van Lhasa. Zo werd de huidige 14e dalai lama gevonden onder toezicht van de overste van het Reting klooster, de Reting rinpoche, die regent werd na de dood van de 13e dalai lama in 1934. Door zijn losbandig leven moest de Reting rinpoche aftreden en de plaats laten aan regent Taktra rinpoche. Dit ging niet zonder intriges en een kleine paleisrevolutie. De Reting rinpoche werd in 1947 vermoord. Eén van de andere slachtoffers werd de vader van de huidige dalai lama, die Reting trouw gebleven was[4]. Even werd door de nieuwe regent gedacht aan het onecht verklaren van de huidige 14e dalai lama en aan het zoeken van een andere echte, maar zonder gevolg[5]. Het zoeken van reïncarnaties was doorweven met rivaliteit tussen clans van de elite, gedurende de gehele geschiedenis van Tibet. De 8e dalai lama (1758-1804) kan als kampioen gelden. De 7e panchen lama was zijn jongere broer. De hotogtu[6] lama, die het Tashilumpo klooster bestuurde en de zoektocht naar de 7e panchen lama leidde, was zijn oom aan vaders zijde. De 10e nyingmapa lama was een andere oom van de 8e dalai lama. Dorje Pagmu, belangrijke figuur van de kagyupa school, was zijn zuster. De kalon tripa, de "eerste minister", Dorin, was de echtgenoot van de nicht van de 8e dalai lama. Zo was de periode van de 8e dalai lama redelijk uniek in de lamageschiedenis van Tibet: de macht van bijna alle boeddhismescholen was gegroepeerd in één enkele familie, met erbovenop nog de leider van de lokale Tibetaanse regering[7].

drepung

Het Drepung klooster, waar de eerste dalai lama's oversten van waren

In normale omstandigheden worden reïncarnaties van hoge lama's gezocht via een welbepaald systeem: spiegelingen in heilige meren, raadplegen van het orakel, fysionomie en alertheid van de kandidaat kinderen, herkennen van voorwerpen die tot de overleden lama behoorden, enz. De zoekcommissie van het klooster bepaalt uiteindelijk wie de reïncarnatie is en dit werd geregistreerd of bekrachtigd door de sitsab, de overheidscommissie voor godsdienstzaken van de lokale Tibetaanse regering, sinds de dalai lama's aan de macht waren vanaf de 17e eeuw. In het huidige Tibet is er een commissie voor godsdienstzaken verbonden aan het lokale parlement. Zij doen hetzelfde: registreren en bekrachtigen. In het oude Tibet gaf de sitsab de namen van de belangrijkste reïncarnaties door aan de commissie voor boeddhismezaken van de Chinese keizer. Zij kregen een keizerlijke stempel. Dit werd in 1793 tijdens de laatste dynastie, de Qing (1644-1911), precies ook de periode van de dalai lama's, in een wet gegoten. De Chinese actuele regering beroept zich daarop om te zeggen dat zij uiteindelijk het laatste woord hebben wat betreft de erkenning van een gereïncarneerde hoge lama, van welke school of van welke rang die ook moge zijn.

Wat met de panchen lama?

De panchen lama is de lijn van de eerste leerling van Tsongkapa, de stichter van de gelugpa school. Zij werden en bleven oversten van het Tashilumpo klooster in Xigaze, in de regio Tsang ten westen van Lhasa. De streken U (Lhasa) en Tsang (Xigaze) lagen verscheidene malen overhoop wat betreft de politieke macht over Tibet. Toen een drietal dalai lama's jong stierven vroeg de Qing keizer aan de 7e panchen lama (1782-1853) om het lokale bewind tijdelijk over te nemen. De 7e panchen weigerde echter de wereldlijke macht,.maar zijn regio bleef min of meer onafhankelijk van Lhasa. Het zoeken van een nieuwe panchen lama gebeurde door het Tashilumpo klooster in Xigaze, niet door de dalai lama's van Lhasa. In bepaalde gevallen, zoals hoger vermeld bij de 8e dalai lama, kon Lhasa de keuze in hun voordeel beïnvloeden. Soms ging het er ook gewelddadig aan toe. In 1879 bvb, liet de 13e dalai lama de eerste minister van de toenmalige panchen lama executeren onder de beschuldiging een spion van Engeland te zijn[8]. De toenmalige panchen vluchtte eerst naar India en dan naar China. Toen na zijn dood, zijn opvolging moest gezocht worden probeerde de regent van Lhasa een eigen kandidaat naar voor te schuiven[9]. Maar de zoekcommissie van het Tashilumpo klooster haalde de bovenhand, wel met Chinese steun. Het werd in 1989 opnieuw bekvechten en touwtrekken toen de 10e panchen lama overleed. Een commissie van het Tashilumpo klooster leidde de zoektocht naar een reïncarnatie. Vanuit zijn ballingschap mengde de 14e dalai lama zich op het laatste moment in de keuze, schoof een eigen jongetje naar voor, dat het niet haalde, maar dat meteen van de internationale "Free Tibet" groepen het statuut van "jongste politieke gevangene ter wereld" kreeg.

En de 14e dalai lama zelf, wat gebeurt er na hem?

Toen de dalai lama's politieke macht hadden, moest er na hun dood eerst een regent  aangesteld worden door de vierkoppige ministerraad. Maar de 14e dalai lama heeft nu geen politieke macht meer in Tibet. Hij beschikt wel over een regering in ballingschap, met een eigen ministerraad. Die kunnen een regent in ballingschap aanduiden, belast met het leiden van een zoekcommissie om de reïncarnatie te vinden. De huidige dalai lama is ondertussen het zoeken aan het oriënteren. Dat is traditioneel zijn recht. Hijzelf werd gevonden op aanwijzen van zijn voorganger, die in zijn testament gezegd had in welke streek te zoeken. De nieuwe panchen lama, niet het jongetje van de dalai lama, is gevonden op aanwijzen van de vorige, die de manier van zoeken, lottrekking[10] onder de drie beste kandidaatjes, als sterfwens uitgesproken had. Maar de 14e dalai lama is stilaan het terrein aan het voorbereiden voor een hervorming van het tulku systeem, althans voor hem. Wat dikwijls voorkomt in interviews is het samenroepen van een conclaaf van hoge lama's, zoals voor de herverkiezing van een paus, dat dan een nieuwe en volwassen opvolger voor de dalai lama bij stemming aanduidt. In de loop van de geschiedenis was de minderjarige periode van de gereïncarneerde dalai lama vijf kansen op zes een onstabiele periode met teveel rivaliteit tussen de elitefamilies en onbeslistheid op politiek vlak. Dat wil de 14e dalai lama vermijden. Er zijn dus twee mogelijkheden: een conclaaf zoals de katholieken of een betrouwbare regent aanduiden. Hij sluit nog niets uit. Soms ziet hij de volgende dalai lama in de persoon van een westerling in plaats van een Tibetaan. Op een ander moment zegt hij dat er misschien geen volgende dalai lama moet komen. Maar bovenal mag de volgende geen Tibetaan zijn die nog in Tibet woont, want dan zitten de Chinezen ertussen. Waarbij hij voorbijgaat aan de wens van de Tibetaanse boeddhistische gemeenschap en hun lama's in Tibet zelf, toch vijf miljoen mensen tegenover 120.000 in ballingschap. Op zijn persoonlijke website zegt hij het duidelijk: "Als ik sterf voor we naar Tibet kunnen terugkeren, dan zal er een volgende dalai lama nodig zijn. Als er een vrij en democratisch Tibet komt voor ik sterf, dan is er geen dalai lama als Godkoning meer nodig." En in een interview: "Als het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen voleindigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land. De Chinese regering zal ook een dalai lama aanduiden, hij zal een valse dalai lama zijn."[11]

Geruchten[12] lopen dat de 14e dalai lama de 17e karmapa lama[13] als zijn opvolger of als regent zal aanstellen. Dit is mogelijks één van zijn visjes gelost in de media[14]. Toch onwaarschijnlijk, gezien de karma-kagyu school de politieke macht had in Tibet, begin 17e eeuw, net voor de dalai lama's die veroverden en na een bloedige burgeroorlog. Die vete is nog niet uitgewist. De karma-kagyu school heeft veel aanhangers in Europa en de USA, meer dan de gelugpa school van de dalai lama zelf[15]. Dit kan een reden zijn waarom informeel aan de 17e karmapa "gedacht" wordt. Maar een rivaalorde de macht in ballingschap geven kan de eigen gelugpa bonzen van de 14e dalai lama moeilijk liggen. Een interreligieuze toenadering? Of de vrees dat de rivaliteit zal losbarsten na zijn dood?[16] Er bestaan ook twee "17e karmapa's", beiden in India en die elkaar het recht op de authentieke reïncarnatie betwisten. De huidige dalai lama heeft de uit Tibet ontsnapte onder zijn bescherming genomen, de andere is eerder een contestant. De karma-kagyu school in het westen is verdeeld over wie ze volgen. Kortom, het wordt geen gemakkelijke zaak, de 14e dalai lama moet aan politiek koorddansen doen binnen eigen rangen om een aanvaarde autoriteit als opvolger te vinden. Eén zaak staat vast: hij wil er een die buiten Tibet verblijft om de Tibetaanse onafhankelijkheidsgedachte verder uit te dragen. Hoe en wie is nog de vraag.

Wat is de Chinese regering van plan?

Zij kunnen perfect zeggen dat de huidige lokale overheid van Tibet hetzelfde is als de regenten van toen en dat die een commissie kan aanstellen om de reïncarnatie van de dalai lama te vinden, gezien er geen enkel klooster is waartoe de dalai lama behoort. Zullen zij het doen of schuiven zij de panchen lama, die wel nog tot een klooster behoort, als religieuze leider van de gelugpa school naar voor? Voor hen is er geen grote nood om een nieuwe dalai lama te zoeken, noch te vinden, gezien de dalai lama's meer een politieke functie hadden in het oude Tibet dan een religieuze.

Het is echter wel te verwachten dat de Tibetaanse en Mongoolse boeddhistische gemeenschap in China zelf er een wil. Die zullen zij dan zoeken volgens de traditionele methode en voorleggen ter bekrachtiging aan de regering. Waarmee er mogelijks twee zullen zijn, één in Tibet en één erbuiten.

China wil aantonen dat de huidige dalai lama de regels van het Tibetaanse boeddhisme overboord gooit, door een opvolger te kiezen in functie van zijn politieke actie voor onafhankelijkheid. Waarmee China een sterk punt heeft: kerk en staat gescheiden houden. De 14e dalai lama wil duidelijk een opvolger die het "land" wil heroveren. En dat zit China dwars. "Boeddhisme goed en wel," zeggen zij, "maar geen separatisme". In tal van geschriften hebben zij de 14e dalai lama als landverrader omschreven, waarbij zij ondermeer verwijzen naar de 15 jaar lange guerrilla-activiteiten[17] onder zijn leiding (1959-1974), naast beschuldigingen van "verlaten van traditionele boeddhistische rituelen". De kans is groot dat China vrij spel geeft aan de hoge lama's in Tibet om zelf een nieuwe reïncarnatie voor de huidige dalai lama te zoeken. Maar niet voor hij dood is. Terwijl de 14e dalai lama voorsprong neemt en het wil doen voor hij sterft. China zal in elk geval de door hem aangewezen opvolger niet "erkennen". Terwijl zij de huidige dalai lama nog als dalai lama bestempelen. Een opvolger, die naar hun mening niet volgens de traditionele regels gekozen wordt, zullen zij als fake bestempelen. Historisch is dat al voorgevallen toen Lajang Khan, een Mongoolse veldheer, begin 18e eeuw, een tweede 6e dalai lama zelf aanstelde, zonder regels te volgen. Het geheel van de Tibetaanse hoge lama's riepen de hulp in van een leger van de Chinese keizer om de nepdalai lama met zijn uitvinder te verdrijven en de door hen traditioneel gevonden reïncarnatie als 7e dalai lama naar de troon te escorteren, in 1720.

 



[1] "les religions en Chine", éd Nouvelle Etoile, Beijing, 1997.

[2] "Tibet Handbook", Gyurme Dorje, Footprint Handbooks, London, 1996.

[3] Soms wel "levende Boeddha's" genoemd, maar dat is een contradictie in terminis, een Boeddha is niet meer onder de levenden, hij trad het nirvana binnen.

[4] getuigenissen van moeder en broer van de 14e dalai lama in "A History of Modern Tibet", vol 2, Goldstein, pag 203, University of California Press, 2007.

[5] ibidem, pag 203, voetnoot 84.

[6] Een "hotogtu" hoge gereïncarneerde lama verschilt van een gewone hoge gereïncarneerde lama enkel door het feit dat hij "geregistreerd" werd door het centrale gezag in Beijing tijdens de Qing dynastie, die hem de titel "hotogtu" meegaven.

[7] "The 14th dalai lama", Siren and Gewang, pag 15, Intercontinental Press, Beijing, 1997.

[8] "Tibet, A Political History", Shakabpa, pag II,65, Yale University Press, 1967.

[9] "A History of Modern Tibet", Goldstein, vol 2, pag 268. University of California Press, 2007.

[10] "lottrekking in een gouden urne », voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel van Lhasa is een traditie die rivaliteit moest beperken en zich in gang zette einde 18e eeuw, onder impuls van de Qing dynastie.

[11] MO magazine, nr 33, mei 2006.

[12] Association France-Tibet, interview Ursula Gauthier in le Nouvel Observateur, 29/11/2007.

[13] De jonge 17e karmapa vluchtte in 2000 - hij was toen vijftien jaar - weg uit Tibet, in een terreinwagen, vergezeld van een lama van het Tsurpu klooster, die in verbinding stond met de 14e dalai lama in Dharamsala in India. Aan de grens werd hij opgewacht door een Ambassador taxi van de Tibetaanse regering in ballingschap, die hem tot bij de 14e dalai lama bracht. ("The dance of 17 lives", Mick Brown, Bloomsbury Publishing, London, 2004).

[14] Ondermeer in een interview met Raimondo Bultrini, 15 juli 2007, JustOneTV.com.

[15] De 16e karmapa kwam veel eerder rondtoeren in Europa en in de USA dan de huidige dalai lama. Hij moeide zich weinig met politiek maar stichtte veel boeddhismescholen in het Westen. Vandaar de grotere karma-kagyu aanhang in onze landen.  

[16] In een interview met de Duitse ARD, 15/06/99, maakt hij daar allusie op: "Zolang de huidige dalai lama leeft, zal alles goed verlopen. Maar wanneer hij er niet meer zal zijn kan de situatie oncontroleerbaar worden." Het is bekend dat binnen zijn parlement in ballingschap een fractie bestaat die openlijk voorstander is van het hervatten van guerrilla-akties. 

[17] « Buddha's Warriors », Mikel Dunham, met voorwoord van de 14e dalai lama, Penguin Books, New York, 2004.