21-12-10

‘WikiLeaks’ zag de dalai lama voorbijkomen

In de ‘WikiLeaks-files’ – de ‘gekraakte’ vertrouwelijke correspondentie van het VS-ministerie van buitenlandse zaken – zit ook een beetje correspondentie vanwege de VS-ambassadeur in Delhi over gesprekken die deze had met de dalai lama, zo meldt de Hongkongse krant ‘The South China Morning Post’ (18/12/10).

Het is natuurlijk geen geheim dat de 14e dalai lama goede betrekkingen onderhoudt met de VS-ambassade in Delhi. Dat is al zo sinds 1951, toen de dalai lama nog in Lhasa woonde. De VS wilden toen de dalai lama in ballingschap doen vertrekken. Gedurende acht jaar probeerden ze hem te overtuigen. In 1959 is het dan gelukt. De functie van de dalai lama zou er een worden om vanuit het buitenland ongestoord China te bestoken.[1]

Dit even ter herinnering, maar nu de recente stukjes van gesprekken van de dalai lama met VS-ambassadeur Roemer. Daar staan geen echte ‘onthullingen’ in. Wat daar gezegd werd (of genoteerd), zegt de dalai lama ook openlijk in interviews of in toespraken. De dalai lama zou bv. Roemer hebben toevertrouwd dat “de politieke agenda (rond Tibet) vijf tot tien jaar terzijde mag geplaatst worden en dat de internationale gemeenschap zou moeten focussen op de klimaatverandering op het Tibetaanse hoogplateau”.

Eerst dit: de dalai lama laat zijn politieke agenda nooit terzijde, getuige daarvan al zijn publieke verklaringen, onlangs nog in zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart 2010[2], waarin hij pleit voor een verandering van het politiek systeem in geheel China en ook de rellen in Xinjiang goedpraat. Geen woord over het klimaat noch over ecologie, of bijna niet.


Toch is de dalai lama al sinds lang de eco-toer opgegaan. Ongeveer vanaf de klimaattop in Rio in 1992 begon zijn ecologisch offensief tegen China: “massale ontbossing, vervuiling van rivieren door mijnbouw, uitroeiing van wilde dieren, erosie door ongebreidelde akkerbouw, bevolkingsdruk op het milieu door import van miljoenen Chinezen in Tibet, industriële vervuiling, visvangst, enz.” Zijn administratie pleegde uitgebreide rapporten in de jaren 1990. Hij heeft er de sympathie van de meerderheid van de Europese ‘groene partijen’ mee gewonnen, die eerder al gevoelig waren voor zijn ‘alternatieve’ spirituele boodschap. Tegelijk vond zijn onafhankelijkheidsgedachte ingang.

Dat hij nu recent de VS aanmaande om meer de klemtoon te leggen op ‘het klimaat’ in Tibet (in zijn denkwereld de ecologische ramp, die de Chinezen veroorzaken) is niet verwonderlijk, gezien de aanloop naar de klimaatconferenties van Kopenhagen en Cancún. Hij zag hier een kans om China in een slecht daglicht te plaatsen. “De derde pool van de aarde redden door de Chinezen eruit te gooien” is de achterliggende redenering van de administratie van de dalai lama. Maar de VS zijn niet openlijk gevolgd in deze aanklachten.   Waarom niet? Omdat de VS goed weten dat die beschuldigingen op niets steunen of al twintig jaar achterhaald zijn. Omdat China stilaan internationaal bekend geraakt, zeker bij de kenners, als zeer goed voorbeeld, zelfs koploper, in de aanpak van ecologische problemen, en zeker op het hoogplateau. Het zou dus zijn overgekomen zijn als dwaze propaganda. Er is internationale wetenschappelijke ecologische samenwerking op en over het hoogplateau, tot en met de NASA toe. Het kan toch niet dat de dalai lama en zijn administratie daar geen weet van hebben. Vaststelling is dus dat de dalai lama verwrongen informatie over de ecologie in Tibet verspreidt en het dus als een politiek werktuig gebruikt. De persoonlijke overtuiging van de dalai lama over ecologie kan ik niet beoordelen. Wanneer hij concreet over ecologie spreekt dan heeft hij het uitsluitend over Tibet - dat kan ik wel vaststellen - niet over de wereldwijde problematiek en niet over de verantwoordelijkheid van het geïndustrialiseerde Westen.

In december vorig jaar hield de dalai lama een twee uur lange toespraak in Tasmanië met als titel: “Our Earth – Who Should Be Responsible for It”. Daarin kwam niets voor over ecologie elders dan in Tibet, met de gekende aanklachten. En “Responsable” is illustrerend voor het volgende: rond de top van Kopenhagen hadden de “Free Tibet”- groepen als eis “een internationaal inspectieteam” voor Tibet.

 

Wat zijn dan de werkelijke ecologische problemen in Tibet?

De ecologie op het hoogplateau kampt met twee hoofdproblemen.

Er is de klimaatopwarming en er is de overbegrazing. De twee factoren samen resulteren in woestijnvorming.

Dit artikel gaat daar verder op in:

 http://infortibet.skynetblogs.be/archive/2010/01/14/strijd-tegen-de-klimaatverandering-in-tibet-en-op-het-hoogpl.html

 

Verder zijn er natuurlijk de vele kleinere problemen, die ook een oplossing zullen of moeten krijgen. Er wordt echter aan gewerkt.

* Het wagenpark in Tibet groeit te snel. Nu al is er één gemotoriseerd vervoermiddel per vijf inwoners van Lhasa. Het stadsbestuur zet nu zuinige grote bussen in en bant de honderden oude vervuilende minibussen.

* Er wordt nog teveel hout en kolen verbrand voor de keuken en de verwarming. Lhasa schakelt over op gas, dankzij een nieuwe pijplijn vanuit Qinghai. Boeren kunnen gratis een put laten bouwen voor het produceren van methaangas uit stalmest.

* Het privé-elektriciteitsverbruik stijgt te snel. Enkele bijkomende dammen en hydro-elektrische centrales zijn in aanbouw. Het gebruik van fotovoltaïsche en de thermische zonne-energie neemt  zienderogen toe.

* Industrie: wordt klein gehouden. Eén derde van het grondgebied van Tibet is verboden voor de industrie.

* Mijnbouw: alle kleine ‘artisanale’ mijnbouw is voortaan verboden.

Tot slot nog twee anekdotische passages uit de wiki-gesprekken van de dalai lama met de VS-ambassadeur.

* De dalai lama bekritiseert het feit dat Tibetanen nu een technische opleiding krijgen. Dat noemt hij “disrupting their nomadic lifestyle with vocational training” of vrij vertaald: ‘nomaden moeten nu een stiel leren, dat vloekt met de traditie’. Het aantal mensen op dit hoogplateau is de laatste vijftig jaar verdriedubbeld, het aantal yaks en schapen ook, graasland is er niet bijgekomen, integendeel. Er zijn ook geen pure nomaden meer in Tibet, die mensen hebben allemaal een huis, maar ze zijn wel soms maanden weg met de kudde. Onlangs sprak ik nog met een uitgeweken Tibetaan in Brussel. Hij vond het jammer dat zijn vroegere dorpsgenoten niet meer ‘overal’ kunnen gaan met hun kudde, dat de lokale overheid nu de graaslanden afgebakend in afzonderlijk familiebeheer gaf. Dat is zo. De lokale overheid probeert de families de verantwoordelijkheid te geven voor het onderhoud van de graaslanden om precies overbegrazing tegen te gaan. Voor de dalai lama is het ecologisch nodige verminderen van de veestapel een “vernietiging van de traditionele Tibetaanse cultuur”. Het ecologisch hoofdprobleem schuift hij dus terzijde, erger, hij bekampt de oplossing. Zelfs gewoonweg het ‘verantwoordelijk stellen van herderfamilies voor een afgebakende oppervlakte graasland’ wordt betwist door de kringen rond de dalai lama.

* En nog dit : de dalai lama is volgens zijn zeggen niet voor ‘onafhankelijkheid’ van Tibet. Maar in het vrijgegeven gesprek zegt hij wel dat Tibet zoiets moet worden als “Engeland tegenover de Europese Unie”, goede vrienden (vermoedelijk met China), maar “preserving national identity”. De ‘nationale identiteit’ in het geval van Engeland is dan toch een afzonderlijke staat.  

      DSCN4069.JPG

elektrische warmtestralers zijn in de mode in Tibet



[1] De correspondentie van die  periode is integraal te vinden in ‘A History of Modern Tibet, 1913-1951’ van Melvyn Goldstein, University of California Press, 1989.  

[2] 10 maart is de ‘nationale feestdag’ van de in 1959 gevluchte (mislukte) opstandelingen. Toespraak te vinden op zijn persoonlijke website. Nota: de dalai lama zit ook op facebook, twitter en youtube. Dat doet hij allemaal zelf niet natuurlijk. 

 

10:09 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, klimaat, china

14-01-10

Strijd tegen de klimaatverandering in Tibet en op het hoogplateau

Hogere temperatuur

De gemiddelde temperatuur in Tibet is de laatste vijftig jaar met 0,3°C per decennium gestegen, wat neerkomt op 1,6°C hoger nu dan in 1959.[1] De vier warmste winters van de laatste 35 jaar in Tibet zijn allen na het jaar 2000. De vooruitzichten van de Wereldorganisatie van Meteorologen zijn dat de temperatuur op het hoogplateau nog met 1,6°C bijkomend zal stijgen tegen 2039 en met nog eens 2,4°C tegen het einde van de eeuw, in het beste geval, rekening houdend met een drastische vermindering van de CO2 uitstoot wereldwijd, anders wordt het dubbel zoveel. Verschillende studies wereldwijd hebben ook aangetoond dat zones boven de 4000m sneller opwarmen dan de rest van de wereld. De gletsjers in Tibet krimpen jaarlijks met 10 tot 15m. Bij het brongebeid van de Yangzi, in Qinghai, is op veertig jaar tijd ongeveer 200km2 gletsjeroppervlakte verdwenen. Sommige meren worden daardoor tijdelijk groter, ondanks de lage neerslag in Tibet. Zo is het Serling Tso meer, het tweede grootste van Tibet, 800 vierkante km groter geworden gedurende de laatste tien jaar, waardoor evenveel grasland voor de veestapel verloren ging. Voor Tibet zelf zal de opwarming een gunstige invloed hebben op de landbouw op die barre hoogte, maar de waterhuishouding dreigt wel voor problemen te zorgen. Zowel overstromingen als tijdelijk gebrek aan irrigatie- en drinkwater kunnen gevolgen zijn. Van algemener belang is het afkoelend effect van het Aziatische hoogplateau op het wereldklimaat. Indien het afkoelingseffect vermindert, dan versnelt de opwarming van de aarde en dat is geen rechtstreeks effect meer van de broeikasgassen.

 

Woestijnvorming

In het noorden en het westen van het hoogplateau, in de provincie Qinghai en in West-Tibet komt naast die hogere temperatuur een tendens tot minder neerslag, gemiddeld 20% minder dan 50 jaar geleden. Dat is wel meer nefast voor die op zich al zeer droge gebieden. Rechtstreeks gevolg is onmiddellijke woestijnuitbreiding. Het weinige gras dat er al stond verdwijnt, berghellingen verzanden. Op twintig jaar tijd is dit voor mij zichtbaar. De veeteelt accentueert dat nog. Er zijn nu driemaal zoveel jaks en schapen als vijftig jaar geleden, want er zijn ook driemaal zoveel Tibetanen[2]. De jacht[3] in het verleden - nu verboden – benadeelde eveneens het gras, want de ‘pika’s’ – een soort grasetende hooglandratten – vermenigvuldigden zich tot een epidemie, omdat de kleinere roofdieren geschoten waren voor hun pels of pluimen. Die ‘pika’s’ zag ik ook krioelen.

 woestijn qinghai

Een deel van het hoogplateau is woestijn. Hier in de provincie Qinghai, op 5000m.

Te veel regen in het oosten van het plateau

In oostelijk Tibet en in de provincie Sichuan is de tendens er de voorbije decennia een van meer neerslag. Dit was al een vochtige streek. Daar neemt het overstromingsgevaar en het gevaar op aardeverschuivingen toe.

 derong (27)

Dat is nog maar een kleintje

trekking3 (37)

Het kan er vochtig zijn op de grens tussen Tibet en Sichuan

Hoe reageert de overheid?

Door grootscheepse bebossingprojecten in gang te zetten, door de veestapel te verminderen, door enorme oppervlaktes van graslanden te beschermen, door industrie te beperken.

Dat is nogal evident, kan men zeggen. Maar de schaal, de middelen en de snelheid van uitvoeren zijn minder evidenties. China is nog grotendeels een ontwikkelingsland, met een BNP per inwoner, dat nog lager is dan dat van Turkije. Het hoogplateau is zo groot als vijf maal Frankrijk en neemt een vierde van het Chinese grondgebied in beslag, dat is dus zeer groot. Budgetten van miljarden[4] euro worden door de centrale overheid de laatste jaren vrijgemaakt. De Chinese staat heeft veel centen omdat zij het grootste deel van de economie controleren en er dus veel belastingen uithalen. Die kunnen ze dan besteden aan prioriteiten naar keuze. Indien zij de bescherming van het leefmilieu op het hoogplateau hoog op de budgettenagenda plaatsen, dan mag ons dat wereldwijd verheugen. Welke liberale vrijemarkteconomie zou een dergelijk programma willen en kunnen snel op gang trekken?

China heeft er natuurlijk zelf belang bij, anders zouden ze het niet doen. Hun onafhankelijke voedsel- en waterbevoorrading hangt er van af. Indien zij het hoogland niet redden krijgen ze vrij binnenkort grote problemen in de rest van Noord-China. Maar wie snelt hen ter hulp voor de wereldimpact van dat hoogplateau, de ‘derde pool’ van de aarde? Niemand. Integendeel, er is gekanker over ‘onafhankelijkheid’ van dat gebied, met een religieuze leider als pion, om China te verzwakken in het wereldmachtspel. Welke Westerse mogendheid zal meer miljarden inzetten om het hoogplateau te redden? Wanneer we naar de woestijnvorming in Afrika kijken zal het niet direct uit de Westerse mouw vallen.

 

Tibet plant bomen waar er nooit stonden.

In 2010 wordt langs de weg van Xigaze tot in Sakya (afstand 150 km, in West-Tibet) een strook bomen aangeplant, die gemiddeld 800 m breed zal zijn. Die weg ligt grotendeels net boven de 4000m. Daar groeide vroeger niet veel meer dan hard hooglandgras.

Eén derde van het Tibetaanse grondgebied is sinds 2006 als beschermde zone bestempeld, waar geen menselijke exploitatie meer mag plaatsvinden.

bomen Xigaze


Een zijdelings beschermen van de bomen op het plateau is de bevordering van biogasputten bij de landbouwersfamilies, om hout als brandstof voor de kachel te vervangen door biogas op basis van dierlijke uitwerpselen. De installatie wordt de laatste jaren op grote schaal gratis ter beschikking gesteld van de Tibetaanse landelijke gemeenschappen.     

 

Gelijkaardige bebossingprojecten zijn op grote schaal aan de gang in de provincie Qinghai, die het noorden van het hoogplateau vormt, ook in een deel van de provincie Gansu, in het noordoosten. Honderden vierkante kilometers krijgen boompjes in de grond, dank zij ongeveer 140 miljoen euro subsidie van de centrale Chinese overheid.

In elk geval, ter plaatse heb ik kunnen vaststellen over de jaren heen dat de bevolking, via haar lokale structuren, er ten volle aan mee werkt. Het zijn groepen van gewone dorpelingen, die bomen planten. De grenstroepen van het leger worden ook ingeschakeld, zij graven de putjes. De dorpelingen krijgen een kleine vergoeding per dag.

 

Op de markt in Lhasa kun je een poster kopen met een oude foto van het Potala paleis, ergens begin 20e eeuw. De wijde omgeving van het paleis is er ook op te zien. Wat is niet te zien? Bomen. Het is een fictie dat het nieuwe Chinese regime alles zou weggekapt hebben sinds 1951. Nu zijn er wel bomen in Lhasa. De bebossinggraad van het arrondissement Lhasa is nu 10,5%, dat is vrij hoog voor een stedelijke agglomeratie, vooral ook gezien de geografische en klimatologische omstandigheden. Het stadsbestuur plant voor 2010 nog eens 13 vierkante km bos bij te planten, als beschermgordel tegen zandstormen. In geheel Tibet is in 2009 iets meer dan 100 miljoen euro besteed aan bebossing. Wanneer je Tibet bezoekt, van jaar tot jaar, dan zijn die inspanningen ook zeer zichtbaar. Op het oude stadscentrum na, is Lhasa is een zeer groene stad geworden. In geheel China is de bebossinggraad nu 21%, dat is ook niet mis, gezien het dorre noorden en het uitgestrekte hoogplateau, waarvan grote delen boven de 5000m liggen. Het is bijna evenveel als in het tropische Papua New Guinea met zijn 24%. In de komende vijf jaar wil China daar 2% bijdoen. Gezien de grote oppervlakte van het land en de weinige beschikbare gronden (7% van de bebouwbare oppervlakte ter wereld voor 20% van de wereldbevolking) is dit een exploot op zich. Die inspanningen zijn ook merkbaar rond vele steden in het land.

 

Slecht bosbeheer rechttrekken in de provincie Sichuan

In de jaren 1960 en ’70 werden te veel bomen gekapt in West-Sichuan, op de oostelijke flank van het hoogplateau. De kale gevolgen daarvan zijn nu nog steeds zichtbaar op de hellingen van de diepe valleien van alle bijrivieren van de Yangzi. Vanaf de jaren 1980 kwam er meer en meer verbod op houtkappen in die streken. De toepassing liet soms te wensen over en het lokale economische winstbejag, door de pas meer vrijgelaten ‘markt’ in China, bracht nog niet onmiddellijk een streng bosbeleid mee, zo getuigt J.Studley (zie bronnen). Ook de Chinese overheid moest bijna jaar na jaar de wettelijke en de praktische bescherming van de bossen verstrengen. Definitief gebeurde dit in 1998, met een compleet kapverbod en een degelijk controlesysteem in een gebied van 45.000 km2. Daarnaast kreeg nog eens het dubbele van die oppervlakte herbebossing als bestemming, samen dus goed voor vier maal de oppervlakte van België. Maar het blijft waar dat China nog kampt met inventarisering  en met managementproblemen wat bosbeheer betreft.  

 

graslanden

De centrale Chinese regering heeft in 2009 besloten om voortaan jaarlijks 80 miljoen euro aan subsidies te voorzien voor de bescherming van de graslanden in Tibet en de woestijnvorming tegen te gaan, dat maakte de Tibetaanse gouverneur Qianba Puncog bekend in december van dat jaar.

Ongeveer 20% van Tibet is woestijn, dat is 200.000 km2 of zes maal België. De budgetten van de laatste jaren waren er op gericht om uitbreiding te voorkomen. Voor de komende twintig jaar lanceert de regionale overheid het project om 30% van de woestijn terug te winnen door grasbeplanting, dat is gras planten en onderhouden op een oppervlakte gelijk aan tweemaal België. Zien of ze daarin slagen, wie zou het niet hopen?

Het brongebied van de Gele Rivier, de Blauwe Rivier en de Salween wordt ontvolkt

De Chinese overheid heeft een enorm gebied, iets groter dan Frankrijk, tot hoogst belangrijke ecologische zone gedecreteerd. Het gaat om het brongebied van drie grote stromen: de Gele en de Blauwe Rivier en de Salween. Menselijke activiteit wordt daaruit gebannen. Het is een streek met weinig neerslag en liggend op grote hoogte: gemiddeld 5000m. De talrijker wordende veestapel bracht het gebied wel op kritiek grastekort. Via satellietfoto’s wordt vastgesteld dat er al enig effect is gedurende de laatste drie jaar: het grasland herstelde zich op een klein tiende van die oppervlakte.

 

Een eerste thermische centrale in Tibet

Tot in 2009 was de totale opgewekte elektriciteit in Tibet duurzame elektriciteit op waterkracht. Daar is nu verandering in gekomen. Een grote thermische centrale op basis van stookolie trad in werking einde december 2009. De centrale werd gratis geleverd en geïnstalleerd door de China Huaneng Group[5], een staatsbedrijf, als noodcentrale om het tijdelijk tekort aan elektriciteit, vooral in Lhasa, op te vullen. De capaciteit van de stuwmeren kan de groeiende consumptie van elektriciteit niet meer aan. Door de gestegen welvaart in Tibet kochten de mensen veel elektrische apparaten, waaronder warmtestralers. Daarbij kwam nog dat 2009 een extra droog jaar was voor Tibet. De elektriciteitsproductie kon niet volgen – wel 25% capaciteit te kort, volgens de elektriciteitsmaatschappij - vandaar dat deze winter de cementfabrieken en de mijnen stilgelegd werden voor zes maanden, om de elektriciteitsvoorziening aan de bevolking te blijven garanderen. Toch blijkt deze maatregel niet voldoende, want Lhasa kent nu al sinds oktober geregeld stroomonderbrekingen. De totale geïnstalleerde capaciteit in Tibet was 720 Megawatt in 2009, dat is nog 20 maal minder dan in ons kleine België. De nieuwe thermische centrale doet hier in één klap 100 Megawatt bij, dat is dus 14% niet duurzame elektriciteitsopwekking, daar waar het vroeger nul was. Een tekort aan energie is nog een algemeen probleem voor China, het gaat niet enkel om Tibet. In verschillende grote agglomeraties in het land treden in de winter ook nog stroomonderbrekingen op. Zo moest de grote moderne industriestad Wuhan midden december 2009 een tweeduizendtal bedrijven stilleggen om algemene onderbrekingen te voorkomen.

 

 

 

Bronnen: Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), opgericht door de World Meteorological Organisation (WMO) en het United Nations Environment Programme (UNEP), persagentschap Xinhua, John Studley in ‘International forestry review’ 1(4) 1999, eigen bezoeken.

 



[1] “Journal of Geographic Sciences”, Volume 16, 2006,3

[2] De stelling van de groepen rond de dalai lama die zegt dat er 1,2 miljoen Tibetanen omkwamen door het Chinese bestuur is gewoon onmogelijk bij een verdrievoudiging van de bevolking tot 6 miljoen mensen nu, dat tonen verschillende demografen aan. Maar het verzinsel blijft circuleren.  

[3] De jagers waren Tibetanen, geen Han Chinezen, zoals de groepen rond de dalai lama nu nog rondvertellen. De huidige jachtopzichters en de eventuele stropers zijn ook nog Tibetanen.

[4] De optelsom is moeilijk te maken, want er komen bijna elke maand nieuwe budgetten bij. Bovendien zijn er ook regionale budgetten en gesubsidieerde projecten vanuit andere provincies en zelfs enkele vanuit het buitenland. Voor 2010 maakt de centrale regering 2,5 miljard euro vrij voor het gehele hoogplateau (Xinhua, 2/3/09). In Tibet zelf werd voor het totaal van de laatste zes jaar 1,7 miljard euro besteed aan het onderhoud en het aanvullen van ongeveer 100.000 km2 (driemaal België) beboste oppervlakte.

[5] 425e op de wereldranglijst der grootste bedrijven.

 

21:20 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: tibet, woestijnvorming, klimaat, bebossing, natuurgebieden

21-06-09

“Droge regen” in Tibet

De ergste droogte sinds 30 jaar.

 

“Droge regen”, dat is de ondertitel bij een foto van het Chinese persagentschap Xinhua; een foto die een droge rivierbedding in Tibet toont. “Droge regen” is een voorbeeld van het Chinees taalgebruik en denkpatroon, dat vrij verschillend is van het onze (zoals sinoloog Cyrille Javary het formuleerde “Les Chinois ont un autre cerveau que nous”). Voor ons kan dat niet, “droge regen”. Bij ons is het ofwel droog, ofwel nat. Voor een Chinees is er altijd een samenspel tussen droog en nat. Maar dat is het onderwerp niet van dit artikel.

Het onderwerp is ernstig: Tibet kent de ergste droogte sinds 30 jaar. Vijf van de zes departementen die Tibet telt zijn getroffen. Eén op zes akkers lijdt zeer zware schade, de gewassen verdorren en zullen enkel dienen als mager veevoeder. De neerslag was ongeveer 30% minder tijdens de maanden mei en juni, zelfs 80% minder voor de “graanschuur” van Tibet (Lhasa, Xigaze, Shannan). Eén op de vier van de meteorologische stations in Tibet noteerde geen noemenswaardige neerslag sinds zeven maanden. Mei en juni zijn precies de groeimaanden voor de gewassen, want in april vriest het nog.

Dit jaar zal een zeer slechte oogst geven. In het oude regime moesten de boeren in zo’n situatie aankloppen bij de landheren en de kloosters, waar ze tegen woekerintresten en gratis arbeid een deel van de soms grote graanreserves aldaar konden afkopen om te overleven. Daarbij geraakten zij meestal voor generaties lang in de schulden.

Wat gebeurt er nu?

De velden die geïrrigeerd zijn – en dat is ongeveer de helft – brengen het er nog goed vanaf. Toch hangt het af van het soort irrigatie: komt die van een goed gevulde rivier of komt die van een bron of van een waterput, want een deel van de waterputten staat droog. Sommige putten van 10m diep produceren niets meer. De lokale overheden boren dieper voor het ogenblik of laten water aanvoeren met containerwagens. Het leger is ingeschakeld om afgezonderde dorpen van drinkwater te voorzien en om te helpen bij het begieten van de groenten in de serres. Het hardst getroffen zijn de dorpen met niet bevloeide velden. Een soort “calamiteitenfonds” voorziet 4 miljoen euro om de meest getroffen landbouwers te compenseren voor het verlies aan opbrengst, een bescheiden som die ongeveer overeenkomt met 500 euro per getroffen gezin. In eerste instantie wordt alles gezet op het “redden van de oogst”. Toch zijn ondertussen al 13.000 stuks vee (op 20 miljoen) omgekomen van de droogte, aldus de lokale overheden.  

DSCN3965

Het probleem van de droogte in Tibet dreigt zich te versterken door de wereldwijde klimaatverandering. De gemiddelde temperatuur in Tibet is de laatste 30 jaar met iets meer dan 1°C gestegen en de neerslag is met enkele tientallen mm verminderd. Dit voorjaar lag de gemiddelde temperatuur 2°C boven het normale. Per jaar komt er in Tibet een oppervlakte van 400 km2 bij als woestijngebied, dat is enorm. De lokale Tibetaanse overheid “sluit graslanden”: verboden te grazen, ongeveer 1 miljoen km2. Daarnaast financieren zij projecten om gras te planten, met de hand, op enorme oppervlaktes. Het doel is om de woestijnvorming in te dammen tegen 2010 en om de helft terug te winnen tegen 2020.

De droogte is niet enkel in Tibet een probleem, geheel Noord-China heeft ermee te kampen. In de provincie Ningxia worden meer dan 1 miljoen mensen “catastrofaal” van drinkwater en voedsel voorzien.

22:51 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: landbouw, klimaat, tibet

05-01-08

Tibetaanse herders verplicht om in steden te gaan wonen?

 

Het Amerikaanse Human Rights Watch publiceerde in mei 2007 een rapport over de ontheemding van de Tibetaanse herders. "Tal van Tibetaanse veehouders worden verplicht om hun kudde te slachten en zich te vestigen in nieuwe woonkolonies in de nabijheid van steden en aldus hun traditionele manier van leven vaarwel te zeggen... met grotere armoede als gevolg."[1] HRW eist van China toegang voor een internationale onafhankelijke commissie van experts en het onmiddellijk stopzetten van de "volksverhuizing". De aanklacht werd overgenomen in het rapport van de commissie voor de mensenrechten van het Amerikaanse Congres, in oktober 2007[2].

En in de Commissie voor de Mensenrechten van het Europese Parlement gebeurt hetzelfde op 27 november, waar sprekers van HRW en International Campaign for Tibet (ICT)[3] de informatieverstrekkers zijn. 

HRW stelt: "die arme Tibetaanse herders hebben geen recht op HUN grond." Grond is niet privé in China. HRW vindt dit een schending van de mensenrechten, want voor hen is privé-grondbezit een heilig universeel recht. Herders, die verhuizen en een ander beroep beginnen, worden inderdaad niet vergoed op basis van een eventuele marktprijs van de grond, maar enkel voor de gebruikswaarde, voor het inkomen dat ze eruit haalden. Dat grond een andere prijs heeft in China dan in Arizona, waarmee bemoeit HRW zich? Mogelijks zit het feit dat westerse kapitalen geen grond kunnen kopen in China hun ook dwars?

Waarom moeten Tibetaanse herders verhuizen?

"Ze worden gedwongen in stedelijke agglomeraties te gaan leven om ze daar beter te kunnen controleren," zegt HRW. Wat is de realiteit?

Er is teveel vee en er zijn teveel mensen. In het oude Tibet stierven de mensen jong. De moeder van de huidige dalai lama wierp 16 kinderen, van wie er slechts 7 overleefden. De familie van de 14e dalai lama waren gewone boeren, niet van de armste en leefden bovendien in een vruchtbare landbouwzone. Er waren hardere overlevingsstreken dan de hunne. Nu is er overal betere gezondheidszorg, de voeding is gevarieerder en epidemie's zijn sinds de jaren vijftig gebannen. Vandaar dat de mensen gemiddeld langer leven, bijna dubbel zolang. En mede omdat er geen geboortebeperking bestaat voor de Tibetanen is de bevolking verdriedubbeld, met elk méér yaks en schapen dan vroeger. "Harmonieus en traditioneel" betekende vroeger: "jong creperen". Ondertussen is de veestapel ook verdrievoudigd. China telt 400 miljoen grazers tegenover 105 miljoen voor de USA, voor een gelijke graasoppervlakte[4]. Dat betekent dat in de USA het gras blijft en dat in China het gras verdwijnt. Waarom zijn er méér grazers in China? Omdat er meer volk is in China. Dat is één zaak: teveel volk, teveel vee.

Een tweede ding is de opwarming van het wereldklimaat. Het noordelijk deel van het Qinghai-Tibet plateau kende al weinig neerslag, ongeveer 100 mm per jaar, gelijk aan wat bij ons in een niet al te natte maand valt. De laatste vijftig jaar is dat met 20 mm gedaald[5]. De gemiddelde temperatuur op het hoogplateau is met 1°C gestegen. Voor 2020 wordt een bijkomende stijging van 1°C verwacht. Het hoogplateau droogt op, minder neerslag en warmer. De Gele Rivier, de ooit zo geduchte "Gesel van China", verloor in dertig jaar één vierde van zijn debiet. De hoogvlakte, waar enkel gras gedijde, wordt schraler met het jaar. Gletsjers verkorten en verdunnen. Het gaat over een oppervlakte van ongeveer anderhalve keer Frankrijk, enorm, en op 4 à 5.000m boven de zeespiegel. Gedurende de laatste tien jaar bezocht ik grote delen van dit gebied en kon de woestijnvorming met eigen ogen vaststellen. Talrijke gesprekken met boeren en herders gaven hun bezorgdheid weer over de achteruitgang van de graasoppervlaktes en de grotere moeilijkheid om drinkwater te vinden. Ik ontmoette zelfs herders die in groenere streken elkaar teveel op de voeten liepen en uitgeweken waren naar dorre gebieden, met alle moeilijkheden van dien. "Ontneem die mensen hun traditionele levenswijze niet," schrijft HRW "laat ze hun cultuur behouden, geef ze desnoods een nieuw huis, maar vlakbij hun grond en hun kudde." Dat er geen gras en geen water meer is, kan HRW blijkbaar geen spriet noch druppel schelen. Dat is een immorele kreet, zonder respect voor de mensenrechten.

De lokale Tibetaanse overheid en die van de provincies Qinghai en Gansu willen het probleem pro-actief aanpakken en niet wachten op de afkoeling van de aarde of op het uitdrogen van de yaks. En er is slechts één onmiddellijke maatregel mogelijk: de veestapel drastisch verminderen, mensen een ander beroep bieden. Een nieuwe economische activiteit ontwikkelen kan zomaar niet met 1 à 2 inwoners per km2 (het gemiddelde voor dat enorme gebied) in verspreide slagorde. Vandaar dat nieuwe dorpen, nieuwe agglomeraties verrijzen, waar ex-herders enigszins gegroepeerd worden en nieuwe technische vaardigheiden kunnen aanleren. Zij krijgen gratis een huis ter beschikking en gedurende tien jaar een leefsubsidie, ongeacht of ze onmiddellijk betaald werk vinden of niet. Ik heb met ex-herders gesproken in die nieuwe dorpen. Het waren niet de gelukkigste mensen ter wereld. Zij waren tevreden met de betere onderwijsmogelijkheden voor hun kinderen, maar vonden het leefloon nogal karig en het werkaanbod beneden alle peil. China is ook geen supersinterklaas, het blijft nog een land met beperkte mogelijkheden. Het hervestigingproject gebeurt op vrijwillige basis, sinds vijf jaar. Ongeveer 60.000 mensen[6] gingen in de meest getroffen provincie Qinghai al in op het aanbod. De overheid hoopt tegen 2010 er nog eens zoveel van het nut te overtuigen, door hen een goede kans te bieden op sociale vooruitgang.

Plannen en enorme overheidsbudgetten zijn nu klaar om... gras aan te planten, hard gras, boven de 4.000m, met de hand, op anderhalve keer Frankrijk. Een systeem van vrije markt kan zoiets niet aan.



[1] Zie website HRW.

[2] US Congressional executive commission on China, annual report 2007, website.

[3] ICT, Amerikaanse organisatie geleid door Richard Gere, Lodi Gyari als afgevaardigde van de 14e dalai lama en John Ackerly, een Amerikaans agent die in Roemenië zijn eerste sporen verdiende met het organiseren van de liquidatie van Ceaucescu.   

[4] Lester Brown, "Plan B: rescuing a planet under stress and a civilisation in trouble", chapter one, paragraph "ecological meltdown in China", W.W. Norton, NY, 2003.

[5] Rapport over ecologie in China, State Council Information Office, 4/6/07.

[6] Niet te vergeten: verspreid over een met woestijnvorming bedreigde oppervlakte van anderhalve keer Frankrijk!

21:21 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: woestijnvorming, herders, tibet, yaks, klimaat, qinghai, bevolking, wonen

01-01-08

Te weinig gras

 

China heeft een gigantisch probleem, de woestijnvorming. Wat omschreven wordt als de "Gobi woestijn", in het noordwesten, is min of meer onder controle, het maakte deel uit van een programma dat al enkele tientallen jaren aan de gang is. Maar het Qinghai-Tibet hoogplateau brengt nieuwe zorgen. De laatste dertig jaar is de neerslag in het noordelijk deel van het hoogplateau verminderd, door de wereldwijde klimaatverandering. Het gaat over een oppervlakte gelijk aan anderhalve keer Frankrijk. Tegelijk is de bevolking daar verdubbeld en het aantal yaks, koeien en schapen evengoed. Het gras wordt geteld. De overheid ziet voorlopig geen ander middel dan mensen en vee aan te sporen om te verhuizen. Honderdduizenden. Westerse kritiek bestempelt dit als een inbreuk op de traditionele cultuur van de Tibetanen.

gras

19:28 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, klimaat, sedentariseren

14-09-07

Everest: een natuurreservaat zo groot als ons land

Het beschermde natuurgebied in de buurt van de Qomolongma (Everest) is net iets groter dan ons land. Het bevat de districten Tingri, Gyirong, Nyalam en Dinggye. Een internationale studie (China + de NASA, jawel) gespreid over twintig jaar (1981-2001) wijst uit dat de vegetatie langzaam veranderd is in dat gebied. Degradatie is vast te stellen tussen de 3.500 en 4.000 meter. De bosgrens zakt. Hoofdreden: de menselijke activiteit, teveel hout wordt gebruikt voor het bouwen van huizen en voor de verwarming. Voor de lagere en de hogere gebieden is de begroeiing stabiel of zelfs beter. Beter zijn vooral de lagere gebieden. Hier speelt de opwarming van het klimaat de hoofdreden.

21:24 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, everest, klimaat, bebossing, beschermde gebieden

16-04-07

Tibet warmt op en droogt uit

In Europa kennen we min of meer de grote stromen die uit de Alpen vloeien: de Rijn, de Rhône en de Donau. En we weten hoe gevoelig die zijn voor wat het klimaat en de mens in het Alpengebied aanrichten. Het Qinghai-Tibet plateau is tientallen malen groter en tot bijna dubbel zo hoog. De gletsjers, de meren zijn er talrijk, de stromen gigantisch. 82% van alle gletsjerwater in China komt van het plateau. Wat op en aan de rand van dit plateau klimatologisch gebeurt, bepaalt direct het leven van wel twee miljard mensen. En er gebeuren rare dingen. Er zijn gevolgen van de menselijke planetaire activiteit maar ook lokale stooractiviteiten. Door de globale opwarming van de aarde verkorten de gletsjers, is er minder neerslag en meer woestijnvorming. Het overvloedige vee versnelt de verzanding en verzilting met volgehouden mondjesmaat. Illegaal jagen doet de populatie van kleine graseters, zoals ratten en marmotten, toenemen, wat ook weer meer zand veroorzaakt. Ten slotte is er nog steeds illegaal delven naar goud, ondanks strenge veroordelingen in het recente verleden, waardoor minder gras en meer erosie.  

gras

gras wordt schaarser op het plateau

 

Het Qinghai-gedeelte van het plateau wordt ook wel genoemd “San Jiang Yuan”, “de tuin van de drie stromen”. De Gele Rivier, de Yangzi en de Mekong ontspringen er. Qinghai is anderhalve keer Frankrijk, bevindt zich voor het grootste gedeelte boven de 4.000 meter en telt slechts 6 miljoen mensen, keurig verdeeld onder Tibetanen, Han en Hui (moslims), elk één derde. Qinghai is gekend als een “arme” provincie. Van de 16 districten zijn er 7 die “prioritair” genoemd worden in het nationale Chinese armoedebestrijdingplan. In het zuidwesten van de provincie is er de uitgestrekte Hol Xil regio, boven de 5.000m en met “duizend meren”, vergelijkbaar met Finland, beiden met 8% van hun oppervlakte ingenomen door meren. Wat we ons niet realiseren is dat de oppervlakte van de bergketens in Qinghai groter is dan die van de Himalaya in Tibet, beter bekend bij ons. Wat we ons nog minder realiseren is dat Qinghai 5.000 jaar geleden nog redelijk groen was, toen lag het nog 300m minder hoog boven de zeespiegel. Opgravingen haalden versierde pottenscherven boven die gelijkenissen tonen met sedentaire oude culturen langs de Gele Rivier. De tijden zijn veranderd. Het plateau werd kouder, de steppevolkeren kwamen in de plaats en in de 8e eeuw werd het ge-“tibetaniseerd” door de zuidelijkere Tubo-clan. Maar de laatste dertig jaar zijn het de milieuomstandigheden die veel veranderen of dreigen te veranderen.

De Geladandong gletsjer, één van de voedingsbronnen van de Yangzi, is 700m korter geworden in 13 jaar tijd. Algemeen in Qinghai is de sneeuwlijn zich beginnen terug te trekken gedurende de jaren ’80. Het wordt warmer en droger. Meren verkleinen, verdwijnen of worden zoutig. Minder neerslag maakt alle meren meer zoutig. De karpersoort, die de omgeving kende en redelijk wat zout gewoon was, heeft het moeilijk en sterft traag uit. Het Ngoring meer in de omgeving van Madoi, een bronmeer voor de Gele rivier, zakt elk jaar met 2 à 3 cm. Het gemeentehuis van Madoi werd al drie keer verplaatst omdat de waterbron, die het gebruikte, opdroogde. Er waren ook teveel kuddes die het gras schaarser maaiden. En katastrofe erbovenop, Madoi was ooit een centrum van goudzoekers, die putten in het landschap maakten waar dan het regenwater en het slib naar toevloeiden en waarin de fortuinzoekers aan het ziften sloegen. Zij kampeerden er en om zich in voedsel te bevoorraden durfden ze antilopen roosteren, waarvan ze de huid illegaal verkochten om er “shahtoosh” sjaals van te maken, gegeerd in Hongkong en in Engeland in de jaren ‘90. Dit werd streng verboden, maar controleer maar eens een zeer dunbevolkt gebied, anderhalve keer Frankrijk en op grote hoogte. We zullen het Sarkozy’s politie vragen. Pas nu in de 21e eeuw verhoogt de antilopenbevolking opnieuw. Het jagen op vossen en wolven heeft een explosie van kleine knaagdieren veroorzaakt, die rivaliseren met de yaks om planten en gras te verorberen. De pelzen van vossen en wolven zijn sinds eeuwen een gegeerde feesttooi voor de Tibetanen. Maar vroeger waren het enkel de lekennotabelen en hun dames, die ze mochten dragen. Nu het voorrecht voor de adel weggevallen is, kan en wil iedereen die wel. Om het probleem op te lossen worden er synthetische vellen geproduceerd.

 

Bij de bronnen van de Mekong waren 20 jaar geleden nog goede weilanden, nu is het gebied grotendeels dor geworden. In de omgeving van het Qinghai meer in het noorden vormden zich duinen, waar vroeger graasland of landbouwgrond was. In het district Qumarleb, op de hoge bovenloop van de Yangzi, is 300 km2 grasland veranderd in woestijn. In het totaal op het plateau is ongeveer het dubbele van de oppervlakte van Frankrijk bedreigd met woestijnvorming. Is de politie van Sarkozy hiertegen wel opgewassen? Het wordt dringend, zoniet te laat. Zandstormen komen in de plaats van sneeuwstormen. De Chinese overheid stelt geld ter beschikking voor mensen die het gebied willen verlaten. Hier wordt dit soms afgedaan als gedwongen volksverhuizing. Een half miljoen mensen koos er al voor. Er is de noodzaak - er kunnen geen kuddes meer grazen – om hongerrampen te voorkomen. Een ander recent experiment is kunstmatig veroorzaken van sneeuwbuien. Op 18 april 2007 verwekten meteorologen in Noord-Tibet neerslag, die leidde tot 1cm sneeuw op de grond (persagentschap Xinhua). Hoe, werd er niet bijgezegd. Kunnen we straks gletsjers “made in China” bestellen? Wetenschappers voorzien dat in 2050 alle gletsjers op het hoogplateau zullen gesmolten zijn en dat drinkwater een groot probleem wordt voor de omliggende honderden miljoenen mensen. Het gebeurt nu al dat de gevreesde Gele Rivier soms stopt met vloeien.

18:39 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, klimaat, qinghai, yangzi, gele rivier, mekong, china