06-12-10

Industrie in Tibet

 

Tibet bouwt een aangepaste industrie uit, min of meer op wat lokaal beschikbaar of nodig is. Zoals voedingsbedrijven (vlees, graan, melk, boter, bronwater), geneesmiddelen op basis van planten, textiel op basis van yack en schapenwol, energievoorzieningen, constructie.

 

De landbouw wordt meer en meer gediversifieerd, vooral het aantal grazers probeert men te verlagen om de graslanden te beschermen en om een hoger inkomen voor de landbouwers te genereren. Drie dorpen rond Lhasa werden onlangs omgeschakeld naar varkenskwekerijen. Er was te weinig aanbod van varkensvlees in de hoofdstad en de prijs steeg met 10 % gedurende de eerste helft van 2010. Een andere lokale specialiteit zijn de bloemenserres geworden. Om de stad te versieren, maar ook voor uitvoer naar Nepal bv.

tibet 05 (527).JPG

21:36 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw, diversificatie

21-11-10

Profiteren de Tibetanen wel van de massale overheidssteun aan de regio?

DSCN4041.JPG“De massale subsidies van de Chinese centrale staat aan Tibet komen de lokale bevolking nauwelijks ten goede”.

Organisaties zoals de administratie van de dalai lama in India (‘Department of Information and International Relations’), het Amerikaanse ‘International Campaign for Tibet’ (ICT) of ‘Human Rights Watch’ (HRW), allen herhalen dikwijls deze stelling, die dan vrij ‘moedig’ overgenomen wordt in onze media.

 

Het kan verbazen van op afstand, maar voor wie de laatste dertig jaar enkele malen naar Tibet reisde is het zichtbaar: de levensstandaard verhoogt er zienderogen. Sneller dan in de rest van het binnenland van China. Dat is een gewilde politiek van de nationale overheid. De laatste vijf jaar (2006-2010) verleende Beijing  per jaar 4 miljard euro ontwikkelingshulp aan Tibet.[1] Dat is 1 miljard meer dan wat de Belgische staat aan alle ontwikkelingsregio’s samen ter wereld geeft. Daarbij moeten we in herinnering brengen dat Tibet ‘slechts’ drie miljoen inwoners telt, de jaarlijkse staatsteun betekent iets meer dan 1000 euro per inwoner. Geen enkele regio ter wereld krijgt zoveel steun.

 

Voor de komende vijf jaar verdubbelt China de jaarlijkse hulp aan Tibet, tot 8 miljard euro. De hoofdmoot zal nu naar ecologie, onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg gaan. In het verleden was de steun vooral gericht op infrastructuur: wegen, stadsvernieuwing[2], energie, bebossing, een treinverbinding, vliegvelden[3], woningbouw, scholen, hospitalen, openbare nutsgebouwen.

 

De economie van Tibet is nu 60 maal groter dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit 70 maal. De inkomens van de mensen zijn ongeveer dertig maal hoger dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit gemiddeld 35 maal. De verdubbelde subsidies zetten een forse inhaalbeweging in gang.

 

Het resultaat is zichtbaar en dit voor ongeveer de ganse bevolking. Het aantal armen is gedaald tot 8 %.[4] Het zijn voornamelijk landbouwers en herders, die in een lastige en afgelegen natuuromgeving leven en werken. Zij krijgen een kleine ‘armenpremie’: enkele tientallen euro per persoon en per jaar. De laatste jaren kon ik een veertigtal boerenfamilies, verspreid over Tibet, ondervragen. Twee ervan leefden nog zeer rudimentair en hadden een geldelijk jaarinkomen dat beneden de 1000 euro lag voor het gehele gezin. Het waren schapenhouders in een dorre streek, zonder gerstvelden. Alle andere families verdienden meer dan 2000 euro per jaar, soms veel meer, indien ze een nevenactiviteit buiten de landbouw hadden, zoals een vrachtwagen bezitten en vervoer in onderaanneming doen. Die kwamen dan al op een jaarinkomen boven de 10.000 euro.

Die cijfers zijn natuurlijk moeilijk te vergelijken met onze levensduurte, ze geven wel een idee. De Tibetaanse landelijke bevolking (80% van alle Tibetanen) bezit een eigen huis, moet geen land pachten en betaalt geen belastingen op het inkomen.

 

Van huizen gesproken: een meerderheid van de landelijke Tibetaanse families bouwde de laatste vijf jaar een nieuw huis of renoveerde hun oud huis, indien het al min of meer degelijk was. In vijf jaar tijd (2006-2010) heeft ongeveer 80% van de landelijke bevolking een nieuw huis gebouwd. Dat zijn 220.000 gezinnen, goed voor 1,2 miljoen mensen. Het ging om een grootscheepse campagne van de lokale overheid in Tibet. Gemiddeld gaat het om een subsidie van 6000 euro per familie voor het geheel van de vernieuwde infrastructuur: vernieuwing van hun woning, voorzieningen voor zuiver drinkwater, elektriciteit en telefoon. De aanblik van de wooncondities op het Tibetaanse platteland is voor een gewone bezoeker inderdaad grondig veranderd op zeer korte tijd. Human Rights Watch (HRW) doet daar schamper over en beschuldigt de Chinese overheid ervan “de Tibetanen te ontheemden, ze verplicht te doen verhuizen naar gegroepeerde dorpen om ze beter te kunnen controleren en aldus hun traditionele levenswijze te doen verdwijnen.”[5] De aanklacht wordt overgenomen in het Amerikaans Congres[6] en door het Europees Parlement.[7]

 DSCN4130.JPG

Precies daarover is een recente studie, ter plaatse in Tibet uitgevoerd door drie befaamde antropologen, twee Amerikanen en één Tibetaan, zeer relevant[8]. Zij besteedden negen maanden aan het onderzoek, waarbij zij alle inwoners van drie grote dorpen betrokken, samen 309 families. Zoals bij vorige onderzoeken uitgevoerd door een van hen, Melvyn Goldstein, die vloeiend Tibetaans spreekt, wordt in het rapport expliciet benadrukt dat hun interviews in geen enkele mate aan beperkingen onderworpen waren. Hun werkmethode (kruiselings toetsen en hercontroleren) liet ook toe om fantasie zo veel mogelijk te bannen. Daarom zijn die heren trouwens befaamd in de wereldwijde middens van de tibetologen.

 

Wat stellen zij vast?

* Het vernieuwen van de woning of een nieuwe woning bouwen gebeurde op vrijwillige basis, de betrokken families hadden duidelijk het initiatief in handen.

* In de drie dorpen had midden 2009 slechts de helft van de families een nieuw huis gebouwd.

* Een nieuw huis kost 5 à 8000 euro aan bouwmaterialen. Het bouwen doen de mensen zelf.

* De overheidscampagne stelde subsidies ter beschikking ter hoogte tussen gaande van 1000 tot 3000 euro. Daarenboven was de lening om de rest te bekostigen gedurende de eerste drie jaar renteloos.

* In de drie dorpen was er geen sprake van ‘verhuizen’, het dorp bleef op dezelfde plaats, het sociaal netwerk werd niet verbroken, in tegenstelling met wat HRW en anderen beweren.

* Er werd zorgvuldig overlegd in de dorpen om geen of weinig landbouwgrond op te offeren.

* Families die een vrachtwagen bezaten verkozen om dichter bij de hoofdweg te bouwen.

* Alle nieuwe huizen zijn in traditioneel Tibetaanse bouwstijl en zijn ruimer dan de kleien woningen van tevoren.

 

Tijdens een vorig onderzoek had M. Goldstein een streek bezocht waar semi-nomaden leven. HRW schiet ook hier met scherp: “nomaden worden verplicht om te sedentarisen”. Dit weerlegt Goldstein gewoonweg door te zeggen: 100% nomaden bestaan quasi niet meer in Tibet, zij hadden al een huis, verblijven er echter minder dan de helft van het jaar. Voor hen ook werden woonsubsidies verleend. Hun nieuwe huizen staan op dezelfde grond als hun oude, geen sprake van ‘verplicht sedentariseren’. Hierbij wil ik opmerken dat het zuidelijke deel van de provincie Qinghai om ecologische redenen wél ontvolkt wordt: het gras is op, er dreigt woestijnvorming. De overheid daar heeft niet gewacht tot de yaks uitdroogden en heeft enkele tienduizenden mensen gedelokaliseerd. Nu wordt daar opnieuw hard gras geplant.  

 

Tijdens hun extensief onderzoek in de drie dorpen, deden de vorsers ook navraag naar andere sociale voordelen. Alle families bleken aangesloten te zijn op de ‘ziekteverzekering’: zij betalen 5 euro per jaar en zijn gedekt voor 60 euro ambulante kosten per jaar. Daarnaast  worden de hospitalisatiekosten voor 90 à 95% terugbetaald. Er is ook een miniem begin van pensioen voor de landelijke bevolking: 60 euro per jaar aan personen boven de 55 jaar, die slechts één zoon of twee dochters hebben. Vanaf 80 jaar krijgt iedereen 30 euro premie per jaar.  Er waren ook enkele arme families in die drie dorpen. Die kregen 15 à 40 euro per persoon per jaar als kleine steun. Belangrijk zijn echter de subsidies voor diversifiëring van de landbouwactiviteit. Serres voor groenten bv worden gratis ter beschikking gesteld. Het opstarten van kippenkwekerijen in een nabijgelegen dorp kon genieten van 1 miljoen euro opstartsubsidie (installatie, aankopen van kuikens en voeding). De bedoeling is om de niet ver afgelegen stad Xigaze te bevoorraden in kippenvlees. Het aankopen van kleine landbouwmachines is eveneens gesubsidieerd: 30%. Meststoffen zijn dat voor 50%. Om het rijtje af te sluiten is er nog een algemene landbouwsubsidie van 50 euro per gecultiveerde hectare.

 

Kortom, de overheid heeft een ‘mensen eerst’ programma gelanceerd in Tibet, dat ook effectief de levensstandaard van de gewone Tibetaan verhoogde, gemiddeld met meer dan 10% per jaar, sinds 2000. Dat is zichtbaar. Wie het tegenovergestelde beweert moet opnieuw gaan kijken. En dan heb ik het nog niet gehad over enkele andere campagnes van de overheid: een deftige weg naar alle dorpen, veilig drinkbaar water overal, elektriciteit in alle dorpen. Vergeten we niet: Tibet is zeer uitgestrekt, dorpen liggen soms op tientallen kilometers van elkaar verwijderd. De bevolkingsdichtheid in Tibet is twee inwoners per vierkante km.

 

De Chinese overheid wil de loyauteit van de Tibetanen voor zich winnen via die enorme subsidies, dat is duidelijk. Deze subsidies zijn een voorkeurbehandeling tegenover de rest van het armere binnenland van China. China ligt onder vuur van Europese en Amerikaanse middens, die Tibet graag willen ontfutselen van China. De Chinese overheid wenst de stabiliteit te bewaren en deelt zelfs aankoopbonnen uit onder de Tibetanen bij belangrijke lokale feesten, zoals nu bij het herfstfestival.



[1] Perscommuniqué, Lhasa 17/3/2010

[2] Denk maar aan de riolering bijvoorbeeld, die was in grote delen van alle steden gewoon nog afwezig in 1980.

[3] Vergeten we niet dat Tibet qua oppervlakte 2,5 maal Frankrijk is. Tibet heeft nu vijf vliegvelden, dat is evenveel als in België, dat 40 maal kleiner is.

[4] De overheid in Tibet bestempelt personen als ‘arm’, indien zij geldelijk over minder dan 1 dollar per dag beschikken. Daarbij is Tibet bevoordeeld tegenover de rest van China, waar de armoedegrens nog iets lager ligt.

[5] Website HRW, mei 2007.

[6] US, Congressional executive commission on China, annual report, october 2007.

[7] Commission pour les droits de l’homme du parlement Européen, 27 novembre 2007.

[8] Melvyn Goldstein, Geoff Childs en Puchung Wangdui. De studie is verschenen in ‘Journal of East Asian Studies’, n°63, january 2010.

21:09 Gepost door infortibet in sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, subsidies, landbouw

21-06-09

“Droge regen” in Tibet

De ergste droogte sinds 30 jaar.

 

“Droge regen”, dat is de ondertitel bij een foto van het Chinese persagentschap Xinhua; een foto die een droge rivierbedding in Tibet toont. “Droge regen” is een voorbeeld van het Chinees taalgebruik en denkpatroon, dat vrij verschillend is van het onze (zoals sinoloog Cyrille Javary het formuleerde “Les Chinois ont un autre cerveau que nous”). Voor ons kan dat niet, “droge regen”. Bij ons is het ofwel droog, ofwel nat. Voor een Chinees is er altijd een samenspel tussen droog en nat. Maar dat is het onderwerp niet van dit artikel.

Het onderwerp is ernstig: Tibet kent de ergste droogte sinds 30 jaar. Vijf van de zes departementen die Tibet telt zijn getroffen. Eén op zes akkers lijdt zeer zware schade, de gewassen verdorren en zullen enkel dienen als mager veevoeder. De neerslag was ongeveer 30% minder tijdens de maanden mei en juni, zelfs 80% minder voor de “graanschuur” van Tibet (Lhasa, Xigaze, Shannan). Eén op de vier van de meteorologische stations in Tibet noteerde geen noemenswaardige neerslag sinds zeven maanden. Mei en juni zijn precies de groeimaanden voor de gewassen, want in april vriest het nog.

Dit jaar zal een zeer slechte oogst geven. In het oude regime moesten de boeren in zo’n situatie aankloppen bij de landheren en de kloosters, waar ze tegen woekerintresten en gratis arbeid een deel van de soms grote graanreserves aldaar konden afkopen om te overleven. Daarbij geraakten zij meestal voor generaties lang in de schulden.

Wat gebeurt er nu?

De velden die geïrrigeerd zijn – en dat is ongeveer de helft – brengen het er nog goed vanaf. Toch hangt het af van het soort irrigatie: komt die van een goed gevulde rivier of komt die van een bron of van een waterput, want een deel van de waterputten staat droog. Sommige putten van 10m diep produceren niets meer. De lokale overheden boren dieper voor het ogenblik of laten water aanvoeren met containerwagens. Het leger is ingeschakeld om afgezonderde dorpen van drinkwater te voorzien en om te helpen bij het begieten van de groenten in de serres. Het hardst getroffen zijn de dorpen met niet bevloeide velden. Een soort “calamiteitenfonds” voorziet 4 miljoen euro om de meest getroffen landbouwers te compenseren voor het verlies aan opbrengst, een bescheiden som die ongeveer overeenkomt met 500 euro per getroffen gezin. In eerste instantie wordt alles gezet op het “redden van de oogst”. Toch zijn ondertussen al 13.000 stuks vee (op 20 miljoen) omgekomen van de droogte, aldus de lokale overheden.  

DSCN3965

Het probleem van de droogte in Tibet dreigt zich te versterken door de wereldwijde klimaatverandering. De gemiddelde temperatuur in Tibet is de laatste 30 jaar met iets meer dan 1°C gestegen en de neerslag is met enkele tientallen mm verminderd. Dit voorjaar lag de gemiddelde temperatuur 2°C boven het normale. Per jaar komt er in Tibet een oppervlakte van 400 km2 bij als woestijngebied, dat is enorm. De lokale Tibetaanse overheid “sluit graslanden”: verboden te grazen, ongeveer 1 miljoen km2. Daarnaast financieren zij projecten om gras te planten, met de hand, op enorme oppervlaktes. Het doel is om de woestijnvorming in te dammen tegen 2010 en om de helft terug te winnen tegen 2020.

De droogte is niet enkel in Tibet een probleem, geheel Noord-China heeft ermee te kampen. In de provincie Ningxia worden meer dan 1 miljoen mensen “catastrofaal” van drinkwater en voedsel voorzien.

22:51 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: landbouw, klimaat, tibet

28-02-09

Het dorp Narthang in Tibet

In het dorp Narthang, ten westen van Xigaze wonen een honderdtal families op een vrij zanderige glooiing. De rivier is ver weg en de berghelling verderop is vrijwel kaal. Boer Tashi heeft net 15 ton gerst binnengehaald. Dat is veel, maar hij heeft ook 4 ha. Toch kan hij elk jaar slechts de helft uitbaten omdat er geen water genoeg is voor alle velden van het dorp. “Tijdens de Culturele Revolutie bouwden wij een dam om regenwater op te slaan in de nabije bergen, maar de capaciteit van het kleine stuwmeer bleef te laag om genoeg water naar de velden te brengen,” aldus Tashi, “gedurende vele perioden van het jaar moest drinkwater nog per ezel aangevoerd worden. Vijftien jaar geleden liet de overheid hier een waterput boren, sindsdien hebben we direct drinkwater en nog genoeg voor gedeeltelijke irrigatie.” Het is koud bij hen binnen in huis, net zoals bij de andere boeren. Tashi draagt een door de familie gemaakte vest in schapenvacht. Ik zit er 100% polyester naast. Al hun kledij en de tapijten zijn ter plaatse gefabriceerd. Een foto van de familie: zij wonen er met z’n elven. Er zijn drie broers die één vrouw delen. Samen hebben zij 4 grote kinderen, van wie er twee zonen inwonen met één gezamenlijke vrouw en vier kinderen. Een familiefoto is altijd een beetje ingewikkeld in Tibet, vooral als er dan nog omen bij komen kijken. Een andere zoon werkt in het bosbeheer in Zedang ten oosten van Lhasa en één dochter studeert aan een universiteit in binnenland China. Het is dikwijls zo dat landelijke families één van hun kinderen laten verder studeren, een soort voorzichtige levensverzekering voor de toekomst.

De familie Tashi heeft ongeveer 100 schapen en 12 koeien. Zeven melkkoeien, één stier en vier kalveren. Die staan binnen op het gelijkvloers. De dieren dienen praktisch uitsluitend voor de eigen voeding. Van de graanoogst gebruiken zij 20% om gerstebier mee te maken, wat ze dagelijks drinken. Een ander klein derde is voor de dieren, 15 % is voor de eigen voeding en een laatste derde wordt verkocht. De familie Tashi is momenteel aan de afwerking van hun nieuw huis bezig. Zoals bij andere families gaat de grootste kost naar de houten pilaren en balken. Eén zo’n balk, 2,5m  lang en 20cm op 20cm, kost hen ongeveer 20 euro. In 4/5e van Tibet staat er geen enkele boom die zo’n balk kan voortbrengen. Zij worden aangevoerd vanuit Sichuan. De enorme huizen, die de Tibetanen bouwen, vereisen een flinke collectie van die balken, zij vormen het volledige geraamte. De bouwstenen maken ze zelf, maar de tegelafwerking van de gevels kopen zij. Alle materialen samen kosten hen ongeveer 5.000 euro. Hun interieur is nog arm: oude vetbruine kastjes, geen ‘geïnstalleerde keuken’ uiteraard, weinig potten en serviezen, enkel een kleine TV getuigt van de eerste luxe. Twee van de broers proberen in de winter wat bij te klussen in Xigaze, voor wat extra inkomen. Eén van de kleinkinderen, een jongen van 13 schat ik, is thuis. Ik vraag hen waarom hij niet op school is. “Hij is de herder,” was het antwoord van Tashi. “En wat is je vurigste wens voor de toekomst?” vaag ik hem nog. Na kort nadenken zegt Tashi stralend: “dat de kleinkinderen lang naar school kunnen gaan en dat de familie kan samenblijven.”

 narthang

het huis van Tashi in aanbouw

19:21 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ontwikkeling, landbouw, tibet

15-02-09

Het methaangasfornuis van mevrouw Dolma

De familie Dolma, in de omgeving van Gyangze, heeft een gasfornuis op methaan. Dolma is een oude dame, die hier met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen 2 hectare bewerkt. Bij de verdeling van de gronden in 1981, bevatte haar familie 11 personen, vandaar een grote lap grond. Zij produceren gerst, tarwe, koolzaad, aardappelen, kolen en rapen. Daarnaast hebben ze acht dieren. Zij bouwden een nieuw huis, maar tijdens de constructieperiode overleed de man van Dolma. Dan is het de Tibetaanse gewoonte om de werken 1 à 2 jaar stil te leggen als deel van de rouw. Het nieuwe huis is dus niet af, een oude vleugel doet evengoed nog dienst. Voor het huis hebben zij 1200 euro staatspremie gekregen voor een totale kost van 9000 euro.

Bij het binnenkomen zeggen we aan mevrouw Dolma dat we haar gasfornuis wel willen zien. Zij begint het direct af te stoffen. Wij proberen het aan te steken: er blijkt geen vlam uit te komen.

 dolma

Dolma bereidt voor ons boterthee met een elektrische mixer.

Het dorp telt ongeveer 70 families, meestal grote gezinnen, drie generaties samen, goed voor 10 personen. Op mijn vraag of er families het dorp verlaten om in de stad te gaan wonen, antwoordt zij dat een deel van de kinderen, die onderwijs genoten en jobs vinden als bediende, onderwijzer of zoiets, naar de stad trekken. De boeren zelf migreren niet definitief naar de stad, één van de zonen, die minder naar school ging, neemt normaal de boerderij over.

Een tweede zoon van Dolma studeert aan de universiteit van Lhasa. Die zal ginder waarschijnlijk blijven. “In zeldzame gevallen,” voegt Dolma er nog aan toe, “komen oudere mensen alleen te staan. Wanneer zij hun land niet meer kunnen bewerken, worden zij in Xigaze in een home geplaatst.”

Bij een andere familie krijgen we een prima werkend gasfornuis te zien, felle vlam op twee bekkens tegelijk, maar de warmwaterketel staat op de gewone houtkachel te stomen. Een buurman, iets verderop had er ook een, maar zei ons direct dat het niet werkte. Zo ook in een dorp verderop, waar de dorpschef ons zijn vlam laat zien: zwakjes. Hij verdedigt het systeem en zegt dat een dertigtal van de families in het dorp er een heeft laten installeren. “Het bespaart hout,” zo zegt hij, maar het klinkt als een slagzin van de overheid waar hijzelf niet in gelooft. Dat leiden wij af uit zijn excuus voor zijn ‘zwakke’ vlam: “De boeren hebben tijdens het oogstseizoen geen tijd genoeg om de vulling van de put optimaal te houden.” In dit dorp hier hebben de boeren naast hun huis een lapje lage bomen en kreupelhout, genoeg voor het weinige dat zij verbruiken, een beetje, gemengd met gedroogde yakdrollen, voor de keukenkachel en dat is alles. De rest van het huis is echt niet op 20°C in de winter, er is gewoon geen verwarming. Bij kou trekken de Tibetanen nog altijd een kledingstuk meer aan.

Er zijn natuurlijk veel dorpen in Tibet, waar zelfs geen kreupelhout staat. Het principe “methaangas produceren met uitwerpselen van het vee en het  verbranden” is goed voor het wereldklimaat, denk ik, maar de praktische toepassing moet de mensen enthousiast maken, anders wordt het een maat voor niets. Waar het goed schijnt te werken, volgens het zeggen van de boeren hier, is voor het verwarmen van serres in de streek van Lhoka. Dat zal dan maar voor een volgende keer zijn.

15:05 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, biogas, dorpen, landbouw, onderwijs, gyangze

12-11-08

Het dorp Bulun in de provincie Yunnan

Mevrouw Zhang Shi, antropologe van het Instituut voor Nationale Minderheden van de provincie Yunnan, verbleef een tijd in het dorp Bulun, nabij Zhongdian. Op het internationaal seminarie in Beijing in oktober 2008 beschreef zij de leefwijze van de mensen in Bulun. Een beetje alsof ze hun eigen Limburgers ontdekten. Maar wat ik overhield van haar presentatie was dit: "Boerenfamilies zijn aandeelhouders in toerismebedrijfjes in Zhongdian, daar verdienen ze gemiddeld 4000 yuan per jaar mee. Het beperkte grasland wordt collectief beheerd, er is een roterend gebruik ervan voor de kuddes, de irrigatie wordt gemeenschappelijk onderhouden tot het bijzaaien van gras. In Tibet zelf is dat per familie geregeld, via een contract met het dorp, waarbij input en output vergeleken wordt."

zhongdian2 (109)

thuis bij de mensen, op boterthee

20:52 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw

09-11-08

orientaties en problemen van de Tibetaanse economie

Een internationaal seminarie van tibetologen had plaats in Beijing van 13 tot 17 oktober 2008. Ikzelf was er aanwezig. Een opmerkelijke analyse over de economische ontwikkeling van Tibet hoorde ik van professor Sun Yong, een economist en vicevoorzitter van de Academie voor Sociale Wetenschappen in Lhasa. Ik probeer zijn bijdrage samengevat weer te geven.

"De economische ontwikkeling van Tibet is totnogtoe vooral gebaseerd op het openen van de regio door infrastructuurwerken uit te voeren: communicatie, transport, energie, urbanisatie, bouwen van scholen en hospitalen. De trein naar Lhasa is daarbij de kroon op het werk. Momenteel zijn we flink de nadruk aan het leggen op de ecologie: uitbreiden van de beschermde zones, subsidiëring van zonne-energie-installaties, beter gebruik van bronwater en beter beheer van de productie van geneeskruiden. Wij stoten daarbij onherroepelijk op de vaststelling dat het onderwijs in Tibet nog te zwak is. Dit staat in schril contrast met de rijke cultuur. De regio geniet nog steeds van 90% nationale steun voor haar lokaal budget. Dat zal nog een tijd duren. De enige uitweg daaruit is het diversifiëren van de Tibetaanse economie, er zijn nog te veel mensen louter actief in de landbouw en veeteelt. En hun inkomensniveau ligt nog 20% onder het gemiddelde van de rurale bevolking in China. Bij de mensen is er een rem om hun veestapel te verkopen (noot van mezelf: er is teveel vee in Tibet voor het beschikbare gras), 'het vee staat niet op het vetst want er is te weinig gras', zeggen de mensen, of gewoon omdat zij hun traditionele manier van leven niet willen verlaten.

Nochtans is de enige weg naar economische vooruitgang het verminderen van het aantal personen in de landbouw en voor hen die blijven de technieken verbeteren. Een deel van de Tibetanen zal in de diverse kleine stedelijke agglomeraties moeten gaan wonen. Op voorwaarde dat er zich daar banen aanbieden. Dit veronderstelt een zekere industrialisering, waarbij de lichte nijverheid de enige optie is, naast de uitbouw van de diensten voor het toerisme. Tibetanen zullen 'dingen' moeten produceren en zelfs leren competitief te zijn met de rest van China, waarbij ze zich marketing- en managementtechnieken zullen moeten eigen maken. Die lichte industrie moet op hun noden gericht zijn: nagaan wat ze zelf nodig hebben en hen vormen om die dingen zelf te produceren. Ook kleine bedrijven die de lokale landbouwproducten verpakken of transformeren. Het privé-initiatief mag daarbij wat meer plaats krijgen (noot van mezelf: quasi afwezig tot nu in de 'industriële' productie van Tibet). Daarnaast kan de rijke Tibetaanse cultuur dienen om meer uit te voeren naar het binneland van China en naar de omliggende landen. De buitenlandse handel van Tibet is momenteel te zwak. Het bevorderen van de grenshandel met Nepal en India is een belangrijke troef voor de toekomst. Een betere weg of een trein naar die landen kan de Tibetanen een betere handelssituatie bezorgen. Dat er een vlotte communicatie ontstaat tussen Nepal, via Lhasa tot Chengdu, is goed voor Tibet en voor de rest van China."

Sun Yong voegde eraan toe dat de materiële situatie van de Tibetaanse families er flink op verbeterd is, maar dat de economische structuur nog niet veranderd is: Tibet blijft nog een agrarische gemeenschap, flink gesteund door de staat. Deze "dubbelspoor"-ontwikkeling zal nog een lange tijd doorgaan. Tibet heeft nood aan verstedelijking, verhoging van het technisch niveau van de productie en scholing in technische en beheervaardigheden.

Jp desimpelaere

 

 

 

te veel vee

te veel vee, te weinig gras. Hier de strorestjes na de oogst.

19:53 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, economie, landbouw, industrie, tradities

04-09-07

800 schapen, vier zonen en drie dochters

DSCN2570


 

met vrienden en buur te gast bij Tibetaanse boer 

Golmud, een stadje, op bijna 3.000 m, in de provincie Qinghai. Golmud is het beginpunt van de nieuwe spoorlijn naar Lhasa. Het regent er bijna nooit, wat ginder neervalt gedurende één jaar, valt er bij ons in een relatief droge maand al uit. De Tibetaanse gastfamilie heeft er toch twee hectare grond voor tarwe en groenten, bevloeid door gletsjerwater van zeer ver weg. En 800 schapen. Twee van zijn vier zonen, met hun echtgenotes en kinderen, zijn er tijdens de korte zomer de kale bergen mee ingetrokken, 150 km verder zuidwaarts. Hijzelf is 75 jaar en even gerimpeld als de zanderige berghellingen. Zijn drie dochters zijn getrouwd en wonen elders in Golmud. Eén van zijn zonen werkt aan de spoorweg. Hij is er verkeersleider. Een vierde zoon helpt bij de oogst. Enkele serres zijn goed voor een diversiteit aan groenten. De familie eet het ganse jaar van de opbrengst en verdient er ongeveer 2.500 euro per jaar bovenop door de verkoop van het overschot. Dat lijkt niet veel, maar in China beredderen de boeren zich hiermee en Tibetanen zijn hierbij niet achtergesteld. De familie woont sinds 1989 in de landbouwzone rond Golmud en is afkomstig van de streek rond het Ta’ersi klooster in Oost-Qinghai, de geboortestreek van de 14e dalai lama. Golmud gaf hen meer grond. Twee hectare is ruim voor een familie in China, voor wie dit gemiddeld minder is dan een vierde van een hectare. Het moet geloond hebben, want in 2000 bouwde de familie een nieuw huis. In zijn goed bemeubeld salon hangt een panoramische reuzenfoto van modern Lhasa. En boven de deur van zijn slaapkamer een diploma: “Hij geraakte helemaal op eigen krachten uit de armoede”. Voordien was hij seizoenarbeider. Hij kwam al voor 1989 naar de streek van Golmud om er schapen van anderen te hoeden en om te helpen bij het planten en het oogsten. Hij leerde “het vak” en kwam zich met zijn familie zelfstandig vestigen. Nu heeft hij een ijskast, een dvd-speler, een aangenaam interieur, enzoverder. Hij is een gelukkige man, want zijn vrouw leeft nog en zijn “groot gezin” telt in het totaal 17 personen. Wanneer hij gepensioneerd zal zijn (hangt van hem af) neemt hij met zijn vrouw eens de trein naar Lhasa, voor het plezier en om boeddha te eren.

DSCN2567
 

DSCN2687
één schaap, één gras

 

21:28 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw, familie, herders, qinghai, golmud

26-06-07

landbouwhervorming in Tibet

hectares

wat te doen met zoveel hectaren?

Twee befaamde Amerikaanse vorsers, Melvyn Goldstein en Cynthia M. Beall –beiden spreken Tibetaans -, samen met twee Chinese experts, Ben Jiao en Phuntsog Tsering, hielden van 1997 tot 2000 een grondige enquête in 13 afgelegen dorpen van vier verschillende Tibetaanse districten. Zij ondervroegen 780 gezinnen, waarbij ze benadrukken dat hun bewegingen en hun vragen helemaal niet gecontroleerd, gevolgd noch gedicteerd werden door functionarissen. Het onderwerp van het onderzoek was de impact van de hervormingen in de landbouw sinds 1980, toen het “commune systeem” vervangen werd door contracten per huishouden. Het resultaat van het onderzoek is vrij verhelderend op velerlei gebied en spreekt een aantal verhalen tegen die in onze hoofden rondwaren, van Boeddha weet waar die komen. Een vlugge opsomming.

* de gemiddelde grootte van de gezinnen is 7 personen.

* alle gezinnen zijn Tibetaans, geen enkele Han noch Hui familie, zelfs in de winkeltjes en in de bestuursorganen.

* men eet nu dikwijls “niet traditioneel” en gevarieerder: rijst, zoetigheden, kip, eieren, diverse groenten en varkensvlees.

* Bijna 4% van de mannen zijn monnik, bijna 3% voor de vrouwen. De overheid probeert het inlijven van kinderen in de kloosters te verbieden en stelt de minimumleeftijd op 18 jaar, wat niet steeds gevolgd wordt. Bovendien is er een numerus clausus op het aantal kloosters (een kleine 2.000 in geheel Tibet voor het ogenblik).

* ongeveer de helft van de gezinnen geeft aalmoezen aan de kloosters. Slechts 3% vraagt monniken om rituelen uit te voeren voor het geluk van hun familie. Hoeveel men geeft is afhankelijk van het inkomen. Eén euro per jaar voor de armste gezinnen tot 20 euro voor de rijkste. De oudere mensen bidden elke dag, van één uur tot enkele minuten. Shamanistische praktijken (uitdrijven van boze geesten, het consulteren van een “medium”) worden in de media afgeraden.

* Iets meer dan de helft van de mensen tussen 15 en 45 jaar kan Tibetaans lezen.

* slechts 10% kunnen Chinees spreken, verre van schrijven. Opvallend was dat sommige dorpschefs geen Chinees spreken.

* grond kan niet verkocht noch gekocht worden.

* 94 % van de gezinnen vindt dat hun levenssituatie verbeterd is sinds de landbouwhervormingen en zien de toekomst ook positief tegemoet.

* alle gezinnen hebben meer dieren en meer opbrengst van hun land. Vooral de melkkoeien zijn verzesvoudigd. Drie vierde van de gezinnen produceert genoeg of meer voor zijn eigen onderhoud. Eén gezin (7 personen gemiddeld) beschikt ongeveer over anderhalve hectare.

* verdeling van de te telen gewassen worden collectief per dorp geregeld. De aankoop van zaden, meststof, machines gaat via het dorp. Commercialisering van de overschotten eveneens.

* Per gezin werd ongeveer 500 euro besteed aan verbetering van de woonst of aan nieuwbouw.

* geen enkel van de 13 dorpen heeft kraantjeswater in de huizen. Slechts één dorp is aangesloten op het elektriciteitsnet. De wegen zijn zandwegen.

* slechts 20% van de jongeren heeft de lagere school voltooid. Hoewel ongeveer 70% van de kinderen wel enkele jaren school loopt.

* vrouwen hebben gemiddeld 7 kinderen. De demografische druk wordt onhoudbaar. De overheid heeft te laat reclame gemaakt voor een geboortebeperking via voorbehoedsmiddelen. Slechts de helft van de vrouwen nemen die en dan nog pas na minstens de vierde geboorte. Drie kinderen per gezin wordt nu als streefdoel voorgesteld, maar niet opgevolgd in de praktijk. De beschikbare landbouwoppervlakte per inwoner is met 20% gedaald sinds 1980.

* De helft van de gezinnen heeft minstens iemand die iets anders doet dan landbouw. Zoals vervoer, handel, bouw, onderwijs, gezondheidszorg, administratie en kunst. Meestal tijdelijk, gemiddeld vier maanden per jaar. Dit brengt één derde van het gezinsinkomen mee.

Bron: Asian Survey, 43:5, pp 758-779. University of California, 2003.

25-06-07

landeigendom in Tibet

Emily T.Yeh, een aardrijkskundige van de universiteit van Colorado (USA), maakte recent een studie over de grondeigendom in Tibet (published in Conservation and Society. 2,1, 2004. Sage Publications New Delhi/Thousand Oaks/London). Zij geeft openlijk steun in de USA aan de onafhankelijkheidsbeweging rond de dalai lama. Maar zij deed concreet veldonderzoek in Tibet. Enkele opmerkelijke citaten uit haar studie:

* land werd niet ten volle geprivatiseerd zoals in Oost-Europa het geval was. Het is veeleer verhuren via een contract.

* verantwoordelijken voor districten en departementen roteren regelmatig. Dorpshoofden niet, die blijven dicht bij de lokale bevolking gedurende hun mandaat.

* Chinese boeren sturen brieven en petities naar hogere politieke instanties om lokale corrupte kaders aan te klagen. Tibetaanse boeren hebben die gewoonte nog niet.

* Alle functionarissen van kleine steden waren Tibetanen tot voor kort. De laatste jaren heeft de centrale regering er opnieuw een minderheid aan Han kaders aan toegevoegd.

* het contractsysteem voor de boeren en veehouders in Tibet is soepeler qua termijn dan in de rest van China. Veestapel en land worden aan gezinnen toegekend voor onbepaalde duur, “for the long term” zoals dat heet. In de rest van China is dit voor een bepaalde tijd. Wel gelijkaardig als in de rest van China zijn de quota. Een afgesproken deel van de productie wordt aan de staat verkocht, over het surplus beschikken de families vrijuit.

* in het departement Nagqu is er zelfs nog een district dat de oude communestructuur behield, omdat die er goed werkte.

* in de landbouwregio rond Lhasa betreuren de boeren het wegvallen van de “onderlinge hulp teams”, zoals die waren ingesteld in 1959. Boeren werkten samen en verdeelden de opbrengst volgens inbreng van elk zijn middelen.

* Wanneer boeren of veehouders ophouden en een job in de stad zoeken keren de gronden die ze beheerden terug naar de collectiviteit. Er worden collectieve taken uitgedeeld. De boeren zien liever een herverkaveling. Maar de bureaucratie is zeer traag, men zit ongeveer nog op het toewijssysteem van 1984, zonder nieuwe verkaveling.

* de Tibetaanse lokale overheden voorzien acht collectieve taken voor de dorpsbewoners: aankopen van zaad, meststoffen, pesticiden, landbeheer, het zaaien, oogsten, dorsen, ploegen en irrigeren. Daarnaast twee individuele rechten: verdeling van de oogst en het veevoer in verhouding tot de eigen beheerde landoppervlakte.

* landonteigening voor projecten of gebouwen is eigenlijk geen echte onteigening, gezien de boeren geen eigenaar van de grond zijn. De Tibetaanse dorpshoofden laten zich gemakkelijk overhalen door de belofte van economische vooruitgang. In de omgeving van Lhasa gebeurt de inbeslagname van land al te dikwijls voor het bouwen van een mooi huis door de talrijk geworden Tibetaanse middenklasse.

* de Wereld Voedsel Organisatie sponsorde een landonteigening in de buurt van Lhasa om er serres te bouwen en te verhuren aan Tibetaanse boeren. Maar er was gebrek aan startkapitaal, aan kennis of aan boeren. Uiteindelijk werden de serres voor drie vierden verhuurd aan ingeweken Han boeren.

* landbeheer is geen privé-kwestie geworden in Tibet, het blijft een politieke zaak.

* Tibetaanse partijkaders in de dorpen vertellen je steevast dat de grond aan de partij toebehoort. Pas op districtniveau vind je Tibetaanse kaders, die spreken van “collectief beheerde grond”.

een huis, een veld

een huis, een veld

 

21:52 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw, eigendom, bestuur, collectief, autonomie