09-02-09

van de "Volkscommunes" naar een semi-individuele landbouw

In 1982 werd het communesysteem afgeschaft in China. Wat was het communesysteem in Tibet? De inwoners van een dorp werkten samen voor alle landbouwtaken op het totaal van de akkers van het dorp. Iedereen kreeg een klein salaris ongeveer naargelang het aantal uren werk en de moeilijkheidsgraad van de taak. De overtollige landbouwopbrengst van het dorp werd aan het kanton doorgegeven zonder veel geldelijke boekhouding. Er waren streefcijfers voor de tonnage en het soort producten. Dit was een overgesocialiseerd systeem, waar de landbouwtechnieken van die tijd niet rijp voor waren en dus ook de mensen niet. Individuele manoeuvreerruimte zat er niet in. Toch moet gezegd worden dat in die periode de landbouwproductie in Tibet er flink op vooruitging: meer graan en verdubbelde veestapel.[1] Het rantsoen van de mensen verhoogde maar structureel veranderde er niets: men produceerde iets meer en men at iets meer, het bleef een overlevingseconomie. De "collectieve" werken gaven resultaat op gebied van irrigatie en wegenbouw. Wegen aanleggen in Tibet is vooral een kwestie van bruggen bouwen. Anders spoelt de weg in de natte zomermaanden weg. Tijdens de periode van de Culturele Revolutie werden 90 bruggen gebouwd en geen kleintjes, minimum 60m spanwijdte.[2] Sommigen zullen zeggen: dat is met de stenen van de afgebroken tempels. Wel neen, zo stom is het dan ook weer niet, tempels waren niet van beton. Nu in 2008 zijn ongeveer 3/4e van de dorpen per wagen bereikbaar. Het plan is om tegen 2010 naar elk dorp een weg te hebben.

Andere positieve realisaties van die periode waren het vaccineren van de bevolking, ondermeer tegen de pokken, die regelmatig voor uitdunning van de bevolking zorgden in het verleden, naast het drastisch herleiden van de kindersterfte – één kind op twee stierf voor zijn vijfde in het oude systeem – en een flinke uitbreiding van het basisonderwijs.[3]  De nefaste gevolgen van de Culturele Revolutie zijn beter gekend: cultuur, godsdienst en taal kregen het zwaar te verduren.

In 1982 werd de grond verdeeld onder de families, met als hoofdcriterium de grootte van de familie. De lappen grond gingen van 1/4e hectare tot 2 hectare per gezin, weinig dus, want meer was er niet. De totale oppervlakte van de akkers was tijdens de jaren ’60-’70 ongeveer verdubbeld, tot 228.000 hectare, maar de bevolking groeide bijna in dezelfde mate. De oppervlakte van de landbouwgronden bleef na 1980 nagenoeg dezelfde en tegelijk bleef de bevolking stijgen, met als gevolg dat de gemiddelde landbouwoppervlakte per familie met bijna de helft daalde tot 1/2e hectare.[4] Gelukkig verbeterden de technieken en is tweederde van de velden nu voorzien van een irrigatiesysteem (ook vooral daterend uit de jaren ’60-’70), wat de opbrengsten per hectare deed stijgen om gelijke tred te houden met de bevolkingsaangroei. Tibet is zelfvoorzienend in granen, vlees, melk, kaas en boter, maar nog niet in groenten. Er zijn dubbel zoveel yaks en koeien als mensen en zes maal meer schapen en geiten. Dit is teveel aan het worden voor het weinige gras dat op die uitgestrekte hooglanden groeit.

Niet alle plattelandsactiviteit is superindividueel geworden. Enkele gewoontes van de vroegere communestructuur zijn blijven hangen of gewoon een aantal zaken die al tevoren zo waren. Zo wordt het zaaigoed gemeenschappelijk aangekocht. Het transport van de oogst voor verkoop gebeurt eveneens in groep. Wanneer een familie in de nood zit om op tijd de oogst binnen te halen, bijvoorbeeld door ziekte, dan komen andere families van het dorp ter hulp. Het te grazen leiden van de dieren is gezamenlijk, enkele personen van het dorp zetten zich daarvoor in. In sommige dorpen wordt zelfs het grasland collectief beheerd: er is een roterend gebruik ervan voor de kuddes van de families en het bijzaaien van gras gebeurt gezamenlijk. De taken voor het onderhoud van de irrigatiekanaaltjes worden verdeeld door de dorpschef. Na de oogst en net voor de vorstperiode begin november worden de velden nog eens geïrrigeerd om ze te “bevriezen” tot in de lente, waardoor ze vochtig genoeg blijven om het kiemen te bevorderen.



[1] Tibet Statisticalo Yearbook 2008

[2] CTIC (China Tibet Information Center), Beijing, juni 2005.

[3] Zie daarvoor « Education in Tibet, policy and practice since 1950 » van Catriona Bass, gemeenschappelijke uitgave van het Tibet Information Network (pro dalai lama) in Londen en Zed Books in 1998.  

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

oogst

De oogst wordt per dorp verzameld voor de verkoop ervan (eigen foto)

17:34 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: culturele revolutie, china, communes, landhervorming, tibet