22-01-08

rijke boeren

In een interview met "Le Nouvel Observateur" (17/1/2008) zegt de huidige dalai lama dit over rijke Tibetanen in Chinees Tibet: "De weinige positieve ontwikkelingen in Tibet sinds de komst van de Chinezen wegen niet op tegenover alles wat ze te gronde gericht hebben. Er zijn natuurlijk wel enkele Tibetanen die veel privileges kregen - goed wonen en goed betaald worden - en soms uit families komen van wat ze (ex-)lijfeigenen noemen." Daaarmee wil hij min of meer zeggen dat de Chinezen een kleine minderheid Tibetanen omgekocht zouden hebben om hun regime te dienen, een soort goed betaalde collaborateurfunctionarissen. Hijzelf gebruikt dat woord niet, zijn supportersgroepen wel.

Vorige zomer hebben wij nochtans rijke boeren ontmoet, Tibetanen. Ver of lang moesten wij niet zoeken.

kleine eengezinswoning
kolossale ééngezinswoning, waarbij je de benedenverdieping zelfs niet ziet, die zit verscholen achter de omheiningsmuur en ingangspoort.

Op bezoek bij een welgestelde Tibetaanse boerenfamilie in Xiangcheng (Chaktreng), ongeveer op de grens tussen Tibet en de provincie Sichuan. Het is een van de kolossale huizen van de 21 families in een dorp. Dat we tussen de varkens op het gelijkvloers moeten binnengaan om naar de woonvertrekken op het eerste verdiep te komen, bewijst dat het traditionele boeren zijn. Maar groot is onze verwondering boven: rijk uitgerust, prachtige meubelen om nooit meer bij antiquairs te snuffelen. En een decor dat alle artisanaat tart. Bovendien veel ruimte, veel te veel eigenlijk. De familie bouwde het huis twintig jaar geleden. Toen waren ze met tien. De vier kinderen zijn ongeveer het huis uit, twee zonen zijn getrouwd en werken in de stad Xiangcheng. Twee dochters verblijven in het internaat van de hogeschool voor Tibetaanse studies. De patriarch van het huis is een oom monnik en veehandelaar. Tijdens de Culturele Revolutie (1964-1974) moest hij het klooster verlaten en kwam bij de familie wonen. Hij bleef er. Zijn ouders waren in het oude regime geen lijfeigenen zoals de meerderheid van de mensen, maar middelrijke boeren met eigen lijfeigenen. Zij werden niet onteigend tijdens de landhervorming in de jaren zestig. De familie beschikt nu nog steeds over 1 hectare grond, wat het dubbele is van een gemiddelde Chinese boerenfamilie. Daarop produceren zij vooral tarwe, gerst, maïs, aardappelen en serretomaten. Daarnaast hebben ze vier varkens en zes koeien. Maar hun kleine rijkdom verwierven ze door de veehandel van de oommonnik. Dat gaf de familie een bonusinkomen van minimum 1.000 euro per jaar, die ze integraal aan meubels en huishoudtoestellen spendeerden. Geregeld trokken zij ook de bergen in voor het verzamelen van paddestoelen (de befaamde en dure caterpillar fungus) en geneeskrachtige planten om die nadien op de markt te verkopen.

Op de eerste verdieping van de kolossale woonst is er voor de oommonnik een gebedszaal waar wel honderd mensen in kunnen. Wij vroegen hem of zijn huis een fortuin gekost had. "Neen," was zijn antwoord, "enkel de pilaren en de decoratie kostten geld. Voor het bouwen zelf helpen de mensen van het dorp elkaar gratis."

de oommmonnik
de oommonnik, patriarch van het huis, voor de Tibetaanse muurwand van zijn salon. 

 Tibetaans interieur

Een andere muurwand. Waarom vinden zij zoiets nu mooi? Wij hebben toch méér smaak dan die Tibetanen. 

15:30 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, boeren, monniken, levensstandaard

26-06-07

landbouwhervorming in Tibet

hectares

wat te doen met zoveel hectaren?

Twee befaamde Amerikaanse vorsers, Melvyn Goldstein en Cynthia M. Beall –beiden spreken Tibetaans -, samen met twee Chinese experts, Ben Jiao en Phuntsog Tsering, hielden van 1997 tot 2000 een grondige enquête in 13 afgelegen dorpen van vier verschillende Tibetaanse districten. Zij ondervroegen 780 gezinnen, waarbij ze benadrukken dat hun bewegingen en hun vragen helemaal niet gecontroleerd, gevolgd noch gedicteerd werden door functionarissen. Het onderwerp van het onderzoek was de impact van de hervormingen in de landbouw sinds 1980, toen het “commune systeem” vervangen werd door contracten per huishouden. Het resultaat van het onderzoek is vrij verhelderend op velerlei gebied en spreekt een aantal verhalen tegen die in onze hoofden rondwaren, van Boeddha weet waar die komen. Een vlugge opsomming.

* de gemiddelde grootte van de gezinnen is 7 personen.

* alle gezinnen zijn Tibetaans, geen enkele Han noch Hui familie, zelfs in de winkeltjes en in de bestuursorganen.

* men eet nu dikwijls “niet traditioneel” en gevarieerder: rijst, zoetigheden, kip, eieren, diverse groenten en varkensvlees.

* Bijna 4% van de mannen zijn monnik, bijna 3% voor de vrouwen. De overheid probeert het inlijven van kinderen in de kloosters te verbieden en stelt de minimumleeftijd op 18 jaar, wat niet steeds gevolgd wordt. Bovendien is er een numerus clausus op het aantal kloosters (een kleine 2.000 in geheel Tibet voor het ogenblik).

* ongeveer de helft van de gezinnen geeft aalmoezen aan de kloosters. Slechts 3% vraagt monniken om rituelen uit te voeren voor het geluk van hun familie. Hoeveel men geeft is afhankelijk van het inkomen. Eén euro per jaar voor de armste gezinnen tot 20 euro voor de rijkste. De oudere mensen bidden elke dag, van één uur tot enkele minuten. Shamanistische praktijken (uitdrijven van boze geesten, het consulteren van een “medium”) worden in de media afgeraden.

* Iets meer dan de helft van de mensen tussen 15 en 45 jaar kan Tibetaans lezen.

* slechts 10% kunnen Chinees spreken, verre van schrijven. Opvallend was dat sommige dorpschefs geen Chinees spreken.

* grond kan niet verkocht noch gekocht worden.

* 94 % van de gezinnen vindt dat hun levenssituatie verbeterd is sinds de landbouwhervormingen en zien de toekomst ook positief tegemoet.

* alle gezinnen hebben meer dieren en meer opbrengst van hun land. Vooral de melkkoeien zijn verzesvoudigd. Drie vierde van de gezinnen produceert genoeg of meer voor zijn eigen onderhoud. Eén gezin (7 personen gemiddeld) beschikt ongeveer over anderhalve hectare.

* verdeling van de te telen gewassen worden collectief per dorp geregeld. De aankoop van zaden, meststof, machines gaat via het dorp. Commercialisering van de overschotten eveneens.

* Per gezin werd ongeveer 500 euro besteed aan verbetering van de woonst of aan nieuwbouw.

* geen enkel van de 13 dorpen heeft kraantjeswater in de huizen. Slechts één dorp is aangesloten op het elektriciteitsnet. De wegen zijn zandwegen.

* slechts 20% van de jongeren heeft de lagere school voltooid. Hoewel ongeveer 70% van de kinderen wel enkele jaren school loopt.

* vrouwen hebben gemiddeld 7 kinderen. De demografische druk wordt onhoudbaar. De overheid heeft te laat reclame gemaakt voor een geboortebeperking via voorbehoedsmiddelen. Slechts de helft van de vrouwen nemen die en dan nog pas na minstens de vierde geboorte. Drie kinderen per gezin wordt nu als streefdoel voorgesteld, maar niet opgevolgd in de praktijk. De beschikbare landbouwoppervlakte per inwoner is met 20% gedaald sinds 1980.

* De helft van de gezinnen heeft minstens iemand die iets anders doet dan landbouw. Zoals vervoer, handel, bouw, onderwijs, gezondheidszorg, administratie en kunst. Meestal tijdelijk, gemiddeld vier maanden per jaar. Dit brengt één derde van het gezinsinkomen mee.

Bron: Asian Survey, 43:5, pp 758-779. University of California, 2003.

13-05-07

zwaar romantisch

De familie Qoinda in het dorp Gyairi in het district Doilungdeqen, op 30 km van Lhasa, is een gewoon geval. Eén hectare land, waar ze gerst, maïs en aardappelen op telen, levert hen per jaar 60 euro per maand op, niets om naar landgenoten in Genève te schrijven. De zoon studeert en werkt tegelijkertijd, hij restaureert fresco’s in de Jokhang tempel in hartje Lhasa. Daarvoor krijgt hij 75 euro per maand. Maar de dochter kost geld, een paar euro per maand om haar middelbare studies te betalen. De brave huisvader brengt redding, buiten het korte landbouwseizoen werkt hij in een steengroeve, waar hij 210 euro per maand, genomen over het hele jaar, verdient. Samen is het gezin goed voor 340 euro per maand. De vergelijking met hier is moeilijk, niet alle zaken zijn ginder véél goedkoper, maar je kan zeggen dat dit inkomensniveau zich bij ons ergens tussen de 1000 en de 2000 euro situeert. Het blijft fenomenaal in vergelijking met de jaren vijftig, toen een boerenfamilie er niets had, Afrika op zijn slechtst. Plus zij hebben het zelf gedaan, zonder Wereldbank, zonder 11.11.11, zonder Vredeseilanden, zonder “free Tibet”. 

 
zwaar romantisch

Tibet kan zwaar romantisch zijn

19:10 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, jokhang, boeren, lhasa, thangka, kloosters, levensstandaard

08-02-07

serres voor groenten op grote hoogte

Een dorp met serres, Gangdelin behorend bij het stadje Naiqiong, enkele tientallen km ten westen van Lhasa.

Een illustratie anno 2005 van de landbouwpolitiek in een dorp niet ver van Lhasa.

Ter herinnering: hier woonden tot 1959 lijfeigenen. Zij kregen nadien de grond in eigen beheer tot in 1965. Toen werd de communestructuur ingesteld met een salarissysteem als basis in plaats van een eigen opbrengstsysteem. Vanaf 1984 werd teruggekeerd naar het geven van land aan wie het bewerkt. De herverdeling van de grond gebeurde op basis van het aantal leden van de familie. Probleem daarbij was dat er onnodige versnippering ontstond en ongelijkheid tussen goede percelen en lastige percelen. En daarbovenop nog de snelle bevolkingsgroei. Een langzame en lange hervorming van de landbouw drong zich op. Van directe hulp aan behoeftigen naar opleiding en diversificatie. Groenten kweken bijvoorbeeld, in plaats van gierst. Maar daar was geld voor nodig, want Tibet is te koud voor groenten. De overheid bouwde serres en stelde die gratis ter beschikking van de Tibetanen op wiens grond ze stonden. Die vonden het gemakkelijker om die te verhuren aan Chinezen en een behoorlijk sommetje op te strijken in plaats van zelf het groente-experiment te wagen. De Tibetaanse overheid heeft deze praktijk recent verboden en stelt nu instructeurs ter beschikking om de serres met de Tibetanen op gang te trekken.

In het dorp bouwde de overheid 55 serres met een totale oppervlakte van 2 hectare. Tien Tibetaanse families werken mee aan het project. De eerste twee jaar krijgen zij 1000 euro als basissalaris en eventuele extra premies volgend uit de verkoop van de groenten. Daarnaast hebben zij nog een aantal gierstvelden en wat vee. Enkele mensen worden uitgekozen om de productie op de markt in Lhasa aan te bieden. Er zijn twee landbouwtechnici (één jonge Wuhanees en één Tibetaan), goed betaald door de overheid, werkzaam in het dorp. Zij dienen als leraar voor theoretische en praktische cursussen. Boeren van buiten het dorp kunnen de cursussen eveneens bijwonen. Alle soorten groenten worden er geteeld, van tomaten, via kolen tot watermeloenen en prinsessenbonen. Er is veel zon in de streek, ook in de winter. Tegen de lage temperaturen ’s nachts worden dikke katoendekens over de serres uitgespreid en die houden de temperatuur binnen op minstens 6°C. Kleine specialiteit: kerstbloemen voor de pleinen in Lhasa. Voor 1 pot krijgen ze 3 euro. Zaden worden ter plaatse geregenereerd. Nog niet goed georganiseerd is de commercialisering van de producten: wanneer welk product en waar op de markt aanbieden. De overheid wil hier enkele families in een bedrijfje doen stappen.

Een dergelijk dorp is geen uitzondering. Een vijftigtal “leerstations” verspreid over Tibet zijn momenteel actief. Die stations hebben ruime zelfstandigheid om zich in te passen in de lokale noden. Na twee jaar opleiding worden de serres overgedragen aan de families. Het basissalaris valt weg en de winst op de verkoop van de producten wordt het inkomen. Resultaten tonen dat de families onmiddellijk een iets hoger niveau halen: 1500 euro per jaar en per serre. Bedoeling is om elke familie 2 serres te geven om het inkomen te verhogen. Momenteel zijn het vooral de vrouwen die in die serres werken, terwijl de mannen in de stad betaalde klusjes of zaakjes doen als bijverdienste, dikwijls in de bouw. Het station in Gangdelin wil op korte termijn 100 hectare voor tuinbouw op gang zetten om zo méér Tibetaanse families te laten overschakelen van de monocultuur van gierst naar meer variatie.

serre lhasa

drie agronomen, één Chinees en twee Tibetanen

 

28-12-06

Een dorp langs de spoorlijn op 100 km van Lhasa

In het dorp wonen 64 families, samen 286 Tibetanen. Zij bewerken een zestigtal hectaren, dat is nauwelijks 1 hectare per familie. Dertig jaar geleden hadden ze nog 2 hectare per familie want toen waren ze met de helft minder mensen. Hogere opbrengsten per hectare hebben de bevolkingsgroei net kunnen volgen. Gerst en wintertarwe krijgen elk 25 hectare en daarnaast nog 7 hectare voor koolzaad en 2 voor aardappelen. Rond de huizen telen ze groenten voor eigen gebruik. Het dorp beheert een kudde van 320 beesten, yaks en schapen samen. Enkele mensen van het dorp leidden die in de zomer de bergen in om te grazen. De arbeid op de velden wordt in samenwerkingsverband georganiseerd. Na afname van een deel voor eigen gebruik wordt de rest van de oogst verzameld voor een centrale verkoop. Na aftrek van de gemeenschappelijke aankopen, wordt de winst verdeeld volgens de opbrengst van elk veld en omdat de oppervlakte van de velden nagenoeg dezelfde is voor elke familie, is dat ook het geval met de centenverdeling. Wat zijn de gemeenschappelijke aankopen? Zaaigoed is het niet, want dit produceren ze zelf en verbeterde zaadsoorten krijgen ze gratis van de overheid. Mest hebben ze van de dieren, maar die zijn dikwijls het huis uit. Soms kopen zij chemische supplementen. Vroeger werd mest van de dieren verbrand om de huizen te verwarmen. Nu zijn ze overgeschakeld op steenkool. Gemeenschappelijk zijn ook de kleine infrastructuurwerken in het dorp. Er is een klein lokaaltje voor eerste medische hulp. Of het bouwen van een nieuwe stupa met een tempeltje, wat zij enkele jaren geleden deden. Of enkele te vernieuwen irrigatiebuizen. Het is niet ingewikkeld om te begrijpen dat die hectare per jaar en per familie weinig winst opbrengt: 200 euro, dat is het dan. Hoe wordt dit allemaal geregeld? Door de “harmonieuze ecologische samenleving” van weleer, zoals de 14e dalai lama ze beschrijft? Een “klein” verschil is dat zij toen tweederden moesten afgeven aan de heer of het klooster, zonder er 200 euro voor te krijgen en bovendien nog gratis corveewerk moesten verrichten. Nu krijgen die dorpsbewoners 170 euro per maand als zij bijvoorbeeld mee aan de spoorweglijn werken of aan een bebossingproject op een berghelling vlakbij. De bedoeling van de overheid is bebossen en de helling aan iemand geven voor latere bosbouw. Wie regelt? De dorpschef, de burgemeester van onze vroegere landelijke kleine gemeentes. Bij algemeen stemrecht verkozen voor een periode van vier jaar, is hij de “manager”, zoals hij het graag modernistisch uitdrukt. Manager van economische zaken voor het dorp, contact met de hogere instanties en bemiddelaar bij ruzie’s in het dorp. Er zijn bijeenkomsten voor dorpschefs op districtsniveau om ervaring uit te wisselen en overheidsinitiatieven te leren kennen, zoals opleidingsmogelijkheden voor landbouwers. Nog dit: 2 op 3 families hebben een kleine tractor en vier families hebben een vrachtwagen kunnen kopen. Paarden en moto’s zijn er niet. Een lagere school is op wandelafstand in een nabijgelegen dorp. En de jongeren op de middelbare school in het districtscentrum Tulun blijven er de gehele week. Op de vraag wat de dorpsmanager van plan was in de komende jaren kreeg ik als prompt antwoord: betere huizen bouwen met de opbrengst van een nieuw fabriekje. Een fabriekje? Ja, een Chinees uit Hongkong heeft in de omgeving een bedrijfje laten bouwen dat hooglandgierst in koekjes zal verwerken. Enkele mensen kunnen er gaan werken en het dorp kan de gerst aan een hogere prijs kwijt.

Eigen “spontaan” en “ongecontroleerd” bezoek, augustus 2005.

IMG_2000

de dorpschef

IMG_2001

in het dorpscafé, tevens winkeltje en vergaderzaal voor de dorpsraad

IMG_2002de vrouw van de dorpschef

De 14e dalai lama per trein naar Tibet?

Lhasa eindstation. Gloednieuw, flink buiten het stadscentrum, waar een boerendorp een even gloednieuw stadje geworden is . Sinds 1 juli sluit Lhasa aan op het Chinese spoorwegnet en kan per dag een paar duizend reizigers en ettelijke tonnen goederen in beide richtingen verwerken. De ontsluiting van de Westhoek? Gedaan met de colonnes dieselrook pruttelende vrachtwagens op het vijftal wegen dat naar Lhasa leidt? Een Chinese invasiemachine of een rollende pelgrimskaravaan?

Wie mag er op de trein naar Lhasa?
De prijzen voor een boeddhistische gelovige uit Xining, hoofdstad van de provincie Qinghai, om nu naar Lhasa te reizen zijn binnen zijn betaalbereik: 50 euro voor een traject van 2000 km in een comfortabele slaapplaats. Het kan goedkoper in een zetel voor 30 euro. In elk geval met minder kastijding dan dezelfde afstand te voet en neerknielend af te leggen. Wij gaan ook niet allen te voet naar Compostella. De 14e dalai lama vreest echter dat er teveel Chinezen de trein zullen nemen. Hij zegt het als goddelijk diplomaat redelijk voorzichtig, maar zijn regering in ballingschap zegt het duidelijker en zijn internationaal netwerk zegt het vrij krachtig. Eerst de 14e dalai lama: “Indien er geen verborgen politieke motivatie in de trein zit, kan die goed zijn voor Tibet. Maar als de trein de Chinese kolonisatie bevordert of het ecologisch evenwicht verstoort wordt hij een ramp voor Tibet.” (1). In deze brave uitspraak zit er al minstens één geopolitieke stelling van hemzelf in: ‘Tibet is nu al een kolonie, die door de trein kan bevorderd worden’. Daar kan een boek over geschreven worden. Dit zomaar meegeven in kleine losse uitspraken is een wereldklimaat creëren, waarin  dit zonder nadenken noch onderzoek communicerend genuttigd wordt. Een kolonie is iets dat men uitbuit. Terwijl de Chinese overheid gedurende 55 jaar niets anders deed dan er veel geld en hulp instoppen. Het lokale Tibetaans budget is voor 90% centrale overheidssubsidie. Daar kan Wallonië alleen maar van dromen. De Tibetaanse boer of herder betaalt geen cent belasting. Dat moest hij wel doen aan… de dalai lama, vooral in natura en voor een deel in centen als hij er had. De koopkracht van de gemiddelde werkende Tibetaan was in de jaren vijftig ongeveer nul, hij kon net in leven blijven met een beetje gerst, wat yakboter en een zeldzaam stukje schapen- of geitenvlees, uit eigen opbrengst. Nu kan hij een huis bouwen met een minimum aan sanitair, zondagse kledij kopen, per moto rijden en een zonnepaneel installeren. Bovendien is onderwijs en gezondheidszorg vrijwel gratis, wat stukken beter is dan in de rest van China. Zoiets kan moeilijk een klassieke “kolonisatie” genoemd worden. In alle “klassieke” Europese kolonies werd de lokale bevolking als werkslaaf ingeschakeld om tonnen grondstoffen naar het noorden te verschepen. De inheemse economie stortte in, de bevolking verarmde en epidemieën en hongersnoden dunden ze uit. Enkel de kerk bracht hier en daar wat zalf mee. Dit kan van Tibet niet gezegd worden. Er is geen massale grondstoffenuitbuiting en bovendien is de regio financieel autonoom: wat ginder geproduceerd wordt komt in het lokale budget terecht. En zoals gezegd, een budget dat nog voor 90% staatssubsidie vanuit Beijing is.
Maar de 14e dalai lama wil zelf terugkeren, met de vrije markt en de westerse democratie in het bagagerekje (2). Wie zal wie koloniseren? Hij wil ook alle daar aanwezige Chinezen op de trein richting Beijing zetten, voorgoed (2). En dat zijn er veel meer dan er Serviërs verspreid leefden in ex-Yougouslavië. Want de 14e dalai lama heeft het over een gebied dat drie maal groter is dan het huidige Tibet en waar al eeuwen verschillende volkeren gemengd samenleven. Kortom, hij wil nu geen of weinig Chinezen op de trein, anders moet hij straks nog méér retourkaartjes betalen. De trein op zich mag er volgens hem zijn, als technische vooruitgang, maar zonder Chinezen (1). Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de trein op zich welkom is: de lijn ligt volledig op het grondgebied van zijn begeerd “Groot Tibet”. Een aangename reis voor hem, van het Kumbum klooster in Xining, zijn geboortestreek, naar het zomerpaleis in Lhasa, beter dan kouwelijk te paard zoals vroeger. Dat zegt ook letterlijk de Amerikaan John Ackerly, de directeur van het ICT (International Campaign for Tibet): “deze spoorlijn kan op termijn enkel goed zijn voor de Tibetanen als ze zelf baas worden over zowel de lijn als het land dat ze doorkruist”(3). Dit komt neer op annexatie van de provincie Qinghai bij “Groot Tibet” (4). De erevoorzitter van ICT is de gepolijste acteur Richard Gere. Uitvoerend voorzitter is Lodi Gyaltsen Gyari, hoge geestelijke van de Tibetaanse invloedrijke aristocratische familie Gyari en vertegenwoordiger van de 14e dalai lama in de USA. In de raad van beheer en onder de stafmedewerkers van ICT vinden we verschillende ambtenaren van de Amerikaanse staat. Ackerly zelf was agent voor de USA in Roemenië om er de dissidentenbeweging te steunen om Ceaucescu letterlijk te doen vallen (5). Richard Gere pleegde ook een artikel, waarin hij de trein beschrijft als een “rampsituatie in volle duisternis”(6). De teneur van het artikel is: ‘Het was er al zo slecht en nu nog dit!’. De trein brengt volgens hem en volgens het gehele internationale netwerk rond de 14e dalai lama “een verhoogde Chinese militaire aanwezigheid in Tibet” met zich mee. Alsof de Britse soldaten per TGV in 1e klas slaapcouchettes van London naar Bagdad reisden. Als China gelijk waar op zijn grondgebied militairen stationeert, vervangt of opleidt, dan staan zij niet eerst aan het loket ergens in een station aan te schuiven. Wie mag dus de trein nemen naar Lhasa? Geen Chinezen en zeker geen soldaten, alleen Tibetanen. Wij gaan de Polen in Brussel verbieden om de trein naar Lourdes te nemen, anders gaan ze daar alle lekkende kraantjes repareren en dat is cultuurgenocide. Richard Gere spreekt van de “schending van de heilige grond in Tibet”, waar nu rails op liggen. En Dhondup Dolma Bhartso, stafmedewerkster van het kantoor voor Buitenlandse Zaken van de 14e dalai lama schrijft dat de yakkuddes zullen schrikken bij het zien van de trein (7). Het kan belachelijk klinken, maar het wordt ernstig geschreven, door hooggeplaatsten rond de 14e dalai lama, betaald verspreid en sektarisch geloofd.

De radicale arm van de 14e dalai lama wil een boycott
De Tibetaanse jeugdbond (Tibetan Youth Congress) is de grootste politieke formatie van de Tibetanen in ballingschap. Zij noemen zichzelf een NGO. De voorzitter Kalsang Phuntsok Godrukpa kijkt wel tegen zijn zestigste aan, hij was er al bij van in het begin in 1970. We vinden andere belangrijke elitemensen terug: Lodi Gyari (ICT, USA) was één van de vier oprichters; Samdong Rinpoche, de huidige eerste minister van de 14e dalai lama, was op zijn éénendertigste vice-voorzitter van de jeugdbond in 1970, samen met de zus van de 14e dalai lama, Jetsun Pema, toen ook al de dertig voorbij. Het is niet zomaar een “radicale oppositie” tegen de zo vreedzame 14e dalai lama. Het waren en zijn vertrouwelingen van hem. Radicaal zijn ze, want in hun basistekst staat als één van de vier hoofdlijnen van hun politiek: “totale onafhankelijkheid van Tibet, zelfs als dit levens moet kosten” (8). Dat laatste is een eufemisme voor “zelfs met geweld”. Zij vormen het tweede gezicht van de 14e dalai lama. De trein willen ze boycotten en betoogden in Delhi en Mumbai voor (en in) de Chinese ambassade of consulaat. Er waren schermutselingen met de Indiase politie en enkele tientallen verdwenen voor een paar dagen of weken in de cel, waaronder de 40-jarige vice-voorzitter van TYC jeugdbond, Lobsang Yeshi. De TYC wil betere en meer wegen naar Nepal en India in plaats van de spoorlijn, als het maar weg van China is. Het internationale netwerk van “Tibet support” groepen is tegen trein-, weg- of vliegverbindingen met China. Vergrendelen van de grens met China: een muurtje bouwen op het dak van de wereld. Wellicht is het eerste gevaar niet een brug die inzakt onder de gesmolten en bewegende ondergrond, maar een springlading van het TYC. De oproep tot boycott werd verlengd in de USA door het ICT, je weet wel: dat van Lodi Gyari en de Amerikaanse staat. Aanbeveling aan alle economische entiteiten in de USA om geen enkele technische noch financiële steun te geven aan de bouw van de spoorlijn en alles er rond. Maar de Canadezen hielpen China met het bouwen van wagons uitgerust met luchtdrukregeling. Wat Dhondup Dolma Bhartso, de ernstige experte van de administratie van de 14e dalai lama, doet zeggen: “toeristen worden als in een vliegtuigkooi vervoerd, zonder voeling met de werkelijkheid van het plateau” (7). ’t Is nooit wel.

Toeristen welkom… bij de Tibetanen
Thubten Samphel, van het departement van informatie en internationale relaties van de 14e dalai lama, verwelkomt buitenlandse toeristen in Tibet, geen Chinese. Ze mogen met de trein komen (1). Hij zegt: “Het toerisme kan in zekere mate gefilterd worden om het direct bij de Tibetanen te brengen.” In klare taal betekent dit een advies aan buitenlandse toeristen om zoveel mogelijk “officiële” agentschappen te mijden, te slapen in 100% zuiver Tibetaanse hotels, te kijken of de kok in een restaurant een Chinees gezicht heeft of een Tibetaans alvorens te bestellen en Japanse 4X4 wagens uit te kiezen als ze maar een Tibetaanse chauffeur hebben. Dat zegt een woordvoerder van de 14e dalai lama, vol compassie. Terwijl racisme aanstuurt op oorlog. Deze boodschap wordt door het gehele internationale netwerk van de 14e dalai lama overgenomen. Je vindt het bij de Tibetgroepen in ons land, in Frankrijk, Duitsland, e.a. bij de vleet. Ooit gezien in een Tibet-info tijdschrift in België: een foto van één enkele ingedommelde Chinese soldaat op de trappen van één of ander cultureel monument in Lhasa, met als ondertitel: “de militarisering van Tibet”. Want toeristen worden ook aangemaand om foto’s te nemen van “troepenverplaatsingen”. Het voorbeeld in kwestie kon moeilijk “verplaatsend” genoemd worden en nog minder “troepen”.

De spoorlijn: een bagatel?
Uiteraard niet. Het is een technisch gedurfd en letterlijk hoogstaand project. Het heeft politieke, economische en sociale bedoelingen. Alles wat de mens construeert heeft dat. Turkije of Roemenië bij Europa brengen heeft dat ook. China investeert een massa geld in de spoorlijn. Dat bevestigt de nationale eenheid (in verscheidenheid), brengt diversificatie van de economie mee, zorgt voor werk, vergemakkelijkt de handel. Wat is daar slecht aan? Nostalgici hier dromen van een ongeschonden oerras. De Duitsers dachten zelfs dat het Ariërs waren, afkomstig van de Indo-europeanen die de oude Indus cultuur vernietigden. Mis, het is een volk verwant aan de Chinezen. Tibet treedt de moderne wereld binnen, of we dat nu willen of niet. Eigenlijk wil de 14e dalai lama dat ook, maar dan in de moderne westerse wereld, niet in de Chinese. De spoorlijn is een dwarsligger.

(1) DPA, interview met Duits persagentschap 30/6/2006  
(2) “Tibet: A Future Vision” van Samdhong Rinpoche, hoge geestelijke, door de 14e dalai lama in 1991 aangesteld als voorzitter van het parlement van de Tibetanen in ballingschap en sinds 2001 eerste minister. De 14e dalai lama schreef zelf in 1992 de grote lijnen van de basistekst “A Future Vision” en Samdhong Rinpoche vulde de details in en publiceerde een uitgebreide tekst in 1996. In interviews heeft de 14e dalai lama het over de “uitroeiing van het Tibetaanse ras door de massale aanwezigheid van Han Chinezen.” En “culturele assimilatie of genocide” (Barry Sautman in Contemporary Tibet, USA, 2006).   
(3) The Wall Street Journal Asia, 30/06/06. Het artikel is overgenomen in het “Tibetan Bulletin”, het officiële blad van de administratie van de 14e dalai lama in India.
(4) De bevolking van Qinghai bestaat ongeveer uit één derde Hui (moslimminderheid), één derde Han en één derde Tibetanen, naast nog wat kleinere groepen zoals Mongolen, Tu, Kazakken en nog een paar hele kleintjes. De spoorlijn Xining-Lhasa ligt voor 3/4e in Qinghai.
(5) website ICT, kort curriculum Ackerly (we mogen aannemen dat een volledig curriculum nog wat meer zou tonen).
(6) The New York Times, 17 juli. Eveneens overgenomen in het blad van de 14e dalai lama (juli-nummer). 
(7) Tibetan Bulletin, administratie dalai lama, juli
(8) website TYC

spoor