15-12-08

de dalai lama in het Europees Parlement, 4 dec 2008

 

door Jean-Paul Desimpelaere

De toespraak ligt in dezelfde lijn als vele van zijn recente toespraken. Hij begint met: "Ik ben hier vooral voor de promotie van menselijke waarden, zoals hartelijkheid onder de mensen." Dat neemt dan één zin in beslag, waarop een klein uur politiek betoog volgt rond de kwestie Tibet. Ook daar zijn de grote lijnen dezelfde sinds jaren. Toch is het nuttig om enkele nieuwe klemtonen aan te halen.

  • Hij beschrijft de rellen van maart in Lhasa als "spontaan" en "dapper". Via toeristen van dat moment weten wij dat dit brandstichtingen en lynchpartijen waren.
  • Hij eist van China dat een "internationaal inspectieteam" toegelaten wordt in Tibet. Die eis wordt ook door de USA verwoordt.
  • "De Tibetanen leven in een constante sfeer van angst: ben ik de volgende om gearresteerd te worden?," zo verwoordt hij de stem van binnenin Tibet. Dit ergert mij het meest. Ik was in Tibet in oktober 2008. Die spanning is er totaal niet. Ik kon vrijuit praten met gewone stedelingen, intellectuelen, boeren: zij beschouwden de rellen als schadelijk voor Tibet, beter zoiets niet meer, zeggen zij! De stad Lhasa was in zijn gewone doen: winkels, pelgrims, toeristen.
  • "In ons Memorandum aan de Chinese overheid zeggen wij dat wij er niet op uit zijn om niet-Tibetanen uit Tibet weg te sturen. Ons punt is wel de massale invoer van Han Chinezen in bepaalde delen. Dat stelt de Tibetanen in de minderheid en bedreigt het ecologisch evenwicht." Zij zijn er "niet op uit", maar het zal wel moeten.
  • De verwijzingen naar andere etnische minderheden in China worden steeds talrijker. Zijn discours beperkt zich niet tot Tibet. Etnische minderheden op de uiteinden van China, niet in het binnenland want die interesseren hem niet. Die uiteinden zouden vroeg of laat ook wel onafhankelijk kunnen worden, als we die toespeling goed interpreteren. De 14e dalai lama verwijst naar "Oost-Turkestan" (Xinjiang), Binnen-Mongolië en Mandsjoerije. Hij voegt er aan toe dat in Binnen-Mongolië de autochtone bevolking voor 80% onder de voet gelopen is door de Han Chinezen. Moeten die laatste daar ook weg (18 miljoen)? Hij vermeldt ook niet sinds wanneer daar veel Han wonen, dat dateert niet van eergisteren.
  • "Mijn geloof in de Chinese leiders wordt zwakker en zwakker. Maar ik zie meer Chinese bewegingen van intellectuelen die mij steunen." Het gedroomde Tibet van de 14e dalai lama zal inderdaad nooit onafhankelijk worden als niet tegelijk binnen China zelf een soort "Oranje Revolutie" plaatsvindt. Hij feliciteerde het Europese Parlement voor het toekennen van de Sacharov prijs aan een Chinese dissident. Hij heeft het dus niet enkel over Tibet, maar over China zelf.
  • "Ik hoop het beste, maar ben op het slechtste voorbereid." Het zal wellicht niet altijd vreedzaam blijven.

Dat dit discours een staande ovatie van het Europees Parlement meebracht, gaat mijn begrip te boven. Europa staat daar te applaudisseren voor pure politieke fictie en propaganda, dat is gevaarlijk.

 

Nog een onooglijk detail: de Manchu's

In zijn toespraak zegt de 14e dalai lama op een bepaald moment: "Today, the language, script and culture of the Manchu people have been extinct." (Taal en cultuur van de Manchu's is uitgedoofd).

In de zin ervoor had hij het over: "(de Chinese overheid) veroorzaakt massale Han inwijking in Tibetaanse gebieden, die gradueel zal leiden tot het uitdoven van de aparte Tibetaanse identiteit en cultuur."

Een Europese toehoorder zal verrast denken: "Er was al een precedent! De Manchu's bestaan al niet meer en die waren zelfs een tijd keizer! Dat wisten we niet. Die cultuuruitroeiing moet dus inderdaad erg zijn in China." Normale reactie, want wie weet er hier bij ons echt iets over de Manchu's, laat staan over hun taal?

De dalai lama laat dus uitschijnen dat de Manchu taal verdween door massale Han instroom in hun gebied, op aansturen van de huidige communistische overheid. Dat is een zeer handige verdraaiing van de geschiedenis voor onze onwetende oren. Enige toelichting, zonder al te veel in details te treden, is nodig.

De Manchu's waren een ruitervolk in het uiterste noordoosten van China. Zij veroverden Beijing in 1644 - toen waren zij met ongeveer twee miljoen mensen -  en nemen er de keizerstroon over. Dat wordt de Qing dynastie. Zij leggen beslag op terreinen en boeren, zij richtten Han legers op onder hun bevel en brengen het totale Chinese keizerrijk opnieuw naar een maximale grootte, Tibet en Xinjiang in het verre westen inbegrepen. Maar wat gebeurt er met hun taal? Zij geven die een soort "plechtig administratief" statuut, terwijl zij tegelijk de Chinese taal omhelzen in literatuur, poëzie, kalligrafie, geschiedschrijving, wetenschappen en handel. Verschillende keizers van de Qing waren uitstekende poëten, in het Chinees. Grote werken verschenen tijdens de Qing dynastie. Echter de vervalperiode van de Qing (einde 19e eeuw, begin 20e) liet vrijwel niets overeind van de Manchu taal, daar waren zij zelf de oorzaak van. In 1911, bij de val van het keizerrijk was de Manchu taal in onbruik geraakt in hun eigen aristocratische rangen en van onderwijs 'aan hun volk, in hun taal' was geen sprake meer. De woelige jaren van de Eerste Chinese Republiek en nadien van de Tweede Wereldoorlog brachten daar geen verbetering in, de Manchu taal werd niet meer heropgedolven. Kortom, het Manchu schrift was verdwenen lang voor de Chinese Revolutie er aankwam. De beginjaren van de Volksrepubliek brachten andere problemen mee dan 'taal'. Het ging om de heropbouw van een gigantisch land dat op de grond lag. Momenteel, nu enige welstand in China bereikt is, is er weer tijd voor intellectuelen om het Manchu erfgoed op te vissen, wat ook gebeurt. Er zijn nog 2 miljoen stukken in het National Archief bewaard. Chinese taalkundigen en historici zijn een beweging gestart: "Red de Manchu taal". In 2006 werd voor het eerst opnieuw een school in het 'Manchu' geopend.

Dat is totaal iets anders dan laten uitschijnen dat de 'Chinese communisten moedwillig de Manchu taal tot uitsterven brachten', zoals de toespraak van de dalai lama in het Europees Parlement suggereert.

 

Dit "Manchu-verhaal" is niet het enige verhaal uit de Chinese geschiedenis dat de huidige dalai lama misbruikt in zijn kruistochtbetoog tegen het huidige bewind in China. Maar het is wel een nieuw verhaal, en goed gevonden voor onze oren.

 

In een toespraak in Polen, enkele dagen later, riep hij de aanwezige wereldleiders op om China in het "democratische kamp" te brengen. "We must do that", was het begin van de zin van de 14e dalai lama. Op zijn website beschrijft de 14e dalai lama Walesa als "The Polish anti-communist icon".

 

19:03 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, manchu, europa, taal, china

26-05-07

de geboorteplaats van de 14e dalai lama: een politieke keuze

In zijn testament had de 13e dalai lama, zoals gebruikelijk in Tibet sinds de 17e eeuw, aanduidingen gegeven over de plaats waar zijn reïncarnatie moest gezocht worden. Hij liet schrijven: “Daar in het verre noordoosten is het ook nog Tibet.” Hij bedoelde Amdo in de huidige provincie Qinghai. Daar hebben de hoge lama’s de huidige 14e dalai lama gevonden in 1937. De streek stond niet meer onder Tibetaans bestuur sinds het uiteenvallen van het grote Tubo Rijk in de 9e eeuw. Mongoolse leiders regeerden er vrij lang, onafhankelijk of als vazallen van het Chinese keizerrijk. Uiteindelijk werd het gebied in 1725 als “Kokonur Territorium” door de grote Manchu keizer Kangxi definitief ingelijfd bij het Beijing-regime, na het neerslaan van een opstand van de Qoshot Mongolen in Qinghai, die steun gezocht hadden bij de Dzungaren van Xinjiang. Keizer Kangxi had enkele jaren tevoren de Dzungaren reeds uit Tibet, dat ze overrompeld hadden, verdreven. Het “Kokonur Territorium” was een mengeling geworden van diverse volkeren: Tibetanen, Mongolen, Hui (moslims) en Han.

De bestuurlijke macht van de dalai lama’s, als ze die al hadden en pas vanaf de 17e eeuw, reikte nooit verder dan het huidige Tibet. De reïncarnaties werden telkens gevonden in Centraal-Tibet (buiten één geforceerde Mongoolse kleinzoon). Waarom pinde de 13e dalai lama voor zijn opvolging dan een punt op de kaart dat hij “ook nog Tibet” noemde en dat er eigenlijk ver buiten lag? Moeten we ons dat wel afvragen? Bij ons hoeft een paus ook geen Romein te zijn, het kan wel eens een Pool te beurt vallen. Hoewel, daar kunnen redenen voor zijn. En er waren redenen voor de 13e dalai lama. Hij had de kaart van “Groot Tibet” heropgediept, toen hij in 1913 samen met de Engelsen zijn onafhankelijkheid bedong bij de toen nog jonge Chinese Republiek. De kaart van het Groot Tibet van tijdens het Tubo koninkrijk in de 8e-9e eeuw. De huidige 14e dalai lama is, op aanduiden van zijn voorganger, geboren net op de vlottende grens met China van dat vroegere rijk. In gesprek met de Amerikaanse journalist Laird* vertelt hij: “De (huidige) panchen lama en ikzelf zijn beiden geboren op de grens met China, in Amdo. De mensen van Amdo hebben nu een bijzonder gevoel tegenover Tibet, want de dalai lama en de panchen lama zijn beiden afkomstig van die streek. Tijdens de vorige eeuwen waren zij gescheiden van Centraal-Tibet, maar aangezien wij beiden van Amdo afkomstig zijn, voelen zij zich nu nauwer verbonden. In die zin heeft het (mijn geboorteplaats) een invloed gehad.”

Hij zegt ook aan Laird dat zijn moedertaal Chinees was. “In die tijd sprak men in mijn dorp een soort slecht Chinees. Als kind ben ik begonnen met Chinees als taal, maar het was een slecht Xining, een Chinees dialect.” Xining is steeds een belangrijk centrum geweest van dit noordelijk deel van het hoogplateau. Minstens vier talen coëxisteren er sinds lang: Tibetaans, Mongools, Chinees en Arabisch. Volgens de 14e dalai lama was de spreektaal in de hoofdstad (én in zijn dorp) Chinees, maar  “slecht” Chinees. In een interviewboek met Irène Frain (Paris Match) vertelt de zuster van de 14e dalai lama, Jetsun Pema, hoe ze over haar geboortestreek onderwijst aan de kinderen van de Tibetanen in ballingschap in India: “Op de kaart kunnen de kinderen vaststellen dat het geboortedorp van de 14e dalai lama zich nu in de Chinese provincie Qinghai bevindt. De meeste families zijn er sindsdien Chinees. Demografische studies tonen de kinderen dat in Tibetaanse provincies, die door de Chinezen geannexeerd werden, er nog slechts één Tibetaan leeft voor wel 300 of 400 Chinezen.”**     

* verschenen in boekvorm in 2006. “The Story of Tibet, Conversations with the Dalai Lama”, Thomas Laird, Grove Press, New York. Het boek is uitgegeven onder co-copyright van de 14e dalai lama, die drie onderzoekers opdracht gaf om zijn citaten dubbel te controleren (vermeld in het voorwoord). Laird zelf, in zijn commentaren, neemt geregeld een loopje met geschiedenisfeiten. Om in het geboortedorp te blijven, Laird schrijft bv.dat de moeder van de 14e dalai lama 16 kinderen ter wereld bracht, waarvan er 11 overleefden. In zijn autobiografie schrijft de 14e dalai lama dat er slechts 7 overleefden. De drie experts, die het boek nalazen, hebben erover gelezen. Weinig belang, indien het slechts de énige geschiedenisverfraaiing in het boek zou zijn, wat niet het geval is. Het boek kreeg een boodschap van de 14e dalai lama mee: “Een actie trouw aan de waarheid en aan de gerechtigheid laat zich niet ontmoedigen”.

** Het boek van Jetsum Pema kreeg de titel “Opdat de wereld zou herbloeien”.

Tibet in bloei

De hoogvlakte in Qinghai in bloei

15:47 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, reincarnatie, qinghai, manchu, china, hui moslims, amdo

02-04-07

De 14e dalai lama had Chinees als moedertaal

De 14e dalai lama werd geboren buiten het actuele Tibet, nabij Xining in het noorden van Qinghai. Zijn ouders waren vrije boeren, geen lijfeigenen zoals in Tibet, en spraken het Chinees dialect van de streek. Dat laatste vermeldt hij niet in zijn memoires, maar wel schoorvoetend in een interview einde 1999 met Patrick French: “In mijn geboortedorp sprak men ongetwijfeld een Chinees dialect. Mijn oudste broer nochtans sprak het Tibetaans Amdo dialect in zijn klooster Kumbum. Ik denk dat mijn moeder zeer goed het Tibetaans van Amdo begreep.” Zijn moedertaal was Chinees en in zijn heimat waren de Tibetanen een kleine minderheid. Zowel in het interview als in zijn memoires vertelt hij dat Amdo toen bestuurd werd door Ma Pufang, een generaal van de Chinese republiek en Hui moslim. Toch laat hij zijn regering in ballingschap en het wereldwijde net van “Tibet support” groepen blijvend beweren dat Amdo pas door het Mao regime aan Tibet ontfutseld werd. Consequent tekent hij die streek ook mee in zijn “Groot Tibet”, als openingspagina van zijn memoires. In dezelfde paragraaf waar hij het over Ma Pufang heeft, situeert hij zijn geboortedorp “dichtbij” de grens tussen Tibet en China en laat uitschijnen dat dit zo was sinds het Tubo regime in de 7e eeuw: “Toen de boeddhistische principes de Tibetaanse samenleving veroverden, was Tibet een groot rijk, met Centraal-Azië, belangrijke delen van Noord-India, Nepal, Bhutan en ook van China. De verhouding met de buurlanden kreeg nadien een meer spirituele klemtoon, minder politiek, en werd een relatie tussen spirituele leider en beschermheer, vooral met China. De Manchu keizers waren zelf boeddhisten en bestempelden de dalai lama als Koning van het Onthulde Boeddhisme.” Waarom dan een veel te grote kaart tekenen met politieke grenzen? Maar die zin in zijn memoires toont ook zijn verdere droomintentie: de machthebbers in Beijing zouden beter boeddhisten worden in plaats van communisten en mij als spirituele koning aanvaarden zoals de Manchu’s dat deden. Dan moeten we niet meer over politiek zeuren. Kortom, hij betreurt het verdwijnen van de “goede” ideologie in China.

De 14e dalai lama was slechts 4 jaar oud toen hij naar Lhasa overgebracht werd om er een opgesloten opleiding te krijgen als dalai lama.

geboortestreek 14e dalai lama

groene geboortestreek 14e dalai lama

 

10:31 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chinees, tibet, dalai lama, qinghai, amdo, manchu, moedertaal

07-03-07

waren de manchu's lamavriendelijk?

Naar het einde toe van de Manchu (Qing) periode, in het begin van de 20e eeuw, werden de meeste belangrijkste lamaïstische kloosters in Sichuan en West-Tibet vernield. De “Tibet support” groepen noemen de Manchu’s steevast de niet-Chinese dynastie, die samen met de Mongoolse dynastie veel respect opbrachten voor het lamaïsme en als het ware hun spirituele ondergeschikten waren. Dit doen ze met de bedoeling om de indruk te versterken dat Tibet pas in 1951 bij China ingelijfd werd door de goddeloze communisten. Toch zijn het de Manchu’s die de politieke macht van het lamaïsme zijn beginnen inperken. Zij voelden zelf reeds de frisse adem van de republikeinse gedachte op zich afkomen. In een poging om geheel China iets te moderniseren botsten zij ook op de feodale Tibetaanse lokale heersers, vooral de kloosterelite. Generaal Zhao Erfang ging er flink tegenaan in Sichuan. Hij verplichtte de kloosters een deel van hun monniken “te laten gaan”, legde een laag maximum quorum op, stelde een stop in op novicen, schafte de taksen af die de boeren aan da kloosters moesten betalen en verving die door een kleine dotatie. Opstandige kloosters – en die waren er uiteraard – werden gewapenderhand ingenomen en grondig vernield. Zo verging het de grote kloosters in de steden Batang, Qamdo, Litang, Deqen en Drayab in de periode vanaf 1905 tot 1912. De decennia erna werden geen periode van bloei, de streek bleef geteisterd door rivaliserende krijgsheren. Veel werd er niet heropgebouwd. Nu zeggen dat die kloosters met de grond gelijk gemaakt werden tijdens de Culturele Revolutie is de slachtoffers van de eerste wereldoorlog bij de tweede telllen.

Wissing, Shelton pionier in Tibet.

 

qamdo

in het grotendeels heropgebouwd klooster van Qamdo

qamdo intérieur

binnen                                

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, manchu, kloosters, china, qing

02-03-07

Lipulekh pas: Chinees, Nepalees of Indisch?

De Lipulekh pas (5029m) in de Himalaya bevindt zich in het uiterste noordwestelijk puntje van Nepal. Op de politieke landkaarten ligt ze binnen de grenzen van Nepal, waarvan de westgrens in het Sugauli Verdrag van 1816 op de Kali rivier vastgelegd werd, verder naar het westen. Dat zegt ook de Nepalese overheid nu. Nochtans is het Indiase leger baas over de Lipulekh pas. Op 10 km ervandaan hebben zij een permanente legerbasis, in Kalipani, met vlakbij een heuveltop (6180m), die hen een goed uitzicht geeft op de pas. Er zijn barakken, bunkers en enkele buildings. Modern wapentuig is er opgeslagen en satellietcommunicatie is voorhanden. De Lipulekh pas is door het Indiase leger bezet sinds 1962, na een korte grensoorlog met China. Het Indiase leger was opgerukt naar het noorden om de grens met China vast te leggen op de Mc Mahonlijn, een door Engeland in 1913 getekende arbitraire grens, die stukken van Manchu-Chinees Tibet afknabbelde. China bleef na de revolutie in 1949 vasthouden aan de kaarten van de Manchu’s en dreef het Indiase leger grotendeels terug in een korte oorlog (oktober-november 1962). Premier Nehru van India gaf echter opdracht aan zijn leger om enkele strategische punten te behouden. Eén ervan was de Lipulekh pas op Nepalees grondgebied. Dit is zo gebleven tot op heden. Nepali mogen er niet binnen, Indiërs wel. Er is zelfs grenshandel met Chinees Tibet. 115 licenties werden door de Indiase overheid in 2006 aan Indische handelaren uitgereikt. Zij kochten voor 26 ton wol en een beetje yakboter in Tibet en verkopen er katoen, tabak en ijzeren gereedschap. De Lipulekh pas was van oudsher een toegangspoort naar de heilige berg Kailash in Tibet, zowel voor hindoes als boeddhisten. Via Indiase reisorganisaties kan je er als westerse trekker ook over. Nu China en India hun oud conflict diplomatiek aan het oplossen zijn, komt Nepal beide grootmachten herinneren dat Lipulekh aan Nepal toekomt en dat ze dat best in hun onderhandelingen voorzien.

eKantipur, Nepal’s N° 1 News Portal, 9/5/2005

Zee News, India, 16/01/2007

 

21:50 Gepost door infortibet in buurlanden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: grensposten, tibet, india, china, nepal, manchu

18-01-07

verwoeste kloosters

Alle vernielingen zijn niet enkel aan de Chinese Culturele Revolutie toe te schrijven, wel een belangrijk deel. Een pelgrimshandboek, samengesteld door een aanhanger van de dalai lama, heeft in de bijlage voor “handig gebruik ter plaatse” volgende vragen over tempels en klooster naar het Tibetaans vertaald: “Welk deel van het gebouw is oud? Werd alles vernield of slechts een deel? Wie vernielde in welke periode: de Mongolen, de Dzoungaren, de Gurkhas, de Chinezen of de Manchu’s? Waren er gevechten? Waarom werd het niet volledig vernield? Wie was de opperlama in die tijd?” (Victor Chan, Moon Publications, 1994, USA). Terwijl een vooringenomen westerse bezoeker bij het zien van eender welke ruïne er het vlagje van de Culturele Revolutie opplant. De verspreiders van deze algemeen geldende theorie geven eigenlijk aan hun nauwste volgelingen genuanceerdere vragen mee! De helft van het aantal tempels en kloosters werd in de woelige jaren van de Culturele Revolutie wel afgebroken of minstens beschadigd. Het belangrijke Ganden klooster bij Lhasa werd volledig vernield. Niet tijdens de Culturele Revolutie maar in 1959, toen 63 van de 80 hoge lama’s en ongeveer drie vierde van de 4000 monikken van dat klooster zich aansloten bij de gewapende opstand.

Nu zijn er opnieuw ongeveer 3.000 kloosters actief. Dat is nog driemaal meer dan het aantal kerken in Vlaanderen, dat ongeveer dezelfde bevolking telt als het totaal aantal Tibetanen. Voor 1959 waren er 110.000 monniken in Tibet zelf, wat 20 % van de mannelijke bevolking betekende. Dit is teruggevallen op 46.000. Een eerste belangrijke reden vinden we in 1959 zelf, toen het lijfeigenschap afgeschaft werd samen met de verplichting om per grote familie één monnik te leveren. De mensen hadden uitzicht op betaald werk en op rendabel boeren. Minder jongens uit de lagere klassen werden als mogelijke ontsnappingsroute uit de armoede naar het klooster gestuurd. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werden alle monniken het veld op gestuurd. Sommigen kwamen nadien terug en nieuwe jongeren boden zich aan vanaf het einde van de jaren zeventig. Het aantal monniken ligt nu op 4 % van de mannelijke bevolking. “Een redelijker aantal,” zeggen de overheden, “ruimschoots genoeg om alle religieuze activiteiten te verzorgen”. Cijfers van de regeringskringen van de 14e dalai lama zijn ongeloofwaardig wanneer die 600.000 religieuzen in 1959 als feit vernoemen. Dit zou neerkomen op één man op twee in het klooster, devotie ten top. Zij voeren aan dat er ook veel nonnen waren, maar alle historische documenten minimaliseren dit aantal. In andere teksten zeggen zij trouwens zelf: één man op vijf was monnik en dat benadert de Chinese cijfers.

ganden

ganden klooster nabij Lhasa

 

zonnenirvana

nirvanaenergie in het klooster