29-01-09

Het boeddhisme van de Buryat Mongolen: terug van weggeweest

Een Buryat Mongool (Buryatia is de streek van het huidige Ulan Ude in Siberië) had het in het begin van de 20e eeuw tot raadgever gebracht van de toenmalige 13e dalai lama. Zijn naam was Dorjeff et hij diende als verbindingsman met Tsaristisch Rusland in het grote steekspel in Azië omwille van invloedssferen tussen Engeland en Rusland, waarbij Tibet voor beiden een begeerde brok was. De Engelsen wonnen, dat weten we, en in Rusland verdween de tsaar. De boeddhistische kloosters in Buryatia verloren hun gronden en hun voorechten (vergelijkbaar met die van het oude Tibet) in de late jaren ’20.

De huidige 14e dalai lama bracht reeds een eerste bezoek aan Buryatia in 1979, nog lang voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hij kon er duizenden gelovigen enthousiast maken. Vanaf 1990 herrees de boeddhistische “kerk” in Buryatia. Daarbij hielp de 14e dalai lama, hij stuurde vanaf 1993 vanuit India verschillende “leraars”. Vanaf 1994 ontvangen de Tibetaanse kloosters in India ook Buryat leerlingen. De Buryat lama’s zijn voorstander van een soort onafhankelijkheid van Buryatia.

Bron: Irina Garri, Institute for Mongolian, Buddhist and Tibetan Studies, Siberian Branch of the Russian Academy of Sciences, op een internationaal seminarie in Beijing, oktober 2008, fragmenten uit haar presentatietekst.

18:50 Gepost door infortibet in buurlanden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mongolen, onafhankelijkheid, dalai lama, rusland

de verhouding "lama" tot "beschermheer"

De voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet voeren aan dat Tibet eigenlijk niet bij China ingelijfd werd in de 13e eeuw, maar dat er een bijzondere "relatie" ontstond tussen de Mongoolse heersers van het Chinese keizerrijk van toen en de Tibetaanse leiders: deze laatste werden de "spirituele meesters" van de keizers, in ruil voor "bescherming". "De territoriale integriteit van Tibet bleef en het werd nooit politiek onderworpen," aldus de huidige dalai lama en de voorstanders nu van onafhankelijkheid.

Tibetaanse annalen[1] van die periode spreken dit echter tegen. De Mongoolse legers waren vanaf 1206 actief in Tibet, nog voor sprake was van "bekering tot het boeddhisme". Zij kregen gebieden in handen van Centraal-Tibet tot West-Tibet. Het beroemde Reting klooster werd door hen vernield, naast nog enkele andere in Noord-Tibet. Zij lijfden Tibetanen in bij hun leger. De politieke integratie van Tibet in het Mongoolse Rijk gebeurde gedurende de eerste helft van de 13e eeuw. Tibet was toen erg versnipperd, lokale clanleiders en kloosterorden onderwierpen zich één na één aan de legers van Genghis Khan (1162-1227), van Godan of van andere Mongoolse prinsen. Deze waren toen nog geen boeddhisten, zij waren niet op "spirituele zoektocht" maar op militaire veldtocht. Pas in de tweede helft van de 13e eeuw namen de Mongolen het Tibetaanse boeddhisme over als één van de erkende staatsgodsdiensten (Nestorianen en moslims hadden ook hun plaatsje). In hun groot rijk kwam een hiërarchisch gestructureerde godsdienst beter van pas dan hun clananimisme van weleer. Een Tibetaanse "meester-lama" werd pas in 1260 "kardinaal" aan het hof van Kublai Khan (1216-1294) in Beijing. Dit lag aan de basis van wat men nu nog noemt de "verhouding lama tot beschermheer".

 

Een ander punt, dat meestal niet vermeld wordt door de voorstanders van onafhankelijkheid, is dat in diezelfde 13e eeuw de basis gelegd werd voor het  afzonderlijk politiek en militair bestuur van de huidige Chinese provincie Qinghai. Prins Godan kreeg het gebied van Kublai Khan als persoonlijk wingewest, waardoor het niet onder het gezag van Lhasa viel. Het was ook niet door Tibetanen bevolkt in die tijd, het waren de "Xia", die er woonden, maar die werden ongeveer uitgeroeid in 1227 door de Mongoolse troepen. De huidige voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet eisen "Groot Tibet" als gebied, met de volledige provincie Qinghai erin, zeggende dat die "altijd" tot het Tibetaanse rijk behoord heeft tot aan de machtsovername door het communistisch regime.



[1] aldus professor Soinam Benjor in het tijdschrift "China's Tibet", zomer 1992. Gelijkaardig verhaal bij Gyurme Dorje, "Tibet Handbook" (met voorwoord van de huidige dalai lama), Footprint Handbook, England, 1996. Zo ook bij Zheng Shan, "A History of Development of Tibet", Foreign Languages Press, Beijing, 2001. Zie ook R.A. Stein, "La Civilisation Tibétaine", L'Asiathèque, rééd. 1996, pages 42-46, waar blijkt dat de "Mongoolse connectie" nog ingewikkelder was dan hierboven geschetst. Stein schuift de "uiteindelijke bekering tot het boeddhisme" van de Mongolen naar een veel latere periode, naar einde 16e eeuw.

22-01-08

te vroeg reïncarneren

In het interview met "Le Nouvel Observateur" van 17 januari 2008, geeft de 14e dalai lama te kennen dat hij mogelijks zelf zijn gereïncarneerde opvolger zal aanduiden, nog voor hij sterft. Om zijn kruistocht tegen China te laten voortzetten door liefst een volwassen rondreizende opvolger[1].

De huidige 14e dalai lama zegt in het interview dat "dit theoretisch perfect mogelijk is" en beweert ondermeer dat de 7e dalai lama geboren was en aangesteld werd nog voor de 6e stierf. Dit is een prachtstaaltje van hoe hij de naïeve wereld grof om de tuin leidt. Een korte toelichting.

De 6e dalai lama, Tsangyang Gyatso, werd geboren in 1683. Hij trad in 1697 in functie. Hij stierf 8 jaar later in 1705. De 7e dalai lama, Kalsang Gyatso, werd geboren in 1708, dus na de dood van de 6e, werd in 1710 als reïncarnatie erkend door de Tibetaanse geestelijkheid en trad in functie in 1720. Sla er gelijk welke biografie van de dalai lama reeks op na en je vindt die data. Wat komt de huidige dalai lama dan vertellen dat de 7e geboren was voor de 6e stierf? Wel, er zat een indringer in de buurt. Lajang Khan, een Mongoolse krijgsheer, met basis ten noorden van Tibet, probeerde een eigen 6e dalai lama, een Mongool, Yeshe Gyatso, op de troon in Lhasa te plaatsen. Dat lukte hem half, maar de hoge Tibetaanse geestelijkheid verzette zich met hand en tand. De tand kwam van ter hulp ingeroepen...Chinese troepen. Er kwam een einde aan de halve en fake 6e dalai lama. De "normaal gereïncarneerde" 7e werd onder Chinese escorte op de troon gezet, Lajang Khan sneuvelde en de fake 6e dalai lama rende sneller dan zijn monnikskap. Hij was dus nog niet dood, toen de 7e aantrad. En onze huidige dalai lama beroept zich op een dergelijk figuur om nu zijn opvolging vroegtijdig te regelen, zodanig dat de onafhankelijkheidsstrijd kan verdergaan! "Te vroege reïncarnaties" waren in het oude Tibet politieke benoemingen, niet meer en niet minder. Die bestaan bij ons ook, maar wij noemen ze geen reïncarnaties.

In het interview met "Le Nouvel Observateur" zegt de huidige dalai lama dan: "De Chinezen waren verrast toen ik sprak over het aanduiden van een opvolger tijdens mijn leven. Zij stelden dat dit tegen de Tibetaanse gebruiken was en kennen die dus blijkbaar beter dan ikzelf. Ik zal bij hun in de leer moeten gaan. (lacht)". Het ergste is dat Frankrijk meelacht.

 



[1] Zie artikel "Wie wordt de volgende dalai lama", 18/01/08 op dit blog. In de papieren versie van "Le Nouvel Observateur" is slechts een verkorte versie van het interview met de 14e dalai lama te vinden. Het volledige interview staat op hun website. De verkorte versie is zachter van toon.

17:58 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, reincarnaties, mongolen, china

06-10-07

Ooit was Tibet Mongools

 kaart 7

De volledige Chinese provincie Qinghai wordt door de regering van de 14e dalai lama opgeëist als “Groot Tibet”. Qinghai is een mengelmoes van etnische groepen. Er wonen bvb nog redelijk wat Mongolen. Qinghai was de ontmoetingsplaats tussen de Tibetanen en de Mongolen in de 13e eeuw. Niet alleen de ontmoetingsplaats, maar ook de plaats voor de eerste krachtmeting. De Mongolen wonnen en onderwierpen Tibet. Sommigen zijn er gebleven, tot op vandaag. De Mongoolse legers brachten ook hun gevangen arabieren mee. Die gaven het ontstaan aan de Hui en de Salar bevolking in Qinghai, zeer talrijk. Qinghai opeisen betekent voor de regering van de 14e dalai lama: alle “Chinezen” buiten. Wie zijn die “Chinezen”? De Mongolen mogen blijven omdat ze boeddhisten zijn, zelfs als zijn zij sinds zeven eeuwen “Chinees”. De Hui en de Salar, die ook sinds zeven eeuwen “Chinezen” zijn, moeten buiten, want die zijn moslims. Dat laatste wordt niet letterlijk gezegd in de teksten van de Tibetaanse regering in ballingschap. De Mongolen worden wel bij naam genoemd, als broedervolk. Al de rest krijgt het etiket “koloniserende Chinezen”, “recent, sinds de Chinese Volksrepubliek”.

Numériser0006
Onder de Yuan dynastie (13e, begin 14e eeuw), waren Tibet en China één (Groot Khanaat).

 mongools tentenkamp, golmud

Mongools tentenkamp in de omgeving van Golmud (Qinghai). Mensen uit de stad komen er 's zondags picknicken (barbecue van schaap, vergezeld van merriemelk) en paardrijden.

eettent

eettent

Uyguren in Golmud

Uygurse meisjes voeren een Tibetaanse dans uit op het plein voor het cultureel centrum van Golmud (Qinghai). De Tibetaanse dansvorm won recent terrein in vele gebieden buiten Tibet. Men gebruikt de dansvorm op zangmelodieën van Tibetaanse, Chinese, Uygurse of andere oorsprong. Voor de 14e dalai lama zijn de Uyguren welkom in wat hij "Turkestan" noemt (de huidige Chinese provincie Xinjiang), dat hij het liefst onafhankelijk ziet worden van China, maar niet in Groot Tibet.