24-01-08

Het Sertar klooster, een vreemde controverse

Eerst situeren: het Tibetaanse Sertar klooster (of Larung Gar) bevindt zich in het noordwesten van de provincie Sichuan. Het is geen oud klooster en werd pas gesticht in het begin van de jaren tachtig, iets meer dan twintig jaar geleden, door de lama Khenpo Jigme Phuntsok van de nyingmapa school. Meer bedoeld als boeddhistisch vormingscentrum bevat het geheel bijna geen tempels. Het kende een spontane toevloed van leerlingen, vaste en tijdelijke, zowel Tibetanen als Chinezen. In 1995 verbleven er ongeveer 3.000 monniken en nonnen[1]. De Tibetaanse regering in ballingschap schrijft in 2002 dat de site uitgegroeid is tot 8.000 personen[2]. Een kennis van ons, die er in 2007 langskwam, schatte het aantal mensen in Sertar op 20.000, monniken, nonnen en tijdelijke retraitegangers, vooral vanuit Canton en Hongkong.

Wel, er is iets met die nederzetting. De Tibetaanse ballingen zeggen dat de Chinese overheid van de provincie Sichuan het min of meer afgebroken heeft in 2001[3]. Zij stellen: "Eerst werden 1.000 Chinese boeddhisten verdreven, daarna 4.000 nonnen. Beijing wou het aantal mensen in Sertar beperken tot 400. De huizen werden systematisch afgebroken om te verhinderen dat ze er zouden blijven." TCHRD, de mensenrechtenorganisatie van de Tibetanen in het buitenland, hebben foto's op hun website staan van wat evengoed huizen in afbraak of in opbouw kunnen zijn. De inlichtingendienst van de Amerikaanse ambassade in Beijing, in hun rapport over godsdienstvrijheid in China (2006, website USA-ambassade) spreekt van "de afbraak van 74 illegale woningen". De leider van de gemeenschap in Sertar, Khenpo Jigme, werd overgebracht naar Chengdu voor medische verzorging van een hartkwaal en TCHRD suggereert dat hij "gevangen gezet werd en in duistere omstandigheden stierf".

Blijft natuurlijk dat in 2007 er geen 400 verblijvende leerlingen waren, maar 20.000. Van vernielingen was er geen spoor of geen spoor meer. De lokale overheid had er zelfs telefoon geïnstalleerd.



[1] Gyurme Dorje, « Tibet Handbook », Footprint, London, 1996.

[2] Tibetan Center for Human Rights, website.

[3] ibidem

sertar

dat is een klooster, geen stad. Of een kloosterstad. Sertar nu. 

02-05-07

Mindroling, hoofdzetel van de Rode Mutsen

Het Orgyen Mindroling klooster is het grootste nog bestaande nyingmapa klooster (oudste boeddhismeschool in Tibet). Het bevindt zich op 100 km ten oosten van Lhasa, in de vallei van de Yarlung Tsangpo. Dit klooster werd grondig verwoest tijdens de inval van Dzoungaren (uit Centraal–Azië), in de 18e eeuw. Wat herrezen was kreeg het opnieuw te verduren tijdens de Culturele Revolutie. Toch zijn er heel wat antieke beelden, stupa’s, fresco’s, geschriften en schrijnen overgebleven. Die zijn nu opnieuw te zien in het grotendeels gerestaureerde klooster. Van bij zijn stichting in 1670 tot in de 20e eeuw was Mindroling de eigendom van slechts twee familieclans. De oversten waren de zonen of de neven van de vorige. De huidige 12e Minling Trichen, geboren in 1931 en die zijn vader abt opvolgde, verloor in de jaren vijftig zijn financiële macht en verkoos ballingschap in India. Buiten het feit van zowat de hoofdzetel van de Nyingmapa te zijn, is Mindroling van oudsher een befaamd centrum van wierookproductie en was het exclusieve hofleverancier voor het Potala paleis. Ingrediënten voor Tibetaanse wierook zijn een soort “kamfergras”, diverse hooglandkruiden, olmschors, cipres- en sandelhout. Dat laatste werd ingevoerd vanuit India. Van het “kamfergras” zegt de legende dat Tsongkapa, de grondlegger van het Tibetaans boeddhisme, zijn haren rond het Ganden klooster in Lhasa uitstrooide, wat er een speciaal geurig gras deed groeien.

16:04 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, nyingmapa, mindroling, lhasa, tsongkapa, ganden, kloosters