01-02-12

De zelfverbrandingen van Tibetaanse monniken

 

De eerste die door zelfverbranding om het leven kwam was een monnik – een twintiger - van het Sirti klooster in de prefectuur Aba (Ngaba) in Noordwest-Sichuan. Dit gebeurde einde februari 2009. Tussen maart 2011 en nu januari 2012 kwamen er nog zestien zelfverbrandingen, waarvan de Tibetaanse oppositie in het buitenland denkt dat er minstens 10 zijn, die het niet overleefden, een triest en verschrikkelijk palmares. Schrijnend is ook de jeugdige leeftijd van de meeste ‘zelfverbranders’: tien van de zeventien waren jonger dan twintig of net twintig.

De pers in China maakt gewag van de gebeurtenissen, keurt ze scherp af en geeft geen details. Detailinformatie over de namen van de monniken, de plaats en de datum waar het gebeurde en de omstandigheden wordt voornamelijk verspreid door ICT [1].

De gebieden waar de zelfverbrandingen plaatsvonden zijn sinds april 2011 overigens afgegrendeld voor de Westerse pers.

ICT schrijft dat elke monnik of non, die zich opofferde, slagzinnen riep voor een “vrij Tibet”en voor de terugkeer van de dalai lama.

"Radio Free Asia reported that before he set himself ablaze, he climbed a local hill to burn incense and pray before distributing leaflets saying he would act "not for his personal glory but for Tibet and the happiness of Tibetans."

“According to Tibetan exiles who spoke to a witness of the protest, before he was stopped by police Phuntsog shouted slogans including ‘May His Holiness the Dalai Lama live for 10,000 years!’"

ICT meldt ook vergezellend volksprotest, maar slechts bij enkele gevallen. Daarbij zouden  enkele doden gevallen zijn door het politieoptreden. Het Chinese persagentschap vermeldt er één.

Opvallend is dat van de zeventien zelfverbrandingen er twaalf gebeurden in dezelfde regio: in de autonome gemengde prefectuur Aba van Tibetanen en Qiang[2]. Van die twaalf zijn er tien afkomstig van één bepaald klooster: Kirti. Daarnaast zijn er drie zelfverbrandingen gemeld in de prefectuur Garze, ook in West-Sichuan, één in het zuiden van de provincie Qinghai en één in Tibet zelf, in de oostelijke stad Chamdo. Deze vier streken zijn min of meer aanpalend aan elkaar, het gaat globaal om een gebied grenzend aan het noordoosten van het huidige Tibet en het is een deel van de historische gebieden ‘Amdo’ en ‘Kham’.[3]  

De regio Aba is driemaal groter dan België en er leven 1 miljoen mensen, voor 72% Tibetanen en Qiang. Er zijn 42 kloosters, samen goed voor een paar tienduizenden religieuzen[4]. Aba is een regio buiten het huidige Tibet en bevindt zich, in de provincie Sichuan, die al tijdens de Manchu dynastie in China als afzonderlijke provincie bestond (18e eeuw). Gedurende de laatste twee eeuwen was er een zekere migratie van Han Chinezen naar West-Sichuan, maar de Han bleven duidelijk in de minderheid.[5]

ICT geeft een eventueel etnisch-numeriek bevolkingsprobleem niet aan als mogelijke oorzaak voor de wanhopige daden in Aba, wel een bestuursprobleem: de “afwezigheid van religieuze en politieke vrijheid”.

De overheid in de regio Aba is Tibetaans, de politie evenzeer[6]. Van een directe etnische tegenstelling tussen de bevolking en het lokale bestuurs- of repressieapparaat kan men dan moeilijk spreken. Natuurlijk is er een nationale politiek in China tegenover de Tibetaanse bevolking. Een kort historisch overzicht kan enig licht werpen op het feit waarom dit tragisch protest geconcentreerd is in de regio Aba.

Toen China na de revolutie van 1949 zijn territoriale aanspraken op Tibet herbevestigde[7] door het Rode Leger in 1951 naar Lhasa te sturen beloofde de Chinese nationale regering om de landadel in Tibet ongemoeid te laten en geen landhervorming door te voeren zonder hun instemming. De belofte gold voor het Tibet van toen[8], wat overeenkomt met het huidige Tibet, maar niet voor de gebieden in Sichuan waar ook Tibetanen wonen, bv in de regio Aba. Daar werd de landhervorming wel doorgevoerd. Daartegen is lokaal verzet gekomen, dat zich vanaf 1956 via de VS kon bewapenen en een guerrilla starten. West-Sichuan werd de thuisbasis van het gewapend verzet tegen het Chinese bewind, waarbij de kloosters een eminente rol vervulden.[9] In 1959 bereikte de opstand Lhasa, maar werd er neergeslagen. Dit leidde tot de vlucht van de dalai lama naar Indië, met in zijn spoor heel wat Tibetanen van West-Sichuan. De toenmalige abt van het hierboven vermelde Kirti klooster in Aba was één van de uitwijkelingen en bevindt zich nog steeds in het Indische Dharamsala, de huidige thuisbasis van de dalai lama. Net zoals de dalai lama zegt de ex-abt van Kirti dat zelfverbranding eigenlijk niet strookt met de boeddhistische leer, maar dat hij begrijpt dat de extreme repressie een aantal monniken tot die daad drijft.

De ‘eerste minister’ van de dalai lama, Lobsang Sangey, heeft ongeveer dezelfde bewoordingen in een interview met ‘Libération’ (29/11/2011):

“Ik roep niet op tot gewelddadig verzet of zelfverbranding want elk protest leidt tot arrestatie en foltering door de Chinese overheid. Ik begrijp hun motivatie ter verdediging van het Tibetaanse volk. Ik groet de moed van diegenen die bereid zijn hun leven te offeren voor deze strijd, maar hun daad is pijnlijk en triestig.”

“Het theologisch debat over zelfdoding bestaat, maar moet niet interfereren met wat nu gebeurt. Het is de Chinese overheid die door haar repressie mensen dwingt om zich op te offeren.”

De omgeving van de dalai lama ‘begrijpt de moed’ van de monniken die zich opofferen en keurt theologisch niet scherp af, terwijl tal van abten van andere kloosters in Aba dat wel deden in de pers in China. Dit terwijl ICT recent meldde dat er in Aba pamfletten circuleren, die oproepen tot zelfverbranding tijdens het komende Tibetaans Nieuwjaarsfeest op 22 februari.

Terug naar de geschiedenis.

Gedurende de jaren 1980, na de Culturele Revolutie, kwam er een periode van openheid en tolerantie vanwege de overheid in Tibet en aangrenzende gebieden. In Tibet zelf bleef de controle op de kloosters enigszins gehandhaafd, vanwege het strategisch belang van Tibet voor China en vanwege het feit dat de problematiek geïnternationaliseerd was. Maar in de randgebieden werd de betutteling vrij los, tot onbestaande. Er was weinig regelgeving voor de Tibetaanse kloosters in Sichuan, Qinghai of Gansu. Neem bv het fenomeen ‘kindmonniken’, dat vond je niet meer in Tibet zelf, wel volop in de randgebieden. Buitenlands bezoek was open zonder beperkingen, daar waar voor Tibet zelf een speciale permit en een bekende reisroute nodig bleef. Dit bracht ook een toename van de contacten mee tussen de Tibetaanse gemeenschap in Indië en die van hun thuisland: vooral West-Sichuan. Dat is nu nog min of meer zo. Ook in de richting van Tibet naar Indië. Volgens ICT reisden (legaal) 8000 Tibetanen in januari 2012 naar Indië om er Kalachakra-initiaties van de dalai lama bij te wonen. Men kan niet zeggen dat de Tibetaanse gebieden ‘hermetisch’ afgesloten zijn. ICT zelf, dikwijls via de Tibetaanse gemeenschap in Indië, beroept zich op plaatselijke informanten. En dat zal ook wel zo zijn. China schippert tussen openheid, controle en repressie.

Wat de repressie betreft, essentieel is die gericht tegen het ‘separatisme’. Politieke uitingen van nationalisme en steun aan de dalai lama worden onderdrukt, of die nu van kloosters of van leken komen. Twee ‘medeplichtigen’(“aanmoedigen, assisteren”) van de eerste zelfverbranding in 2009 werden tot zware gevangenisstraffen veroordeeld. Tijdens betogingen in de marge van de zelfverbrandingen worden ook mensen voorgeleid. Het spanningsveld is er.

Sinds 1994, na de zitting van de vierde conferentie over Tibet in Beijing, zijn er opnieuw beperkende maatregelen voor de kloosters. De monniken moeten geregistreerd zijn, er is een onderhandelde norm voor het aantal monniken per klooster, geen kinderen meer, in de kloosters moet er onderwijs zijn over de wetgeving. Het is waar dat sommige kloosters in Sichuan explosief groeiden tijdens de jaren 1980. De lokale Tibetaanse overheid zei dan: “wie zal dat betalen qua sociale zekerheid?”.

Een studie van twee Amerikaanse vorsers (Enze Han & Christopher Paik) onderzocht de relatie tussen het aantal religieuzen en het aantal incidenten per streek. Hun studie ging over de lente van 2008, toen in Lhasa zich het gekende oproer voordeed. Dit sloeg over naar de periferie, onder meer naar Aba. District per district vergelijken zij het aantal protestacties met het aantal monniken dat er woont. Hun conclusie is radicaal: de kloosters zijn “kernen van politieke onenigheid en nationalisme”.  

daoch74.JPG

 In verband met het theologisch boeddhistisch debat over zelfverbranding is er nog een element het vermelden waard. In het Tibetaanse pantheon zijn er godheden, die het ‘kwade met vuur bekampen’. De godheid Mahakala (Gonpo Maning in het Tibetaans) trekt, omgeven door een vlammenzee, ten strijde tegen het kwade.  (eigen foto, Daocheng of Dabba in West-Sichuan, 2007). In zijn memoires schrijft de dalai lama dat het zijn favoriete meditatie-godheid is. In alle tempels in de Tibetaanse gebieden in China zijn er afbeeldingen van Mahakala te zien. De monniken zijn ermee vertrouwd. Het ‘kwade’ wordt gemakkelijk de communistische partij in Tibet en aanpalende gebieden. Daar kan China door verplichte ‘patriottische opvoeding’ in de kloosters proberen een dam tegen op te bouwen, maar een zeker religieus fanatisme gekoppeld aan nationalistische eisen is een moeilijk te counteren fenomeen. De verplichte leergang over ‘wettelijkheid’ wordt als beperking van de religieuze vrijheid ervaren en/of als dusdanig aangeklaagd door de nationalisten in het buitenland.

De kloosters waren centra van Tibetaans nationalisme en zijn dat nog. Bovendien hebben zij een groot religieus aanzien bij de bevolking. De invloed vanuit het buitenland, vanuit de Tibetaanse uitwijkelingen in Indië en vanwege de wereldwijde steungroepen voor een quasi onafhankelijkheid van ‘Groot Tibet’, verhoogt de spanning ter plaatse.

De Tibetaanse gebieden in China waren gedurende de volledige 20e eeuw een internationaal strijdperk[10] en lijken dat nog een tijd te blijven. De Westerse mogendheden en media zijn daarbij betrokken. De Tibetaanse diaspora evengoed, met op kop de omgeving van de dalai lama. China wil hoofdzakelijk zijn territoriale integriteit bewaren, alles vertrekt daarvan. De middelen, die China inzet om multicultureel te blijven, zijn wellicht niet altijd de beste en irriteren een deel van de bevolking.  

 

 


 

[1] International Campaign for Tibet, een wereldwijde ONG met basis in Washington en gul gesubsidieerd door de VS-overheid en door enkele invloedrijke “Foundations” in de VS. ‘Radio Free Asia’ en een groot deel van de Europese pers neemt die informatie over.

[2]een volk uit het noorden van het hoogplateau dat door het Tibetaanse rijk van de 8e eeuw verdreven werd naar lagere gebieden in Sichuan)

[3]Behoorden tot het ‘Groot Tibetaanse Rijk’ van de 8e-9e eeuw, maar werden nadien niet meer door Lhasa bestuurd.

[4] Mathew Kapstein, een befaamde tibetoloog, schat het aantal Tibetaanse religieuzen op meer dan 100.000 (2004, p230). 

[5]Zowel reizende antropologen in het begin van de 20e eeuw als sociologen in het begin van de 21e eeuw stelden dit vast.

[6] Zelfs merkbaar op de foto’s van de zelfverbrandingen die op het net gepost werden.

[7] Dat Tibet een deel van China was werd door alle grote mogendheden van toen (inclusief het pas onafhankelijke Indië) onderschreven.

[8] Waar de dalai lama over heerste.

[9] Zie « Buddha’s Warriors », Mikel Dunham, Tarcher-Penguin Books, 2004.

[10] Zie de gedetailleerde werken van Melvyn Goldstein, op basis van de geschriften van het Engelse en het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en op basis van de correspondentie van Lhasa in die tijd, voor de periode 1913-1956.

 

12:47 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, monniken, kloosters, onafhankelijkheid, dalai lama, china

09-06-11

Amerikaanse juristen bewezen de onafhankelijkheid van Tibet

 

Het Amerikaanse “Tibet Justice Center” publiceerde in 1998 een rapport dat het Amerikaanse Congres en diverse parlementen in de wereld moest overtuigen dat Tibet altijd onafhankelijk geweest was tot voor 1951, toen het Chinese Volksbevrijdingsleger Tibet binnentrok en daar volgens hun betoog een einde aan stelde. De argumenten, die het over de geschiedenis van voor de 20e eeuw hebben, zijn uiterst zwak. Men valt steeds terug op het Tubo koninkrijk van de 7e tot de 9e eeuw – toen Tibet inderdaad onafhankelijk was, ervoor ook trouwens, maar toen had Tibet nog geen staatsvorm – en voor de periode nadien wordt telkens beroep gedaan op de spirituele superioriteit van Tibet en het feit dat het Chinese keizerlijk gezag zich weinig moeide in het lokaal bestuur. Zowel internationale bronnen als Chinese hebben een veel sterkere fundering om te tonen dat Tibet vanaf de Mongoolse dynastie wel deel uitmaakte van China. Daarover zullen we het nu niet hebben. Het is interessant om de redenering over het begin van de 20e eeuw te bekijken. Ter herinnering: in 1904 valt Engeland Tibet binnen. China is niet bij machte om de inval te beantwoorden en de 13e dalai lama kiest na aarzelen uiteindelijk de zijde van Engeland, verjaagt de Chinezen en voelt zich onafhankelijk. Maar niemand in het buitenland erkent die onafhankelijkheid.

 

Wat zegt het rapport van het “Tibet Justice Center” hierover? Een hoofdonderdeel van hun bewijs dat Tibet onafhankelijk was zijn de verdragen die het afsloot met buurlanden of met Engeland. Als Tibet verdragen afsloot met andere landen moet het toch onafhankelijk geweest zijn. De belangrijkste die ze citeren zijn de verdragen met Ladakh in 1842, met Nepal in 1856, met Engeland in 1904 en met Engeland in 1913. De moeite waard om die van dichterbij te bekijken en de historische context te benaderen.

 

In het begin van de 19e eeuw waren de Engelsen in India, opgerukt vanuit het zuiden, aan de voet van de Himalaya aangekomen. De eerste Engelse prikjes tegenover China en Tibet vertrokken van Ladakh in de periode 1840 – 1846. Ladakh was vroeger min of meer gebonden aan Tibet en aan China. Het aangehaalde verdrag van 1842 is een soort staakt het vuren tussen Ladakhi en Tibetanen. In 1846 lijfden de Engelsen het definitief in. De Chinezen wilden niet ondertekenen. De Tibetaanse adel deed dit wel. Maar dat afstandsverdrag staat niet vermeld in het lijstje van “Tibet Justice Center”.

 

Nepal was een Brits protectoraat toen de Gurkha’s Tibet binnenvielen in 1856. Het verdrag tussen Tibet en Nepal beëindigt de vijandelijkheden met een boete voor Tibet van 10.000 zilverstukken per jaar. Opnieuw zat Engeland ertussen. Het was een verdrag van de sterkste. Het “Tibet Justice Center” voert dit verdrag aan als bewijs voor de onafhankelijkheid van Tibet omdat Nepal het eveneens gebruikte om zijn onafhankelijkheid te staven.

 

Maar het toppunt van juridische soepelheid is het verdrag met Engeland in 1904. De Britse legers – met veel Nepalese huurlingen – was Tibet binnengevallen en had er het primitieve Tibetaanse leger tot nul herleid. Er kwam een verdrag, een onderwerpingverdrag. China erkende dit verdrag niet. Dat de Tibetaanse lokale overheid het wel tekende is eerder een teken van zwakte, niet zozeer van onafhankelijkheid.

 

In 1913 ten slotte, ontfutselde Engeland nog een stuk van Tibet, wat nu Arunachal Pradesh is. China tekende niet, de 13e dalai lama wel.

 

 

 

De door het ‘Tibet Justice Center’ aangehaalde verdragen, die moeten bewijzen dat Tibet een ‘onafhankelijke buitenlandse politiek’ volgde en dus onafhankelijk was, waren eerder vernederende onderwerpingsverdragen tegenover Engeland en zijn protectoraten.    

 

 

 

16-05-11

De « onafhankelijkheidsverklaring van Tibet » door de 13e dalai lama (op post in Lhasa van 1879 tot 1933)

“Ik ben met mijn ministers uit Lhasa gevlucht naar de grens met Indië. Tegelijk zond ik een telegram naar de Manchou keizer om duidelijk te stellen dat de relatie, die bestond tussen Tibet en China, er een was van ‘priester-beschermheer’, dat zij niet gebaseerd was op de onderwerping van de een door de ander. Ik had geen andere keuze dan de grens over te steken want de Chinese troepen zaten mij op de hielen met de intentie van mij te pakken te krijgen, dood of levend.” (13e dl, februari 1913).

 

Bij de ondergang van het Chinese Manchou keizerrijk, begin 20e eeuw en door de groeiende aanwezigheid van de Europese mogendheden in de regio, zocht de 13e dalai lama een nieuwe ‘beschermheer’. Hij reisde te paard naar Ulaan Bator (Mongolië), naar Beijing en naar Darjeeling (Engeland). Hij had ook een Russische raadgever en een Japanse. Hij was verre van een primitieve naïeveling, afgesneden van de wereld. Toen het Manchou regime viel in China in 1912 koos hij de zijde en de hulp van Engeland om het Chinese leger uit Tibet (in zijn actuele grootte) te verdrijven. Terloops gezegd, deze uitdrijving ging gepaard met het verbannen of het stenigen van Tibetaanse vrouwen, die met Chinezen getrouwd waren.[1]

  

Ter herinnering: het Manchou leger trok in 1910 Tibet binnen, tot in Lhasa, om er “de orde in de handel te herstellen”. De 13e dalai lama vreesde voor zijn leven en vluchtte naar Darjeeling. In 1913, na de val van het Manchou regime, keert hij terug en hij schrijft een brief voor alle functionarissen – leken en monniken – in Tibet. De boodschap is: ‘ik ben terug en de macht in Tibet behoort mij toe.’ Drie vierde van de rondzendbrief handelen over het herstellen van de orde in Tibet: anti-corruptie, tegen lokaal machtsmisbruik, enz. En het ging over de regio Tibet in zijn huidige grootte. Hij schrijft namelijk: “de Chinese autoriteiten van Sichuan en Yunnan hebben getracht om ons land te koloniseren.” Met “ons land” bedoelt hij duidelijk het huidige Tibet, niet het ‘Grote tibet’ van de 8e eeuw. Er is ook nergens sprake van ‘Amdo’ of de provincie Qinghai, dat de huidige voorstanders van een onafhankelijk Tibet als ‘Tibet’ bestempelen. De troepen van de 13e dalai lama verdreven de Chinese troepen – een bestuurloos regiment van het gevallen Manchou regime – to voorbij de Yangzi rivier, wat nu nog de grens is van het ‘autonome’ Tibet. De notie ‘Groot-Tibet’ verscheen slechts een half jaar later, tijdens de Simla conferentie, samen met de Engelsen en de nieuwe Chinese Republiek. In het voorstel van de 13e dalai lama kan men daar lezen: “gebaseerd op de geografische kaarten van de Engelsen, is er Tibet en moet er daarenboven een bufferzone komen (met China)”.

Terug naar de brief aan al zijn onderdanen. Met die brief wou de 13e dalai lama vooral zijn autoriteit in Tibet herstellen, ten aanzien van alle functionarissen, na zijn drie jaar afwezigheid. Hij had geen vertrouwen in de revolutionaire republikeinse ideeën die China omwentelden. Het systeem houden zoals het was in Tibet – feodaal – was zijn hoofdbekommernis. Hij bespeelde de buitenlandse ‘sterken’, zoals Engeland en Japan, om dat doel te dienen. Voor die nieuwe ‘beschermheren’ was hij geen ‘spirituele raadgever’ meer, maar hij kreeg er wel wapens van.

 

De brief aan zijn ‘onderdanen’ was geen onafhankelijkheidsverklaring die hij bij de ‘sterke machten’ van toen te berde bracht. Die omzendbrief ging niet richting Engeland, Beijing noch Japan noch Mongolië noch enig ander land.

Er stond wel de zin in: “wij zijn een kleine natie, religieus en onafhankelijk”, gericht aan de Tibetanen in Tibet. De huidige voorstanders van onafhankelijkheid van tibet stellen: “de 13e dalai lama had geen notie van de regels van de internationale diplomatie.” (A.M. Blondeau, France). Dat is hem flink onderwaarderen. Hij had gereisd in Azië, hij had contacten met de ‘groten’. Trouwens, de Engelsen, die het flink voor het zeggen kregen in die periode in Tibet, beweren het tegenovergestelde.

 



[1] « Histoire du Tibet », Laurent Deshayes, Fayard, 1997, page 267. De volledige tekst van de brief van de 13e dalai lama is terug te vinden aan het einde van het boek.

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, onafhankelijkheid, china

28-02-11

De ‘vlag’ van Tibet

De ‘vlag’ van Tibet bestond niet. Die is uitgevonden na de mislukte opstand van de onafhankelijkheidstrijders in 1959. Zelfs niet tijdens die opstand, die op gang kwam in 1956 en eindigde met de uittocht in 1959.

Algemeen waren vlaggen geen statussymbool in Tibet. Niet zoals bij ons, waar elke edele familie zijn embleem had. In Tibet waren er religieuze en mythische afbeeldingen of voorwerpen, maar geen vlaggen.  De ‘Tibetaanse vlag’ is door de gevluchte onafhankelijkheidstrijders uitgevonden om geloofwaardig te worden voor Westerse ogen. Sommige bronnen maken gewag van een Japanse militaire adviseur van de 13e dalai lama als ontwerper van de ‘Tibetaanse vlag’. Er is natuurlijk de gelijkenis met de Japanse vlag van tijdens de Tweede Wereldoorlog (de zonnestralen). Dit was tijdens de periode dat de zwakke en jonge Chinese republiek zijn invloed verloor op Tibet. Rusland, Japan en Engeland probeerden het vacuüm te vullen. Het werden de Engelsen, die het pleit wonnen tot bij het begin van de tweede Wereldoorlog. De Japanse ‘zonnestralen’ zagen nooit het licht. Het leger van de 13e dalai lama gebruikte een andere vlag, volgens Alexandra David Neel, die de periode meemaakte. De militaire vlag van de 13e dalai lama was een leeuw, de rechthoek vullend (Une parisienne à Lhassa, pag 26). Alle andere Westerse bezoekers in het Tibet van voor de Chinese revolutie hebben het nooit over een vlag gehad. Toch zegt de administratie van de huidige dalai lama dat hun vlag dateert van de 8e eeuw (het grote Tubo-imperium) en dat de 13e dalai lama die als officiële aannam. Maar niemand zag die tijdens de regeerperiode van de 13e dalai lama (eerste derde van de 20e eeuw). So what?

18:41 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, china, engeland

05-04-10

Tibet: een bezet land of niet?

(Als beknopt antwoord op iemand, die me die vraag stelde) 

De begrippen "bezetting" en "soevereine staat" zijn moderne begrippen, die er pas kwamen toen grenzen stilaan internationale erkenning kregen (19e en 20e eeuw). Want als we verder teruggaan, dan heeft iedereen wel eens iedereen "bezet". Bovendien zijn grenzen "machtsevenwichtlijnen", zie maar naar Afrika, waar de grenzen niet volkenkundig maar koloniaal "afgespoken" werden. Voor Tibet is dat niet anders. Tibet werd bij het Chinese keizerrijk ingelijfd in de 13e eeuw door de Mongoolse Yuan dynastie en het bleef onder het gezag van Peking al de tijd nadien. Dat "erkenden" alle wereldgrootmachten nog begin 20e eeuw en hun positie veranderde niet tijdens en na de communistische machtsovername. Wie ben ik om dat eventueel "niet te erkennen"?

Dat de grootmachten dit deden was natuurlijk niet uit liefde voor de Chinezen, maar wel uit eigenbelang: de Europese landen en later Japan en de USA kwamen "elkaar tegen" in het China van voor de revolutie, zij hielden er elkaar in evenwicht, zonder onderlinge confrontatie, door gezamelijk China als staat te blijven erkennen en niet op te delen zoals ze met Afrika gedaan hadden. Elk Europees land had een "havenconcessie" (en enkele spoorlijnen) in China. Het meest "gekoloniseerd" was Tibet (ter grootte van de huidige autonome regio), door Engeland, die het als "verboden terrein" verklaarde voor de andere Europeanen (zie A. David Neel). De handel in yakwol was exclusief in Engelse handen en een "onafhankelijk" Tibetaans leger werd door Engeland getraind en uitgerust (wapens, traditionele Engelse klederdracht en blaaskapel). Foto's bestaan van de 13e dalai lama die "zijn" troepen schouwt en de huidige 14e dalai lama schreef in zijn memoires dat hij ze hoorde zingen: "It's a long way to Tipperary". Maar zelfs Engeland bleef Tibet als deel van China "erkennen", als evenwichtsoefening met Rusland, dat het ook deed. Engeland hapte wel voorgoed zuidelijke stukjes weg van Tibet: Ladakh, Sikkim, Bhutan en Arunachal Pradesh. China heeft na de overwinning van de revolutie in 1949 eigenlijk niets anders gedaan dan zijn "internationaal erkende grenzen" te bevestigen: de Europese concessies in het binnenland verdwenen en het Chinese leger verving het "onafhankelijke" Tibetaanse leger, dat zich zonder schieten in de stad Qamdo overgaf in 1951.

Het is natuurlijk zo dat Tibet onder het Chinese keizerrijk een grote autonomie genoot. Benoemingen van lokale hooggeplaatsten moesten bekrachtigd worden door Peking, maar het aantal regelgevingen vanuit Peking was zeer beperkt. Maar dat is nog een heel ander verhaal, ik wou het hier enkel hebben over de begrippen "erkenning" en "bezetting".

 

Er bestaat een lijvige studie in twee delen, samen goed voor 1540 pagina's, over de periode 1913-1955 in Tibet, door een ploeg vorsers rond Melvyn Goldstein (University of California Press, 1989 en 2007 voor het tweede deel), gebaseerd op de geschriften van de lokale autoriteiten van Tibet op dat moment en op de briefwisseling van de Engelse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken (via hun ambassades in Delhi en Beijing). Daaruit blijkt overduidelijk dat de komst van het rode Leger in 1951 zonder geweld verliep. Jawel. Een Engelse officier, die toen in Oost-Tibet verbleef (Robert Ford) schrijft hetzelfde in zijn memoires (1990). Toch zijn er in 1951 al heel wat Tibetaanse landheren, handelaars en enkele hoge lama's naar India vertrokken, met het idee "wij verliezen hier binnenkort toch onze privilegies".

Ondanks dat voor Tibet zelf, binnen de grenzen zoals het was onder de 13e en 14e dalai lama, overeengekomen was om het lijfeigenschap nog niet af te schaffen voor een onbeperkte periode, werd in de randgebieden (provincie Sichuan), waar - naast anderen - ook Tibetanen woonden, de landhervorming WEL doorgevoerd door het nieuwe Chinese bewind. Dat veroorzaakte ginder een opstand in 1956, onder leiding van landheren, met volkse aanhang. Die rebellen werden onmiddellijk van wapens voorzien... door de USA (Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" en Kenneth Conboy "The CIA's secret war in Tibet". Het eerstgenoemde boek kreeg een voorwoordje van de dalai lama, het tweede is een rechtstreekse getuigenis van CIA-veteranen). De rebellen zorgden voor incidenten op 10 maart (precies!) 1959 in Lhasa en het Chinees leger greep in. Daar zijn doden gevallen, niemand weet hoeveel, maar geen 87.000 zoals de dalai lama in zijn memoires schrijft, want de stad Lhasa telde toen slechts 40.000 inwoners.

In elk geval, op dat ogenblik is nog en groot deel van de Tibetaanse elite, met hun knechten en dienaars, in ballingschap vertrokken, culminerend in ongeveer 70.000 personen begin 1960. Nu is het totaal aantal Tibetanen in het buitenland 120.000 (hun eigen cijfers), dat is een gewone natuurlijke aangroei (geboortes). (in Tibet zelf is de bevolking verdriedubbeld sindsdien). Er zijn nu nog Tibetanen die "vertrekken", maar er zijn er evengoed die "terugkeren" (ik ken er verschillende).

Natuurlijk zijn er dingen die voor problemen zorgen in Tibet. Om er één te noemen: Omdat er minder kinderen sterven dan vroeger, hebben de boeren teveel kinderen, teveel voor hun lap grond van 1 hectare. Sommige van die jongelingen trekken naar de stad, waar niet altijd werk te vinden is, of slecht betaald. Kortom, het probleem van teveel boerenzonen in vergelijking met de bebouwbare oppervlakte.

Als slot nog een bedenking. 

Er zijn veel Chinese toeristen in Lhasa, meer dan Japanners in Brugge. Maar in Tibet is slechts 7% van de vaste bevolking Han Chinees. In Frankrijk is 9% Afrikaans: zijn de Fransen "onder de voet gelopen"?

 

 

05-04-09

“Franse toeristen opnieuw welkom in Tibet.”

Dat zegt de Franse ambassadeur in Beijing in een interview met China Daily (4/4/09). In maart was Tibet gesloten voor buitenlandse toeristen omwille van de kritieke herdenkingsdatum van 50 jaar ballingschap van de 14e dalai lama. Nu kunnen weer alle toeristen naar Tibet. Jaarlijks zijn er ongeveer 100.000 buitenlanders, die Tibet bezoeken. In het interview schaafde de Franse ambassadeur de splinters weg, die zich op de Frans-Chinese relaties gevormd hadden sinds de Franse “ja-neen boycot” in de aanloop naar de Olympische Spelen van vorig jaar. “Sinds het begin van de diplomatieke relaties tussen Frankrijk en China in 1964, heeft Frankrijk nooit de ‘onafhankelijkheid van Tibet’ gesteund. Onze politiek is ongewijzigd gebleven: Tibet is een wezenlijk deel van de Chinese Volksrepubliek,” aldus de ambassadeur.

Hij voegde eraan toe dat het zeer wenselijk is dat meer Fransen Tibet komen bezoeken. “De Westerlingen kennen de realiteit van Tibet niet. Velen hebben er een idealistisch beeld over: hoge bergen, blauwe hemel en mensen ondergedompeld in een soort spiritueel droomland, terwijl het 60 jaar geleden nog een slavenmaatschappij was met een theocratisch bestuur met de dalai lama als hoogste leider,” nog volgens de Franse ambassadeur in Beijing.

 

Het is geweten dat de ‘Free Tibet’ lobby in Frankrijk vrij sterk staat in vergelijking met andere Europese landen. In 2000 ondertekenden een honderdtal verkozenen (op de 300), zowel in het Franse parlement als in de Franse senaat een manifest waarin zij nog steeds het “Vijf-punten-plan van de dalai lama” van 1987 verdedigen (met ondermeer “totale onafhankelijkheid” en “uitwijzing van 7,5 miljoen Chinezen”).

04-03-09

Onafhankelijkheid?

Vooral bij de stedelijke bevolking voel ik geen roep naar onafhankelijkheid en bij de boerenbevolking staat dat ver van hun zorg. Monniken zijn daar gevoeliger voor, zij zijn ook op de hoogte van de steun die ze daarbij genieten in het Westen. De stedelingen zijn zich duidelijk bewust dat het overgrote deel van hun economische ontwikkeling berust op subsidies van de centrale staat, momenteel 4 miljard dollar per jaar. “Indien die centrale staat wegvalt: wie zal die vervangen?” is de vraag. Want dat is een groot bedrag, bijna de helft van wat Europa aan geheel Afrika geeft als ontwikkelingshulp. “Die hulp moet snel afgebouwd worden, Tibet moet zelfbedruipend worden” schrijft de 14e dalai lama in november 2008[1]. Dat klinkt mooi in onze oren, maar om slechts één ding te noemen: de kosten voor het bekampen van woestijnvorming, veroorzaakt door het opwarmende wereldklimaat overstijgen veruit de economische kracht van slechts 3 miljoen mensen op 2,5 maal Frankrijk als oppervlakte. “Tibet zelfbedruipend”, zoals het ‘vroeger’ was, voorspelt weinig goeds voor het basiscomfort van de mensen, zoiets als een ‘terug naar af’ in naam van het ‘behoud van de eeuwenoude ‘eigen spiritualiteit’. Daar zit toch een vleugje integrisme aan vast. Stedelingen en intellectuelen stellen er geen hoop op. Zij zijn ook kwaad op de relschoppers.

De boeren interesseren zich aan zeer concrete dingen: de verkoopprijs voor gerst en vlees, de premie voor nieuwbouw, subsidies voor serres of machines en vooral de onderwijskansen voor de kinderen. En dat zij voor de rest met rust gelaten worden in hun geloofsbelijdenis. Zij kunnen niet klagen over belastingen, want die zijn er niet. Zij beseffen ook dat die premies of subsidies van de overheid komen. Zij wensen geen ‘andere’ overheid, hun dorpscomité of hun districtleiding, dat zijn Tibetanen en die moeten de zaken maar voor het beste regelen. Hun mening is overduidelijk: “Wij gaan er op vooruit” en daar hebben zij niet veel aan toe te voegen. “Mijn volk lijdt al lang onder een meedogenloze onderdrukking vanwege de Chinezen” (regelmatige uitspraak van de 14e dalai lama) is een groteske marketingslagzin om iets verkocht te krijgen in het Westen.

Een Tibetaanse studente in antropologie, die nu doctoreert in Australië en op bezoek was bij haar familie in Lhassa, vroeg mij of wij in België “Belgisch” spreken? Mijn antwoord kennen jullie en verwonderde haar. Ook geen meerderheidstaal? Neen. “Hoe zijn jullie dan een land geworden?”,  een typisch antropologische vraag. “Een kwestie van geostrategie,” moest ik wel bekennen. Vanaf de 13e eeuw is Tibet wellicht nooit iets anders geweest.



[1] « memorandum aan de Chinese regering », november 2008, website CTA (Tibetaanse « regering in ballingschap »)

17:20 Gepost door infortibet in autonomie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, monniken, boeren, intellectuelen

29-01-09

Het boeddhisme van de Buryat Mongolen: terug van weggeweest

Een Buryat Mongool (Buryatia is de streek van het huidige Ulan Ude in Siberië) had het in het begin van de 20e eeuw tot raadgever gebracht van de toenmalige 13e dalai lama. Zijn naam was Dorjeff et hij diende als verbindingsman met Tsaristisch Rusland in het grote steekspel in Azië omwille van invloedssferen tussen Engeland en Rusland, waarbij Tibet voor beiden een begeerde brok was. De Engelsen wonnen, dat weten we, en in Rusland verdween de tsaar. De boeddhistische kloosters in Buryatia verloren hun gronden en hun voorechten (vergelijkbaar met die van het oude Tibet) in de late jaren ’20.

De huidige 14e dalai lama bracht reeds een eerste bezoek aan Buryatia in 1979, nog lang voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hij kon er duizenden gelovigen enthousiast maken. Vanaf 1990 herrees de boeddhistische “kerk” in Buryatia. Daarbij hielp de 14e dalai lama, hij stuurde vanaf 1993 vanuit India verschillende “leraars”. Vanaf 1994 ontvangen de Tibetaanse kloosters in India ook Buryat leerlingen. De Buryat lama’s zijn voorstander van een soort onafhankelijkheid van Buryatia.

Bron: Irina Garri, Institute for Mongolian, Buddhist and Tibetan Studies, Siberian Branch of the Russian Academy of Sciences, op een internationaal seminarie in Beijing, oktober 2008, fragmenten uit haar presentatietekst.

18:50 Gepost door infortibet in buurlanden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mongolen, onafhankelijkheid, dalai lama, rusland

de verhouding "lama" tot "beschermheer"

De voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet voeren aan dat Tibet eigenlijk niet bij China ingelijfd werd in de 13e eeuw, maar dat er een bijzondere "relatie" ontstond tussen de Mongoolse heersers van het Chinese keizerrijk van toen en de Tibetaanse leiders: deze laatste werden de "spirituele meesters" van de keizers, in ruil voor "bescherming". "De territoriale integriteit van Tibet bleef en het werd nooit politiek onderworpen," aldus de huidige dalai lama en de voorstanders nu van onafhankelijkheid.

Tibetaanse annalen[1] van die periode spreken dit echter tegen. De Mongoolse legers waren vanaf 1206 actief in Tibet, nog voor sprake was van "bekering tot het boeddhisme". Zij kregen gebieden in handen van Centraal-Tibet tot West-Tibet. Het beroemde Reting klooster werd door hen vernield, naast nog enkele andere in Noord-Tibet. Zij lijfden Tibetanen in bij hun leger. De politieke integratie van Tibet in het Mongoolse Rijk gebeurde gedurende de eerste helft van de 13e eeuw. Tibet was toen erg versnipperd, lokale clanleiders en kloosterorden onderwierpen zich één na één aan de legers van Genghis Khan (1162-1227), van Godan of van andere Mongoolse prinsen. Deze waren toen nog geen boeddhisten, zij waren niet op "spirituele zoektocht" maar op militaire veldtocht. Pas in de tweede helft van de 13e eeuw namen de Mongolen het Tibetaanse boeddhisme over als één van de erkende staatsgodsdiensten (Nestorianen en moslims hadden ook hun plaatsje). In hun groot rijk kwam een hiërarchisch gestructureerde godsdienst beter van pas dan hun clananimisme van weleer. Een Tibetaanse "meester-lama" werd pas in 1260 "kardinaal" aan het hof van Kublai Khan (1216-1294) in Beijing. Dit lag aan de basis van wat men nu nog noemt de "verhouding lama tot beschermheer".

 

Een ander punt, dat meestal niet vermeld wordt door de voorstanders van onafhankelijkheid, is dat in diezelfde 13e eeuw de basis gelegd werd voor het  afzonderlijk politiek en militair bestuur van de huidige Chinese provincie Qinghai. Prins Godan kreeg het gebied van Kublai Khan als persoonlijk wingewest, waardoor het niet onder het gezag van Lhasa viel. Het was ook niet door Tibetanen bevolkt in die tijd, het waren de "Xia", die er woonden, maar die werden ongeveer uitgeroeid in 1227 door de Mongoolse troepen. De huidige voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet eisen "Groot Tibet" als gebied, met de volledige provincie Qinghai erin, zeggende dat die "altijd" tot het Tibetaanse rijk behoord heeft tot aan de machtsovername door het communistisch regime.



[1] aldus professor Soinam Benjor in het tijdschrift "China's Tibet", zomer 1992. Gelijkaardig verhaal bij Gyurme Dorje, "Tibet Handbook" (met voorwoord van de huidige dalai lama), Footprint Handbook, England, 1996. Zo ook bij Zheng Shan, "A History of Development of Tibet", Foreign Languages Press, Beijing, 2001. Zie ook R.A. Stein, "La Civilisation Tibétaine", L'Asiathèque, rééd. 1996, pages 42-46, waar blijkt dat de "Mongoolse connectie" nog ingewikkelder was dan hierboven geschetst. Stein schuift de "uiteindelijke bekering tot het boeddhisme" van de Mongolen naar een veel latere periode, naar einde 16e eeuw.

09-01-09

Een brief van de 14e dalai lama aan "alle Tibetanen"

In die "boodschap" staan enkele straffe uitspraken.

(tekst te vinden op de persoonlijke website van de dalai lama, onder "news", 14 november 2008)

"Toen ik spirituele en politieke leider was in Tibet heb ik hard gewerkt om een democratie uit te bouwen in Tibet. Jammer genoeg waren wij niet in staat om dat te doen door de wrede repressie vanwege de Volksrepubliek China."

Dat is compleet het tegenovergestelde van wat gebeurde in de jaren vijftig. Het was de Chinese overheid die de Tibetaanse elite aanspoorde om enkele hervormingen door te voeren en ze zelfs niet oplegde. Het feodale systeem mocht bij overeenkomst veranderd worden door... de Tibetaanse elite zelf, zonder verplichting. Maar de toenmalige regering van de 14e dalai lama weigerde om stappen te zetten. "De dalai lama, hoewel hij de heerser was, bleef passief... was niet gemotiveerd om tussenbeide te komen."[1]

 

"De Tibetaanse gemeenschap in ballingschap beschikt nu over een waarachtige moderne democratische structuur, die moet dienen om straks Tibet een stevig en duurzaam bestuur te geven"

Eerst dit: hier zegt hij duidelijk - duidelijker dan in de "onderhandelingstekst" met Beijing - dat het zijn bedoeling is om in een toekomstig "autonoom" Tibet een ander systeem in te voeren dan wat de Chinese grondwet voorziet.

Maar vooral: dat systeem, voorzien in hun charter[2], is een halfklerikaal systeem zonder scheiding van kerk en staat, met de dalai lama als staatshoofd, die bovendien verregaande persoonlijke bevoegdheden behoudt, zoals het eigenhandig voorschrijven van wetten.[3] Ten slotte weten we ook dat de leidende organen van de "Tibetaanse regering in ballingschap" een flinke dosis leden van belangrijke adellijke families bevatten.[4]

 "Alle Tibetanen moeten achter de 'Central Tibetan Administration'[5] staan."

De CTA-mensen vormen geen wettige regering maar zijn ex-opstandelingen die gevlucht zijn. Eisen dat alle Tibetanen die als hun echte vertegenwoordigers erkennen is de opstand blijven prediken binnen Tibet.

"Mijn gematigde weg van 'autonomie' in plaats van 'onafhankelijkheid' heb ik van bij het begin van de jaren zeventig geformuleerd."

In 1987, in een belangrijke toespraak voor het Amerikaanse Congres heeft hij het nog over "onafhankelijkheid".[6]

 "Er zijn geen positieve tekenen noch veranderingen in Tibet."

Bijna alle kaders zijn Tibetanen. Maar vooral de leefomstandigheden zijn enorm verbeterd, ga maar kijken. Zou de levenskwaliteit voor hem "geen teken" zijn? De dalai lama is negen van zijn broers en zusters vergeten die als klein kind stierven.

 "In maart 2008 hebben Tibetanen heldhaftig hun leven geriskeerd op een vreedzame en wettelijke manier."

Terwijl alle Westerse getuigen en ook deels de media het brutaal gewelddadige van de incidenten beschreven en fotografeerden. Deze uitspraak lijkt op "klop er maar op los, ik praat jullie wel goed."



[1] Zie hiervoor o.a. hoofdstuk 15 « Winds of Change » van « A History of Modern Tibet, the calm before the storm, 1951-1955", MC Goldstein, University of California, 2007, pag 399-421.

[2] 1991, www.tibet.com/govt/charter.html

[3] Ibidem.

[4] Zie daarvoor : « Democratie voor mijn familie », infortibet.

[5] CTA= "regering in ballingschap"

[6] Persoonlijke website van de dalai lama, « statements ».