21-11-10

Profiteren de Tibetanen wel van de massale overheidssteun aan de regio?

DSCN4041.JPG“De massale subsidies van de Chinese centrale staat aan Tibet komen de lokale bevolking nauwelijks ten goede”.

Organisaties zoals de administratie van de dalai lama in India (‘Department of Information and International Relations’), het Amerikaanse ‘International Campaign for Tibet’ (ICT) of ‘Human Rights Watch’ (HRW), allen herhalen dikwijls deze stelling, die dan vrij ‘moedig’ overgenomen wordt in onze media.

 

Het kan verbazen van op afstand, maar voor wie de laatste dertig jaar enkele malen naar Tibet reisde is het zichtbaar: de levensstandaard verhoogt er zienderogen. Sneller dan in de rest van het binnenland van China. Dat is een gewilde politiek van de nationale overheid. De laatste vijf jaar (2006-2010) verleende Beijing  per jaar 4 miljard euro ontwikkelingshulp aan Tibet.[1] Dat is 1 miljard meer dan wat de Belgische staat aan alle ontwikkelingsregio’s samen ter wereld geeft. Daarbij moeten we in herinnering brengen dat Tibet ‘slechts’ drie miljoen inwoners telt, de jaarlijkse staatsteun betekent iets meer dan 1000 euro per inwoner. Geen enkele regio ter wereld krijgt zoveel steun.

 

Voor de komende vijf jaar verdubbelt China de jaarlijkse hulp aan Tibet, tot 8 miljard euro. De hoofdmoot zal nu naar ecologie, onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg gaan. In het verleden was de steun vooral gericht op infrastructuur: wegen, stadsvernieuwing[2], energie, bebossing, een treinverbinding, vliegvelden[3], woningbouw, scholen, hospitalen, openbare nutsgebouwen.

 

De economie van Tibet is nu 60 maal groter dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit 70 maal. De inkomens van de mensen zijn ongeveer dertig maal hoger dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit gemiddeld 35 maal. De verdubbelde subsidies zetten een forse inhaalbeweging in gang.

 

Het resultaat is zichtbaar en dit voor ongeveer de ganse bevolking. Het aantal armen is gedaald tot 8 %.[4] Het zijn voornamelijk landbouwers en herders, die in een lastige en afgelegen natuuromgeving leven en werken. Zij krijgen een kleine ‘armenpremie’: enkele tientallen euro per persoon en per jaar. De laatste jaren kon ik een veertigtal boerenfamilies, verspreid over Tibet, ondervragen. Twee ervan leefden nog zeer rudimentair en hadden een geldelijk jaarinkomen dat beneden de 1000 euro lag voor het gehele gezin. Het waren schapenhouders in een dorre streek, zonder gerstvelden. Alle andere families verdienden meer dan 2000 euro per jaar, soms veel meer, indien ze een nevenactiviteit buiten de landbouw hadden, zoals een vrachtwagen bezitten en vervoer in onderaanneming doen. Die kwamen dan al op een jaarinkomen boven de 10.000 euro.

Die cijfers zijn natuurlijk moeilijk te vergelijken met onze levensduurte, ze geven wel een idee. De Tibetaanse landelijke bevolking (80% van alle Tibetanen) bezit een eigen huis, moet geen land pachten en betaalt geen belastingen op het inkomen.

 

Van huizen gesproken: een meerderheid van de landelijke Tibetaanse families bouwde de laatste vijf jaar een nieuw huis of renoveerde hun oud huis, indien het al min of meer degelijk was. In vijf jaar tijd (2006-2010) heeft ongeveer 80% van de landelijke bevolking een nieuw huis gebouwd. Dat zijn 220.000 gezinnen, goed voor 1,2 miljoen mensen. Het ging om een grootscheepse campagne van de lokale overheid in Tibet. Gemiddeld gaat het om een subsidie van 6000 euro per familie voor het geheel van de vernieuwde infrastructuur: vernieuwing van hun woning, voorzieningen voor zuiver drinkwater, elektriciteit en telefoon. De aanblik van de wooncondities op het Tibetaanse platteland is voor een gewone bezoeker inderdaad grondig veranderd op zeer korte tijd. Human Rights Watch (HRW) doet daar schamper over en beschuldigt de Chinese overheid ervan “de Tibetanen te ontheemden, ze verplicht te doen verhuizen naar gegroepeerde dorpen om ze beter te kunnen controleren en aldus hun traditionele levenswijze te doen verdwijnen.”[5] De aanklacht wordt overgenomen in het Amerikaans Congres[6] en door het Europees Parlement.[7]

 DSCN4130.JPG

Precies daarover is een recente studie, ter plaatse in Tibet uitgevoerd door drie befaamde antropologen, twee Amerikanen en één Tibetaan, zeer relevant[8]. Zij besteedden negen maanden aan het onderzoek, waarbij zij alle inwoners van drie grote dorpen betrokken, samen 309 families. Zoals bij vorige onderzoeken uitgevoerd door een van hen, Melvyn Goldstein, die vloeiend Tibetaans spreekt, wordt in het rapport expliciet benadrukt dat hun interviews in geen enkele mate aan beperkingen onderworpen waren. Hun werkmethode (kruiselings toetsen en hercontroleren) liet ook toe om fantasie zo veel mogelijk te bannen. Daarom zijn die heren trouwens befaamd in de wereldwijde middens van de tibetologen.

 

Wat stellen zij vast?

* Het vernieuwen van de woning of een nieuwe woning bouwen gebeurde op vrijwillige basis, de betrokken families hadden duidelijk het initiatief in handen.

* In de drie dorpen had midden 2009 slechts de helft van de families een nieuw huis gebouwd.

* Een nieuw huis kost 5 à 8000 euro aan bouwmaterialen. Het bouwen doen de mensen zelf.

* De overheidscampagne stelde subsidies ter beschikking ter hoogte tussen gaande van 1000 tot 3000 euro. Daarenboven was de lening om de rest te bekostigen gedurende de eerste drie jaar renteloos.

* In de drie dorpen was er geen sprake van ‘verhuizen’, het dorp bleef op dezelfde plaats, het sociaal netwerk werd niet verbroken, in tegenstelling met wat HRW en anderen beweren.

* Er werd zorgvuldig overlegd in de dorpen om geen of weinig landbouwgrond op te offeren.

* Families die een vrachtwagen bezaten verkozen om dichter bij de hoofdweg te bouwen.

* Alle nieuwe huizen zijn in traditioneel Tibetaanse bouwstijl en zijn ruimer dan de kleien woningen van tevoren.

 

Tijdens een vorig onderzoek had M. Goldstein een streek bezocht waar semi-nomaden leven. HRW schiet ook hier met scherp: “nomaden worden verplicht om te sedentarisen”. Dit weerlegt Goldstein gewoonweg door te zeggen: 100% nomaden bestaan quasi niet meer in Tibet, zij hadden al een huis, verblijven er echter minder dan de helft van het jaar. Voor hen ook werden woonsubsidies verleend. Hun nieuwe huizen staan op dezelfde grond als hun oude, geen sprake van ‘verplicht sedentariseren’. Hierbij wil ik opmerken dat het zuidelijke deel van de provincie Qinghai om ecologische redenen wél ontvolkt wordt: het gras is op, er dreigt woestijnvorming. De overheid daar heeft niet gewacht tot de yaks uitdroogden en heeft enkele tienduizenden mensen gedelokaliseerd. Nu wordt daar opnieuw hard gras geplant.  

 

Tijdens hun extensief onderzoek in de drie dorpen, deden de vorsers ook navraag naar andere sociale voordelen. Alle families bleken aangesloten te zijn op de ‘ziekteverzekering’: zij betalen 5 euro per jaar en zijn gedekt voor 60 euro ambulante kosten per jaar. Daarnaast  worden de hospitalisatiekosten voor 90 à 95% terugbetaald. Er is ook een miniem begin van pensioen voor de landelijke bevolking: 60 euro per jaar aan personen boven de 55 jaar, die slechts één zoon of twee dochters hebben. Vanaf 80 jaar krijgt iedereen 30 euro premie per jaar.  Er waren ook enkele arme families in die drie dorpen. Die kregen 15 à 40 euro per persoon per jaar als kleine steun. Belangrijk zijn echter de subsidies voor diversifiëring van de landbouwactiviteit. Serres voor groenten bv worden gratis ter beschikking gesteld. Het opstarten van kippenkwekerijen in een nabijgelegen dorp kon genieten van 1 miljoen euro opstartsubsidie (installatie, aankopen van kuikens en voeding). De bedoeling is om de niet ver afgelegen stad Xigaze te bevoorraden in kippenvlees. Het aankopen van kleine landbouwmachines is eveneens gesubsidieerd: 30%. Meststoffen zijn dat voor 50%. Om het rijtje af te sluiten is er nog een algemene landbouwsubsidie van 50 euro per gecultiveerde hectare.

 

Kortom, de overheid heeft een ‘mensen eerst’ programma gelanceerd in Tibet, dat ook effectief de levensstandaard van de gewone Tibetaan verhoogde, gemiddeld met meer dan 10% per jaar, sinds 2000. Dat is zichtbaar. Wie het tegenovergestelde beweert moet opnieuw gaan kijken. En dan heb ik het nog niet gehad over enkele andere campagnes van de overheid: een deftige weg naar alle dorpen, veilig drinkbaar water overal, elektriciteit in alle dorpen. Vergeten we niet: Tibet is zeer uitgestrekt, dorpen liggen soms op tientallen kilometers van elkaar verwijderd. De bevolkingsdichtheid in Tibet is twee inwoners per vierkante km.

 

De Chinese overheid wil de loyauteit van de Tibetanen voor zich winnen via die enorme subsidies, dat is duidelijk. Deze subsidies zijn een voorkeurbehandeling tegenover de rest van het armere binnenland van China. China ligt onder vuur van Europese en Amerikaanse middens, die Tibet graag willen ontfutselen van China. De Chinese overheid wenst de stabiliteit te bewaren en deelt zelfs aankoopbonnen uit onder de Tibetanen bij belangrijke lokale feesten, zoals nu bij het herfstfestival.



[1] Perscommuniqué, Lhasa 17/3/2010

[2] Denk maar aan de riolering bijvoorbeeld, die was in grote delen van alle steden gewoon nog afwezig in 1980.

[3] Vergeten we niet dat Tibet qua oppervlakte 2,5 maal Frankrijk is. Tibet heeft nu vijf vliegvelden, dat is evenveel als in België, dat 40 maal kleiner is.

[4] De overheid in Tibet bestempelt personen als ‘arm’, indien zij geldelijk over minder dan 1 dollar per dag beschikken. Daarbij is Tibet bevoordeeld tegenover de rest van China, waar de armoedegrens nog iets lager ligt.

[5] Website HRW, mei 2007.

[6] US, Congressional executive commission on China, annual report, october 2007.

[7] Commission pour les droits de l’homme du parlement Européen, 27 novembre 2007.

[8] Melvyn Goldstein, Geoff Childs en Puchung Wangdui. De studie is verschenen in ‘Journal of East Asian Studies’, n°63, january 2010.

21:09 Gepost door infortibet in sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, subsidies, landbouw

21-12-09

Onderwijs in Tibet

Voor kinderen van boeren en herders is de lagere en de middelbare school gratis. Meer dan gratis, want internaat, kleding en voeding zijn ook kosteloos.

Voor alle leerlingen van het verplicht onderwijs (tot veertien jaar), zijn sinds september 2007 alle inschrijvingsgelden afgeschaft en zijn boeken en schriften gratis. Voordien was er nog een gemiddelde kost van 14 euro per jaar voor elk kind.

Vanaf november 2009 werd de overheidssubsidie voor lagere scholen van kinderen van landbouwers en herders opgetrokken van 1300 yuan tot 1750 yuan (175 euro) per leerling. Voor middelbare scholen is dat 1850 yuan. Daarvan genieten 270.000 leerlingen. Dat is ongeveer de helft van alle leerlingen, scholieren en hogeschoolstudenten, stad en platteland bijeen genomen, in Tibet. Het gaat duidelijk om een voorkeurpolitiek voor families van herders en landbouwers. Dit hebben wij op onze reizen de laatste jaren ook duidelijk kunnen vaststellen.

q273

 

Een schooltje in de graslanden van Noord-Tibet

20:37 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onderwijs, subsidies