16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

13-03-11

De dalai lama en drie soorten pensioen

In zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart[1] vraagt de dalai lama aan zijn ‘parlement in ballingschap’ om zijn statuut van ’staatshoofd’ door te geven aan een te verkiezen opvolger. De dalai lama (76j) zegt dat hij op pensioen wil gaan. Van welke activiteit wil hij afstand nemen? Hij zegt: “Aan de komende zitting van het ‘Tibetaans parlement in ballingschap’ zal ik schriftelijk vragen om het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’ te amenderen zodanig dat een leider kan verkozen worden aan wie ik mijn formele autoriteit kan overdragen.”

Volgens het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’, een soort ‘grondwet’[2], die opgesteld werd in 1991 en nog steeds van kracht, is beschikt de dalai lama over uitgebreide politieke bevoegdheden.[3] Hij is het ‘staatshoofd’; hij kan ‘ministers’ afzetten of benoemen; hij kan eigen wetten uitvaardigen; de volledige uitvoerende macht ligt bij hem; hij keurt de rekeningen goed; hij kan op eigen initiatief mensen benoemen in de administratie en heeft nog een aantal andere kleinere bevoegdheden.[4]

Zijn mogelijk ‘pensioen’ betreft dus zijn politieke macht en niet zijn religieuze positie.

Een pensioen geduwd door eigen rangen?

In november 2008 herbevestigde een buitengewoon congres van de Tibetaanse bannelingen de absolute macht van de dalai lama.[5] In de slotresolutie van de bijeenkomst staat: “wij vragen met aandrang aan de dalai lama om niet op pensioen noch op semi-pensioen te gaan en door te gaan met het leiden van het Tibetaanse volk”.

Toch rommelt er wat in de rangen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland. Dit uitzonderlijk ‘congres’ van november 2008 was er gekomen omdat er onenigheid was over de te volgen weg na de onlusten in Lhasa van maart 2008. Delen van de Tibetaanse gemeenschap wilden geweld niet langer uitsluiten en de roep naar ‘onafhankelijkheid’ in plaats van de ’verregaande autonomie’ volgens de dalai lama, kon publiek gehoord worden in Dharamsala. De dalai lama kreeg dus af te rekenen met interne kritiek. Toen, in 2008, waren zijn woorden: “ik ga met pensioen” eerder een licht chantagemiddel om de eenheid in de rangen terug te brengen. Althans formeel of tijdelijk, want de grootste organisatie onder de bannelingen – het TYC, Tibetan Youth Congres - is nog steeds openlijk voor onafhankelijkheid en sluit het gebruik van geweld niet uit.

Ook een eigenmachtig en autoritair ingrijpen door de dalai lama op religieus gebied werd hem niet in dank afgenomen. Hij vaardigde op 6 juni 1996 een verbod uit op het vereren van de godheid Shugden.[6] Een religieuze culturele revolutie volgde, groepen beeldenstormers werden uitgestuurd naar alle tempels in India om beeltenissen van Shugden weg te halen.

In eigen rangen is bovendien wel wat kritiek op het ondemocratisch gehalte van de ‘regering’ en het ‘parlement’ in ballingschap. Het ‘parlement’ telt 43 leden, van wie er minimum 10 geestelijken moeten zijn. Het huidige ‘parlement’ kwam de laatste vijf jaar slechts tweemaal per jaar samen. De ‘ministerraad’ telt acht leden, van wie er één verkozen is – de ‘eerste minister’ – en de zeven andere aangeduid zijn door de dalai lama. Drie van de ministers zijn geestelijken en twee andere zijn familieleden van de dalai lama.[7]

Een Tibetaanse ballingenkrant (“The independant”) publiceerde einde 1995 een cartoon met als titel “de huidige toestand van de Tibetaanse democratie”. Daarop was een gebouw te zien met drie pilaren: “wetgevend, juridisch en uitvoerend”. De pilaar “wetgevend” steunde het dak, maar kwam niet tot aan de grond. De pilaar “juridisch” stond op de grond maar kwam niet tot aan het dak. Enkel de “uitvoerende” steunde het dak en stond op de grond. De commentaar was: “In de huidige Tibetaanse regering in ballingschap is er geen controlerend orgaan. Al het werk is enkel gericht op het voldoen van de wensen van de dalai lama. Wat is dat voor een democratie?”[8]

Een symbolisch pensioen?

Plots afstappen van een vrij absolute macht binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland naar een teruggetrokken monnikenleven zal het niet worden. De dalai lama zegt het zelf in zijn toespraak van 10 maart: “ik wil mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen (…) ik wil mijn deel doen voor de rechtvaardige zaak van Tibet (…) ik hoop dat de mensen geleidelijk aan mijn intentie zullen begrijpen” (cursief door mij). Merk ook op dat de dalai lama niet vraagt aan de komende ‘parlementszitting’ om al een leider te verkiezen (zie inleiding). Hij vraagt enkel om de ‘grondwet’ aan te passen, die het mogelijk moet maken in een niet nader genoemde toekomst om “een leider te kiezen”.

Alles heeft natuurlijk te maken met zijn opvolging, zowel politiek als religieus. Meestal, in interviews, maakt de dalai lama geen onderscheid tussen beiden. Hij zal er ook over waken wie het wordt en hoe.  

“Indien het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.”[9]

De “af te werken taak” is natuurlijk ‘Groot-Tibet’ losweken van China. Binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland is momenteel geen enkele nieuwe figuur in staat om met evenveel charisma de wereld rond te reizen om massale religieus-filosofische sessies voor te zitten en om de politieke boodschap van de afsplitsing uit te dragen. Er wordt gespeculeerd op de jonge 17e karmapa als opvolger. Dat lijkt me niet zo waarschijnlijk, gezien er twee rivaliserende 17e karmapa’s zijn. Eén zit min of meer onder de vleugels van de dalai lama, de andere niet. Maar die tweede heeft veel meer aanhang in het Westen dan de eerste. Bovendien behoren de karmapa’s tot een andere boeddhismeschool dan die van de dalai lama. Er was bloedige rivaliteit tussen de twee scholen, tot in de 19e eeuw. Daar blijven nog spanningen van over.[10]

Het ziet er dus naar uit dat het “pensioen” van de dalai lama nog niet zo direct effectief zal zijn.  

Wel “pensioen voor de Chinese Communistische Partij”!

De 14e dalai lama veroorlooft zich politieke uitspraken, die weinig kerkelijke figuren hem nadoen. In 2009 tijdens een rondreis in de USA werd voor hem op 5 mei een bijeenkomst van 120 bekende Chinese dissidenten georganiseerd in een luxehotel in New York. Hij gaf zijn Chinese toehoorders geen “inleiding tot het boeddhisme”, maar sprak zijn steun uit aan hun streven om de Chinese Communistische Partij (CCP) van de macht te verdrijven. “De CCP heeft lang genoeg geregeerd. De tijd is gekomen dat ze op pensioen moet gaan,” zo zei de 14e dalai lama.[11]

Hij pleit dus voor een verandering van regime in geheel China. Dit thema komt meer op de voorgrond tijdens zijn toespraken en interviews van de laatste jaren. 

In een interview met “Le Nouvel Observateur” van 17 januari 2007 zei hij al:

“het actuele Chinese regime is radicaal materialistisch en communistisch. Dat is belachelijk.”

En uit een toespraak van de dalai lama tijdens een hoorzitting van de Franse senaat, in augustus 2008, volop tijdens de periode van de Olympische Spelen in Beijing:

“Ik benadruk dat China, nu het zich integreert in de internationale markt, beter de idealen van de democratie zou omhelzen. (…) De internationale gemeenschap heeft geen enkele reden om zich te laten pesten door het Chinese communistische regime. Hier in het Westen heerst fundamentele vrijheid. Daarom is het belangrijk dat jullie de kant kiezen van volkeren, die nog niet van die vrijheid genieten.”

Er zijn tientallen voorbeelden opsombaar.

Probeer dan even dit scenario te volgen:

* Einde januari 2010 stuurt de dalai lama twee vertegenwoordigers naar Beijing om er met de Chinese Communistische Partij (CCP) te onderhandelen over het statuut van Tibet.

* Op 18 februari laat hij zich publiek ontvangen door Obama.

* Twee dagen later laat hij zich een medaille "Democracy Service Medal" geven door het 'National Endowment for Democracy' (NED), een neefje van de CIA.

* Tijdens die ceremonie, waar hij die medaille ontvangt, zegt hij: "De Chinese Communistische Partij zou beter op pensioen gaan". (AFP).

Drie vaststellingen:

* Hij 'onderhandelt' met een instantie (CCP), die hij eigenlijk niet meer wil.

* Hij provoceert zijn Chinese onderhandelingspartners door te tonen dat hij gesteund wordt door Obama.

* Hij heeft het niet over Tibet, maar over een machtswissel in Beijing. 

Zhu Weiqun, vicedirecteur van de ‘Eenheidsfrontafdeling’ van de Chinese Communistische Partij antwoordt in dezelfde zin tijdens een interview met het Duitse magazine ‘Focus’, 22 september 2009 :

“Indien de dalai lama zijn internationale kruistocht tegen China stopt, dan kunnen we praten over zijn terugkeer. Tijdens zijn bezoeken aan hoge leiders van landen doet hij niets anders dan de relaties van die landen met China verstoren. Dat zijn politieke interventies, geen religieuze. Tegenover de ‘Deutsche Welle’ zei hij op 2 augustus dat “de Chinese Communistische Partij beter op pensioen zou gaan”. Dat lijkt mij geen religieus discours. Hoe kan dat samengaan: hij wil praten met ons maar tegelijk zegt hij dat we met pensioen moeten gaan. Praten is geen show. Dergelijke stellingen zijn volgens mij ingegeven door de kringen in zijn directe omgeving, buitenlandse mogendheden incluis, sponsoring inbegrepen. Een bepaald land, dat ik niet wil noemen, heeft hem dit jaar 16,75 miljoen dollar steun bezorgd. Die steun heeft de dalai lama sinds lang in een val gelokt.”

Het land dat Zhu “niet wil noemen” is wel publiek gekend. Het Amerikaanse Congres voorzag voor 2010 een bedrag van ongeveer 15 miljoen dollar voor de organisaties rond de dalai lama.[12] Dit is publieke en directe staatsteun vanwege de VS. Daarbovenop zijn er nog tal van semiofficiële NGO’s  en ‘Stichtingen’, die geld doorschuiven.

De Europese commissie van haar kant stelt jaarlijks 1 miljoen euro ter beschikking[13]

Wat betreft de religieuze opvolging van de dalai lama, is de stelling van de Tibetaanse autoriteiten en geestelijken in Tibet zelf duidelijk. “De historische regels voor het zoeken van een reïncarnatie van een hoge geestelijke kunnen niet veranderd worden vanuit de wil van één persoon, die het bovendien om politieke motieven doet,” zo zei Shinza-Tenzin Choeta, zelf een reïncarnatie, sinds 1955, als abt van het Shinza klooster in Lhoka, Zuid-Tibet, en vicevoorzitter van het regionale parlement van Tibet.[14]

De dalai lama van zijn kant heeft al tal van mogelijke versies laten kennen: “na mij stopt het reïncarnatiesysteem (…) ik duid een volwassen reïncarnatie aan (…) een referendum onder de Tibetanen moet uitwijzen of ze na mij nog een reïncarnatie willen (…) een reïncarnatie onder Chinese voogdij zal een valse zijn (…) een reïncarnatie na mij kan een man met blond haar zijn of zelfs een vrouw (…) “wij houden een gesloten conclaaf zoals de katholieken een nieuwe paus kiezen” en nog andere varianten.

Shinza-Tenzin Choeta: “de dalai lama overtrad het boeddhistisch geloof door te spreken over hemzelf na zijn dood. Dat doen de hoge geestelijken niet.”


[1] Herdenkingsdatum van het begin van een gewapende opstand in Lhasa in 1959, die na enkele dagen mislukte en leidde tot het vertrek van de dalai lama naar Indië. 10 maart wordt door de gevluchte opstandelingen de ‘national uprising day’ genoemd. Met die slogan zijn er jaarlijks betogingen op 10 maart in verschillende wereldsteden door verdedigers van de onafhankelijkheid van Tibet.

[2] Voor de 120.000 Tibetanen in het buitenland, maar tegelijk bedoeld als voorontwerp van een grondwet voor een ‘Vrij Tibet’.

[4] Bijkomende noot: in het "Charter of Tibetans in Exile" staat onder artikel 8 gedefinieerd wie aanspraak kan maken op het Tibetaanse staatsburgerschap. Het hoofdcriterium is etnisch: ben je een Tibetaan, dan ben je een Tibetaanse burger. Dat betekent dat de geëiste "autonomie" een “apart” burgerschap wil instellen in China. Er staat ook in dat bij gemengde huwelijken de niet-Tibetaan van het koppel een verzoek moet indienen om zich te laten naturaliseren. Zo zijn er al enkele duizenden in Tibet. De regels om aanvaard te worden als "Tibetaan" bestaan nog niet, die moeten "later" door het "autonome regime" bepaald worden, zo staat in het charter.

[5] Zie website CTA (Central Tibetan Administration), de ‘regering’ in ballingschap.

[6] Zie persoonlijke website van de dalai lama en ook een uitzending op France-Antenne2 van 9 oktober 2008.

[7] Een schoonbroer en de 2e vrouw van een andere schoonbroer.

[8] Agence de presse Xinhua, 29/12/2008

[9] interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006

[11] Asia Times Online 21/5/09 en Voice of America 30/4/09

[12] Website ‘international Campaign for Tibet’, ‘Tibet appropriations’, FY 2010

[13] resolutie Tibet van het Europees Parlement, 25/11/2010.

[14] China Tibet Online, 9/3/2010.

19:00 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, lama, geweld, karmapa, usa

07-01-11

Soros in Tibet

Neen, niet Georges Soros, de Hongaars-Amerikaanse multimiljardair, maar zijn dochter, Andrea Soros. Zij heeft mooie projecten voor ontwikkelingshulp lopen in gebieden in China waar Tibetanen leven. Met een ‘laag profiel’, er komt geen politieke inmenging aan te pas. Dit strekt haar tot eer. Sinds 1993 sponsort haar ‘Trace Foundation’ voornamelijk onderwijsprojecten voor Tibetanen in de provincie Qinghai. Samen met de lokale overheid bevordert haar stichting het publiceren van boeken in het Tibetaans, voor de jeugd en voor de scholen. Ook handboeken in het Tibetaans van moderne wetenschappen: fysica, wiskunde, computertechnologie e.a.

Dit terwijl ons Europees parlement nog op 25 november 2010 een resolutie[1] stemde tegen China, waarin staat dat de Tibetaanse taal gemarginaliseerd wordt en dat dit niet mag, want “De inheemse volkeren hebben het recht hun onderwijssysteem in hun eigen taal te organiseren”, zo staat in de resolutie. Ja, natuurlijk, maar Europa is geen goede leermeester, indien je dit bv aan de Bretoenen vraagt. De provincie Qinghai is een provincie met ‘faciliteiten’. De meerderheid van de bevolking is er niet-Tibetaans. Toch zijn er streken waar de Tibetanen in de meerderheid zijn. Daar wordt de Tibetaanse taal dan wel gebruikt in het onderwijs, enfin, min of meer. Andrea Soros helpt om dat wat meer te doen worden. Lovenswaardig. Maar hoever moet of mag men daarin gaan? In de provincie Qinghai leven bv evenveel mensen van Arabische afkomst als dat er Tibetanen zijn. Zij wonen daar al 500 à 700 jaar. Zijn zij een ‘inheems’ volk of immigranten die zich maar moeten aanpassen? Trouwens, de Tibetaanse bevolking in Qinghai was daar niet veel eerder: ten dele in de 9e eeuw, zelfs grotendeels later, tijdens en na de Mongoolse dynastie in China (vanaf de 13e eeuw). Tevoren waren de ‘Tu’, de ‘Xixia’ en de ‘Qiang’ de ‘inheemse volkeren. Daar bestaan nu nog enclaves van. Wat met hun taal? China heeft 54 ‘inheemse’ volkeren. Sommigen zeggen dat er zelfs meer zijn. Ja, een Limburger is eigenlijk ook geen Vlaming en in de Nederlanden is het ABN nog niet zo oud (de reactie van mijn ouders bij het begin van het ABN: ‘op wat trekt dat nu, dat is géén taal’!). Het is een immense taak, voor een ontwikkelingsland dat China nog grotendeels is, om al die culturen en talen flink te ondersteunen. Er wordt wel in die richting gewerkt. ‘Bijna vergeten’ talen van grote bevolkingsgroepen worden opnieuw onderwezen, zoals de Yi-taal en het Mandchu.

 

Terug naar de Tibetanen in de provincie Qinghai, waar een tiental ‘inheemse’ volkeren leven. Voor de Tibetanen is er nog een bijkomend  probleem. Te weinig Tibetanen van die provincie zijn de Chinese taal machtig en zijn daardoor benadeeld in de hogere jobs. Het zijn herdersjongens op overschot, zonder veel schoollopen. Een partijsecretaris van de provincie onderkende onlangs dit probleem en zei: “tweetaligheid is een uitstekend middel om hier te moderniseren” (dat klinkt ons zelf in België bekend in de oren). Hij bedoelde: vlugger Chinees onderwijzen aan de Tibetaanse kinderen. Dat namen die laatsten niet en betoogden voor het behoud van het Tibetaans als eerste taal in hun scholen. De lokale partijinstanties schrokken en zeiden: “akkoord, geen hervormingen zonder het akkoord van de ouders en de leerlingen.” Tot daar het verhaal, dat het Europees Parlement een volledige dag bezig hield en leidde tot een resolutie tegen het beknotten van de Tibetaanse taal (“repressie en marginalisatie van de Tibetaanse taal”, zo staat het er). Zwakke grond voor twee pagina’s resolutietekst na een tiental interventies in voltallige zitting. Het Chinese parlement verliest geen tijd aan het probleem van de Basken.

Nog dit: Op de website van DeWereldMorgen.be las ik onlangs nog dat “de Tibetanen geen recht hebben op onderwijs in hun eigen taal.” Wanneer leerlingen betogen voor ‘het behoud’ van Tibetaans als eerste taal op school, dan kunnen ze dat enkel doen wanneer er wel degelijk onderwijs is in het Tibetaans, me dunkt.

 

Terug naar Andrea Soros. Zij doet daar goed werk en zoals gezegd: samen met de lokale overheid. Haar NGO, ‘Trace Foundation’, heeft bureaus in Xining (Qinghai), Lhasa (Tibet) en Chengdu (Sichuan). Sinds 1993 sponsort de Trace Foundation projecten in deze drie provincies plus Yunnan en Gansu. De eerste tien jaar was dit onder de vorm van subsidies verlenen aan lokale projecten, maar sinds 2004 zette de Trace Foundation ook eigen projecten ter plaatse in gang, voornamelijk in het secundaire en hoger niet-universitair onderwijs. Het gaat bv over het verlenen van beurzen aan jonge afgestudeerden of onderwijzend personeel om handboeken en ander onderwijsmateriaal in het Tibetaans te produceren in de modernere domeinen zoals wetenschappen en techniek. Daarbij moeten zelfs nog woorden uitgevonden worden (het is nog niet lang geleden dat het Chinees vocabularium de wereld bijbeende). De Trace Foundation doet rechtstreeks aan begeleiding van het project. Eén project bv, liep van 2005 tot 2010 en verleende een drieduizendtal beurzen. Totale som: 10 miljoen US dollar, waarvan Trace er 5,3 miljoen op zich nam. De rest kwam van de lokale overheid. Bij het project zijn 27 Tibetaanse instituten betrokken, verspreid over de genoemde provincies. Andere projecten zijn bv het mee subsidiëren van de vorming van Tibetaanse leraars voor het secundaire en hoger onderwijs.

 

De totale jaarlijkse ontwikkelingshulp van Andrea Soros aan de Tibetanen bedraagt 6 miljoen US dollar (laatst gepubliceerd cijfer, 2007). Daarnaast zijn er nog de werkingskosten, de hoofdzetel in New York, permanenties in China, enz. Ongetwijfeld komt er wel wat zakgeld van vadertje Soros, voor hem zijn dat kruimels. Georges Soros verstopte het indertijd niet dat hij heel wat geld doorschoof naar bewegingen in Oost-Europa, die Oost-Europa naar het Westen zouden doen vallen. Zijn dochter, Andrea Soros, heeft het dus in de VS niet gemakkelijk, links nam haar onder vuur als ‘running-dog CIA front’. Maar haar website, haar publieke verklaringen, haar projecten vermijden met opmerkelijke nauwkeurigheid elke politieke inmenging in China. So what? Zij steunt in de feiten de Tibetaanse cultuur, in samenwerking met de lokale overheid. Indien ik papa Soros was, zou ik daar niets tegen hebben. Misschien denkt hij: ‘mijn dochter heeft daar een ferme voet aan de grond, al 20 jaar, dat kan niet slecht zijn’.

 

Andrea Soros is wel niet enkel actief in haar ‘Trace Foundation’ voor ondersteuning van de Tibetaanse cultuur. Er is nog de ‘Tsadra Foundation’, bedoeld om Amerikanen en Europeanen beurzen te verschaffen om zich te vervolmaken in het Tibetaans boeddhisme. Daar is de kans zeer groot dat de begunstigden wel tegelijk politieke activisten zijn voor de onafhankelijkheid van Tibet. Verder is Andrea een welbekende bij de ‘Rockefeller Foundation’, via nog een ander fonds dat ze beheert, het ‘Acumen Fund’. Dit laatste ‘investeert’ (ja, ontwikkeling via rentabiliteit) in mini-projecten in de Derde Wereld. Wat de Rockefellers betreft in de VS: die zitten in de hoogste politiek-financiële sferen, soms zeer controversieel ondemocratisch.



[1] In die resolutie vernemen we dat de Europese Unie in haar budget van 2009 1 miljoen euro voorzien heeft voor “het behoud van de Tibetaanse cultuur, meer specifiek onder de Tibetanen buiten China”. Het is niet enkel het Amerikaans Congres dat de kringen rond de dalai lama geld toestopt. De VS geven echter veel méér.

tibet 05 (51).JPG

Een klasje, per toeval bezocht, in de omgeving van Qamdo, Oost-Tibet, gesponsord qua uitrusting. Neen, niet door Andrea Soros, maar door het stadsbestuur van Chengdu (Sichuan).

17:47 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, china, qinghai, taal

21-12-10

‘WikiLeaks’ zag de dalai lama voorbijkomen

In de ‘WikiLeaks-files’ – de ‘gekraakte’ vertrouwelijke correspondentie van het VS-ministerie van buitenlandse zaken – zit ook een beetje correspondentie vanwege de VS-ambassadeur in Delhi over gesprekken die deze had met de dalai lama, zo meldt de Hongkongse krant ‘The South China Morning Post’ (18/12/10).

Het is natuurlijk geen geheim dat de 14e dalai lama goede betrekkingen onderhoudt met de VS-ambassade in Delhi. Dat is al zo sinds 1951, toen de dalai lama nog in Lhasa woonde. De VS wilden toen de dalai lama in ballingschap doen vertrekken. Gedurende acht jaar probeerden ze hem te overtuigen. In 1959 is het dan gelukt. De functie van de dalai lama zou er een worden om vanuit het buitenland ongestoord China te bestoken.[1]

Dit even ter herinnering, maar nu de recente stukjes van gesprekken van de dalai lama met VS-ambassadeur Roemer. Daar staan geen echte ‘onthullingen’ in. Wat daar gezegd werd (of genoteerd), zegt de dalai lama ook openlijk in interviews of in toespraken. De dalai lama zou bv. Roemer hebben toevertrouwd dat “de politieke agenda (rond Tibet) vijf tot tien jaar terzijde mag geplaatst worden en dat de internationale gemeenschap zou moeten focussen op de klimaatverandering op het Tibetaanse hoogplateau”.

Eerst dit: de dalai lama laat zijn politieke agenda nooit terzijde, getuige daarvan al zijn publieke verklaringen, onlangs nog in zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart 2010[2], waarin hij pleit voor een verandering van het politiek systeem in geheel China en ook de rellen in Xinjiang goedpraat. Geen woord over het klimaat noch over ecologie, of bijna niet.


Toch is de dalai lama al sinds lang de eco-toer opgegaan. Ongeveer vanaf de klimaattop in Rio in 1992 begon zijn ecologisch offensief tegen China: “massale ontbossing, vervuiling van rivieren door mijnbouw, uitroeiing van wilde dieren, erosie door ongebreidelde akkerbouw, bevolkingsdruk op het milieu door import van miljoenen Chinezen in Tibet, industriële vervuiling, visvangst, enz.” Zijn administratie pleegde uitgebreide rapporten in de jaren 1990. Hij heeft er de sympathie van de meerderheid van de Europese ‘groene partijen’ mee gewonnen, die eerder al gevoelig waren voor zijn ‘alternatieve’ spirituele boodschap. Tegelijk vond zijn onafhankelijkheidsgedachte ingang.

Dat hij nu recent de VS aanmaande om meer de klemtoon te leggen op ‘het klimaat’ in Tibet (in zijn denkwereld de ecologische ramp, die de Chinezen veroorzaken) is niet verwonderlijk, gezien de aanloop naar de klimaatconferenties van Kopenhagen en Cancún. Hij zag hier een kans om China in een slecht daglicht te plaatsen. “De derde pool van de aarde redden door de Chinezen eruit te gooien” is de achterliggende redenering van de administratie van de dalai lama. Maar de VS zijn niet openlijk gevolgd in deze aanklachten.   Waarom niet? Omdat de VS goed weten dat die beschuldigingen op niets steunen of al twintig jaar achterhaald zijn. Omdat China stilaan internationaal bekend geraakt, zeker bij de kenners, als zeer goed voorbeeld, zelfs koploper, in de aanpak van ecologische problemen, en zeker op het hoogplateau. Het zou dus zijn overgekomen zijn als dwaze propaganda. Er is internationale wetenschappelijke ecologische samenwerking op en over het hoogplateau, tot en met de NASA toe. Het kan toch niet dat de dalai lama en zijn administratie daar geen weet van hebben. Vaststelling is dus dat de dalai lama verwrongen informatie over de ecologie in Tibet verspreidt en het dus als een politiek werktuig gebruikt. De persoonlijke overtuiging van de dalai lama over ecologie kan ik niet beoordelen. Wanneer hij concreet over ecologie spreekt dan heeft hij het uitsluitend over Tibet - dat kan ik wel vaststellen - niet over de wereldwijde problematiek en niet over de verantwoordelijkheid van het geïndustrialiseerde Westen.

In december vorig jaar hield de dalai lama een twee uur lange toespraak in Tasmanië met als titel: “Our Earth – Who Should Be Responsible for It”. Daarin kwam niets voor over ecologie elders dan in Tibet, met de gekende aanklachten. En “Responsable” is illustrerend voor het volgende: rond de top van Kopenhagen hadden de “Free Tibet”- groepen als eis “een internationaal inspectieteam” voor Tibet.

 

Wat zijn dan de werkelijke ecologische problemen in Tibet?

De ecologie op het hoogplateau kampt met twee hoofdproblemen.

Er is de klimaatopwarming en er is de overbegrazing. De twee factoren samen resulteren in woestijnvorming.

Dit artikel gaat daar verder op in:

 http://infortibet.skynetblogs.be/archive/2010/01/14/strijd-tegen-de-klimaatverandering-in-tibet-en-op-het-hoogpl.html

 

Verder zijn er natuurlijk de vele kleinere problemen, die ook een oplossing zullen of moeten krijgen. Er wordt echter aan gewerkt.

* Het wagenpark in Tibet groeit te snel. Nu al is er één gemotoriseerd vervoermiddel per vijf inwoners van Lhasa. Het stadsbestuur zet nu zuinige grote bussen in en bant de honderden oude vervuilende minibussen.

* Er wordt nog teveel hout en kolen verbrand voor de keuken en de verwarming. Lhasa schakelt over op gas, dankzij een nieuwe pijplijn vanuit Qinghai. Boeren kunnen gratis een put laten bouwen voor het produceren van methaangas uit stalmest.

* Het privé-elektriciteitsverbruik stijgt te snel. Enkele bijkomende dammen en hydro-elektrische centrales zijn in aanbouw. Het gebruik van fotovoltaïsche en de thermische zonne-energie neemt  zienderogen toe.

* Industrie: wordt klein gehouden. Eén derde van het grondgebied van Tibet is verboden voor de industrie.

* Mijnbouw: alle kleine ‘artisanale’ mijnbouw is voortaan verboden.

Tot slot nog twee anekdotische passages uit de wiki-gesprekken van de dalai lama met de VS-ambassadeur.

* De dalai lama bekritiseert het feit dat Tibetanen nu een technische opleiding krijgen. Dat noemt hij “disrupting their nomadic lifestyle with vocational training” of vrij vertaald: ‘nomaden moeten nu een stiel leren, dat vloekt met de traditie’. Het aantal mensen op dit hoogplateau is de laatste vijftig jaar verdriedubbeld, het aantal yaks en schapen ook, graasland is er niet bijgekomen, integendeel. Er zijn ook geen pure nomaden meer in Tibet, die mensen hebben allemaal een huis, maar ze zijn wel soms maanden weg met de kudde. Onlangs sprak ik nog met een uitgeweken Tibetaan in Brussel. Hij vond het jammer dat zijn vroegere dorpsgenoten niet meer ‘overal’ kunnen gaan met hun kudde, dat de lokale overheid nu de graaslanden afgebakend in afzonderlijk familiebeheer gaf. Dat is zo. De lokale overheid probeert de families de verantwoordelijkheid te geven voor het onderhoud van de graaslanden om precies overbegrazing tegen te gaan. Voor de dalai lama is het ecologisch nodige verminderen van de veestapel een “vernietiging van de traditionele Tibetaanse cultuur”. Het ecologisch hoofdprobleem schuift hij dus terzijde, erger, hij bekampt de oplossing. Zelfs gewoonweg het ‘verantwoordelijk stellen van herderfamilies voor een afgebakende oppervlakte graasland’ wordt betwist door de kringen rond de dalai lama.

* En nog dit : de dalai lama is volgens zijn zeggen niet voor ‘onafhankelijkheid’ van Tibet. Maar in het vrijgegeven gesprek zegt hij wel dat Tibet zoiets moet worden als “Engeland tegenover de Europese Unie”, goede vrienden (vermoedelijk met China), maar “preserving national identity”. De ‘nationale identiteit’ in het geval van Engeland is dan toch een afzonderlijke staat.  

      DSCN4069.JPG

elektrische warmtestralers zijn in de mode in Tibet



[1] De correspondentie van die  periode is integraal te vinden in ‘A History of Modern Tibet, 1913-1951’ van Melvyn Goldstein, University of California Press, 1989.  

[2] 10 maart is de ‘nationale feestdag’ van de in 1959 gevluchte (mislukte) opstandelingen. Toespraak te vinden op zijn persoonlijke website. Nota: de dalai lama zit ook op facebook, twitter en youtube. Dat doet hij allemaal zelf niet natuurlijk. 

 

10:09 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, klimaat, china

05-04-10

Tibet: een bezet land of niet?

(Als beknopt antwoord op iemand, die me die vraag stelde) 

De begrippen "bezetting" en "soevereine staat" zijn moderne begrippen, die er pas kwamen toen grenzen stilaan internationale erkenning kregen (19e en 20e eeuw). Want als we verder teruggaan, dan heeft iedereen wel eens iedereen "bezet". Bovendien zijn grenzen "machtsevenwichtlijnen", zie maar naar Afrika, waar de grenzen niet volkenkundig maar koloniaal "afgespoken" werden. Voor Tibet is dat niet anders. Tibet werd bij het Chinese keizerrijk ingelijfd in de 13e eeuw door de Mongoolse Yuan dynastie en het bleef onder het gezag van Peking al de tijd nadien. Dat "erkenden" alle wereldgrootmachten nog begin 20e eeuw en hun positie veranderde niet tijdens en na de communistische machtsovername. Wie ben ik om dat eventueel "niet te erkennen"?

Dat de grootmachten dit deden was natuurlijk niet uit liefde voor de Chinezen, maar wel uit eigenbelang: de Europese landen en later Japan en de USA kwamen "elkaar tegen" in het China van voor de revolutie, zij hielden er elkaar in evenwicht, zonder onderlinge confrontatie, door gezamelijk China als staat te blijven erkennen en niet op te delen zoals ze met Afrika gedaan hadden. Elk Europees land had een "havenconcessie" (en enkele spoorlijnen) in China. Het meest "gekoloniseerd" was Tibet (ter grootte van de huidige autonome regio), door Engeland, die het als "verboden terrein" verklaarde voor de andere Europeanen (zie A. David Neel). De handel in yakwol was exclusief in Engelse handen en een "onafhankelijk" Tibetaans leger werd door Engeland getraind en uitgerust (wapens, traditionele Engelse klederdracht en blaaskapel). Foto's bestaan van de 13e dalai lama die "zijn" troepen schouwt en de huidige 14e dalai lama schreef in zijn memoires dat hij ze hoorde zingen: "It's a long way to Tipperary". Maar zelfs Engeland bleef Tibet als deel van China "erkennen", als evenwichtsoefening met Rusland, dat het ook deed. Engeland hapte wel voorgoed zuidelijke stukjes weg van Tibet: Ladakh, Sikkim, Bhutan en Arunachal Pradesh. China heeft na de overwinning van de revolutie in 1949 eigenlijk niets anders gedaan dan zijn "internationaal erkende grenzen" te bevestigen: de Europese concessies in het binnenland verdwenen en het Chinese leger verving het "onafhankelijke" Tibetaanse leger, dat zich zonder schieten in de stad Qamdo overgaf in 1951.

Het is natuurlijk zo dat Tibet onder het Chinese keizerrijk een grote autonomie genoot. Benoemingen van lokale hooggeplaatsten moesten bekrachtigd worden door Peking, maar het aantal regelgevingen vanuit Peking was zeer beperkt. Maar dat is nog een heel ander verhaal, ik wou het hier enkel hebben over de begrippen "erkenning" en "bezetting".

 

Er bestaat een lijvige studie in twee delen, samen goed voor 1540 pagina's, over de periode 1913-1955 in Tibet, door een ploeg vorsers rond Melvyn Goldstein (University of California Press, 1989 en 2007 voor het tweede deel), gebaseerd op de geschriften van de lokale autoriteiten van Tibet op dat moment en op de briefwisseling van de Engelse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken (via hun ambassades in Delhi en Beijing). Daaruit blijkt overduidelijk dat de komst van het rode Leger in 1951 zonder geweld verliep. Jawel. Een Engelse officier, die toen in Oost-Tibet verbleef (Robert Ford) schrijft hetzelfde in zijn memoires (1990). Toch zijn er in 1951 al heel wat Tibetaanse landheren, handelaars en enkele hoge lama's naar India vertrokken, met het idee "wij verliezen hier binnenkort toch onze privilegies".

Ondanks dat voor Tibet zelf, binnen de grenzen zoals het was onder de 13e en 14e dalai lama, overeengekomen was om het lijfeigenschap nog niet af te schaffen voor een onbeperkte periode, werd in de randgebieden (provincie Sichuan), waar - naast anderen - ook Tibetanen woonden, de landhervorming WEL doorgevoerd door het nieuwe Chinese bewind. Dat veroorzaakte ginder een opstand in 1956, onder leiding van landheren, met volkse aanhang. Die rebellen werden onmiddellijk van wapens voorzien... door de USA (Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" en Kenneth Conboy "The CIA's secret war in Tibet". Het eerstgenoemde boek kreeg een voorwoordje van de dalai lama, het tweede is een rechtstreekse getuigenis van CIA-veteranen). De rebellen zorgden voor incidenten op 10 maart (precies!) 1959 in Lhasa en het Chinees leger greep in. Daar zijn doden gevallen, niemand weet hoeveel, maar geen 87.000 zoals de dalai lama in zijn memoires schrijft, want de stad Lhasa telde toen slechts 40.000 inwoners.

In elk geval, op dat ogenblik is nog en groot deel van de Tibetaanse elite, met hun knechten en dienaars, in ballingschap vertrokken, culminerend in ongeveer 70.000 personen begin 1960. Nu is het totaal aantal Tibetanen in het buitenland 120.000 (hun eigen cijfers), dat is een gewone natuurlijke aangroei (geboortes). (in Tibet zelf is de bevolking verdriedubbeld sindsdien). Er zijn nu nog Tibetanen die "vertrekken", maar er zijn er evengoed die "terugkeren" (ik ken er verschillende).

Natuurlijk zijn er dingen die voor problemen zorgen in Tibet. Om er één te noemen: Omdat er minder kinderen sterven dan vroeger, hebben de boeren teveel kinderen, teveel voor hun lap grond van 1 hectare. Sommige van die jongelingen trekken naar de stad, waar niet altijd werk te vinden is, of slecht betaald. Kortom, het probleem van teveel boerenzonen in vergelijking met de bebouwbare oppervlakte.

Als slot nog een bedenking. 

Er zijn veel Chinese toeristen in Lhasa, meer dan Japanners in Brugge. Maar in Tibet is slechts 7% van de vaste bevolking Han Chinees. In Frankrijk is 9% Afrikaans: zijn de Fransen "onder de voet gelopen"?

 

 

05-03-10

De hoofdsponsor van de dalai lama

Er gaan toch flink wat sommen geld vanwege diverse Amerikaanse instanties naar de groepen rond de dalai lama. Van officiële staatsinstanties en ook via een resem NGO’s.

Bij de officiële instanties is er het Amerikaanse Congres. Voor 2010 voorzien zij een bedrag van ongeveer 15 miljoen dollar voor de organisaties rond de dalai lama.[1] Maar ‘Radio Free Asia/Voice of America’ met hun uitzending in het Tibetaans is daar nog niet bij inbegrepen.

Dan de NGO’s. Er zijn subsidies via de NED (National Endowment for Democracy), een zusterorganisatie van de CIA,[2] die officieel slechts 0,4 miljoen toekennen. Het ‘Tibet Fund’ doet beter met 5 miljoen. Dan is er nog het ‘Tibetan Centre for Human Rights and Democracy’ (TCHRD) en nog ettelijke anderen.

Ook de radicale arm van de dalai lama, het ‘Tibetan Youth Congress’, dat voor volledige onafhankelijkheid is en geweld niet schuwt, werd door de Amerikaanse NED gesponsord.[3]

 

De Tibetanen in ‘ballingschap’ zijn ook niet van de armste. Zij beheren een florerende handel met de USA en Europa. Zij bezitten hotels en reisbureaus in India en Nepal. Enkele jaren geleden verenigden die Tibetaanse zakenlui zich in een ‘Kamer van Koophandel’, met de zegen van de dalai lama, zoals te zien is op hun website.[4] Wanneer je op de pagina gaat waar de groepsfoto opstaat van het bestuur van die Kamer van Koophandel, zie je er echt traditioneel uitgedoste Tibetanen…

De boodschap van de dalai lama, die op de openingspagina prijkt, spreekt boekdelen: hij hoopt dat die Kamer van Koophandel zich ooit kan vestigen in Tibet zelf. Wat anders kan dit betekenen dan: ‘laat Tibet maar toetreden tot de Westerse wereld van het privé-initiatief’?



[1] Website ‘international Campaign for Tibet’, ‘Tibet appropriations’, FY 2010.

[2] De eerste voorzitter van de NED, Allen Weinstein, zei dat wat de NED nu doet, dat dit gedurende 25 jaar in het geheim door de CIA gedaan werd. Zie www.globalresearch,ca, artikel “The National Endowment for Democracy: revisiting the CIA Connection”, Michael Barker 13/8/2007.  

18:53 Gepost door infortibet in usa en tibet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa

25-02-10

Dalai lama: "de CCP moet op pensioen gaan"

Probeer het scenario te volgen:

* Einde januari 2010 stuurt de dalai lama twee vertegenwoordigers naar Beijing om er met de Chinese Communistische Partij (CCP) te onderhandelen over het statuut van Tibet.

* Op 18 februari laat hij zich publiek ontvangen door Obama.

* Twee dagen later laat hij zich een medaille "Democracy Service Medal" geven door het 'National Endowment for Democracy' (NED), een neefje van de CIA.

* Tijdens die ceremonie, waar hij die medaille ontvangt, zegt hij: "De Chinese Communistische Partij zou beter op pensioen gaan". (AFP).

Drie vaststellingen:

* Hij 'onderhandelt' met een instantie (CCP), die hij eigenlijk niet meer wil.

* Hij provoceert zijn Chinese onderhandelingspartners door te tonen dat hij gesteund wordt door Obama.

* Hij heeft het niet over Tibet, maar over een machtswissel in Beijing. 

18:30 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, usa

19-11-09

De Franse Senaat, het Amerikaans Congres en Tibet

Op 22 oktober 2009 publiceerde de Amerikaanse Congrescommissie over China een lijvig (152 pagina’s) rapport over de ‘mensenrechten’ in Tibet.[i] Dat doen zij ongeveer jaarlijks. China doet zoiets niet over een ander land, zij mengen zich niet in de interne keuken van anderen. Op internationaal vlak is China felle voorstander van dialoog en tegelijk niet-inmenging in elkaars binnenlandse aangelegenheden. Over het Amerikaans rapport rond Tibet zegt China gewoon: “Met wat bemoeien jullie zich?”, tegelijk zeggend dat de informatie in het rapport op geen grond van waarheid steunt, maar zonder in detail op de polemiek in te gaan.

 

Het rapport van de Amerikaanse Congrescommissie haalt zijn feiten voornamelijk uit de kringen rond de dalai lama, uit de Chinese dissidentenwereld en uit de satellietorganisaties van de CIA, zoals ‘Radio Free Asia’, ‘International Campaign for Tibet’ en het ‘Tibetan Center for Human Rights and Democracy’. Daar staan tal van precieze aanklachten in over “te weinig politieke vrijheid, arrestaties, gebrek aan persvrijheid, intomen van de invloed van de godsdienst” en dies meer. Maar wat opvalt is dat die aanklachten eigenlijk veel minder sterk zijn dan wat bij ons in het publiek in het Westen circuleert. Of met wat de dalai lama vertelt. En die twee laatste zijn ongeveer hetzelfde.

Het is leerrijk om hierbij de toespraak van de dalai lama te nemen, die hij hield voor een hoorcommissie van de Franse senaat, in augustus 2008, volop tijdens de periode van de Olympische Spelen in Beijing. Ik zet een paar stellingen van hem op een rijtje.

 

“Na de manifestaties van maart 2008 kregen wij talrijke getuigenissen over willekeurige executies en van folteringen tot ter dood. De lichamen van de verdwenen personen werden niet aan de familie teruggegeven. Terreur heerst alom”

Geen spoor daarvan in het nochtans door de Tibetaanse bannelingen en de CIA –satellieten gestoffeerd lijvig rapport van het Amerikaans Congres. En de terreur heb ik ook niet gevoeld toen ik er was op het moment van zijn speech.

 

“Nog voor de evenementen van maart 2008 zagen we een systematisch vervangen van Tibetaanse kaders door Chinese, ter voorbereiding van wat zou volgen. Een zeer betrouwbare bron vertelt ons dat de Chinese overheid van plan is om na de Olympische Spelen één miljoen Chinezen naar Tibet te doen emigreren. Een andere maatregel zou erin bestaan om alle Tibetanen, die in het buitenland studeren binnen de zes maanden te verplichten terug te komen.”

Geen spoor daarvan in het Amerikaans rapport en straffer: ook niet in de realiteit!

 

Maar er staan nog andere ‘straffe’ dingen in zijn toespraak voor de Franse Senaatscommissie, die niet direct verband hebben met het Amerikaans rapport over de mensenrechten. Ik zet er nog enkele op een rijtje, met een klein beetje commentaar.

 

“De winkels die Tibetanen openen in het binnenland van China, worden geboycot”.

Daar heb ik toch het tegendeel van gezien, in dezelfde periode als zijn speech (augustus 2008). Tibet is in de mode in de rest van China. Wat waar is: die modecentra mogen geen propaganda maken voor de onafhankelijkheid van Tibet. De dalai lama zou misschien wel graag een dergelijk netwerk voor zijn strijd in China willen.

 

“Ik heb het internationale Rode Kruis uitgenodigd om bijstand te verlenen bij de aardbeving in Tibet (noot redactie: niet in Tibet, maar in Sichuan, waarvan hij een deel opeist als Tibetaans grondgebied). De Chinese autoriteiten hebben geweigerd.”

De internationale pers heeft de Chinese autoriteiten geloofd om de efficiënte hulpverlening na de aardbeving. Voor de dalai lama is het openbreken van China via “internationale hulp of inmenging” een tactiek die hij deelt met de VS.

 

“In Binnen Mongolië zijn de oorspronkelijke Mongolen, 3 à 4 miljoen, overspoeld door 80 miljoen Han-Chinezen.”

De cijfers kloppen niet, want de autonome regio Binnen-Mongolië telt slechts 25 miljoen mensen. Maar wat erger is: hij predikt de etnische haat niet enkel voor Tibet.

 

“Nu ik buiten Chinees Tibet ben, voel ik me een vrij mens, ik kan zeggen wat ik wil, ik kan gaan waar ik wil. Ik voel me dus goed. Ik steek een hand uit naar de Chinezen, maar zij grijpen die niet. Dan ben ik wel verplicht om de andere hand uit te steken naar diegenen die ons werkelijk steunen in deze wereld.”

Hij bedoelt de VS en een beetje Europa, als het maar tegen China is.

 

“De internationale gemeenschap heeft geen enkele reden om zich te laten pesten door het Chinese communistische regime. Hier in het Westen heerst fundamentele vrijheid. Daarom is het belangrijk dat jullie de kant kiezen van volkeren, die nog niet van die vrijheid genieten.”

Een etnisch scenario om China te doen uiteenspatten.

 

“Frankrijk lijkt niet direct bedreigd door de troepen van China, maar India en Japan wel. Voor hen is deze gemilitariseerde supermacht een reëel gevaar. Het is een supermacht beschikkend over nucleaire wapens, die macht enkel ziet via geweld en niet aarzelt om dat in praktijk om te zetten. Hun intercontinentale raketten zijn misschien een bedreiging voor Rusland en Europa.”

Alle internationale strategen zijn het erover eens dat de militaire capaciteit van China om buiten zijn grenzen te treden zeer beperkt is. De DL zaait toch het idee, ‘diaboliseren’ heet dat in het Frans. Nochtans heeft China geen enkele militaire basis in het buitenland. Dat kunnen andere ‘groten’ niet zeggen, ondanks hun Nobelprijzen voor de vrede.

 

“Groot Tibet werd bestuurd door de opeenvolgende dalai lama’s.”

Dat is vrijwillig liegen. Alle historische documenten tonen dat het lokale gezag van de dalai lama’s zich beperkte tot de huidige provincie Tibet, niet de ‘verdubbelde extensie’ (zie elders op dit blog).

 

“Met de Chinese overheid in 1950 was ik overeengekomen dat Tibet een eigen leger mocht hebben.”

Grotendeels vals. Een Tibetaanse afdeling binnen het nationale Chinese ‘Volksbevrijdingsleger’ is iets anders.

 

“Er is nood aan een Tibetaanse bufferstaat tussen India en China.”

Ja, liefst geen toenadering tussen India en China. Beter een bufferstaat naar Westers model.

 

“Ik benadruk dat China, nu het zich integreert in de internationale markt, beter de idealen van de democratie zou omhelzen.”

Ja, uiteraard, zich te grabbel gooien aan het Westers neoliberalisme. Maar dat is China niet van plan blijkbaar.

 

Conclusie:

Zelfs al zijn de aangehaalde feiten in het Amerikaans rapport twijfelachtig maar toch niet fel overdreven, de dalai lama doet er in elk geval nog een marketingschepje bovenop gedurende zijn internationale tournee.   



[i] « Congressional Executive Commission on China, Special Topic Paper : Tibet 2008-2009 », te vinden op het net.

15-11-09

De dalai lama op de grens tussen China en India

Begin november bracht de 14e dalai lama een bezoek aan de regio Arunachal Pradesh in India. Arunachal Pradesh is een strook land, ongeveer tweemaal zo groot als Zwitserland, in het uiterste noordoosten van India, tussen Bhutan en Myanmar. In het noorden grenst het aan Chinees Tibet, waarvan het voor 1913 een deel van was en gewoon “Tibet” heette. In 1913 werd de bosrijke regio door Engeland bij Brits India gevoegd, via het “Akkoord van Simla” met de toenmalige 13e dalai lama. China was toen te zwak om te reageren (dit viel samen met het begin van de 1e Chinese republiek), maar erkende nooit het “Akkoord van Simla”. Voor China bleef Arunachal Pradesh, zoals India het is gaan noemen, deel uitmaken van het Chinees/Tibetaanse grondgebied. Dat is nog steeds hun stelling vandaag. Door grensschermutselingen in 1962 tussen India en China bleven de relaties lange tijd koel tussen de twee groten. Maar de laatste tien jaar is er een opmerkelijke dooi ingetreden en is China Indiaas tweede handelspartner geworden. In 2003 besloten de twee landen om een gemengde commissie in het leven te roepen om een definitief tracé voor te stellen voor de grens tussen de twee landen (China claimt Arunachal Pradesh en India eist een gebied in Tibet op, ten noorden van Kashmir). Het overleg en de samenwerking tussen de twee grote landen gaan dus vreedzaam en flink vooruit.

 

Precies daar komt de dalai lama een beetje olie op het vuur gooien. Net voor zijn bezoek aan Arunachal Pradesh had de dalai lama in Tokyo aan de pers verklaard dat hij achter het Indisch standpunt staat, namelijk dat Arunachal Pradesh bij India behoort (AFP, 31/10/09). Dat herhaalde hij nog eens toen hij er was (Indisch persagentschap ANI, 8/11/09). In Tokyo had hij ook de Indische democratie toegejuicht en het ‘één-partij-systeem’ van China met zijn ‘staatspers’ fel bekritiseerd (AFP). In Tawang, het stadje in Arunachal Pradesh waar hij met zijn privéhelikopter neerdaalde, zei hij dat hij daar enkel was om religieuze lezingen te geven. Maar de omgeving stond vol vlaggen van de Tibetaanse onafhankelijksbeweging. ¨De Indische eerste minister Manmohan Sinh zei tegen zijn Chinese collega Wen Jiabao dat de dalai lama welkom blijft op Indisch grondgebied, er mag rondreizen zoals hij wil, maar dat hij er zich niet met politiek mag bemoeien. India liet enkel Indiase journalisten toe in het gebied tijdens het bezoek van de dalai lama.

 

Hier loopt de dalai lama dus op scherp met zijn bezoek aan Arunachal Pradesh en zijn uitspraken in de marge ervan. Door zijn zegen te geven aan het Indiaas standpunt in het grensgeschil probeert hij natuurlijk China te irriteren. Maar hij geeft tegelijk steun aan de (tegenover China) minder verzoeningsgezinde krachten in India rond de kwestie. Dat ‘mag’ hij normaal niet doen, want hij mag zich niet mengen in de Indiase politiek. Dat heeft ook de belangrijke Indische krant verontwaardigd geschreven (The Hindu, 13/11/09).

Maar mogelijks zit achter die symboliek nog meer achter. De toenadering tussen India en China wordt met een scheef oog bekeken vanuit Washington, dat schrijven de belangrijke strategen in de VS, ondermeer Brezinski, adviseur van Obama. De dalai lama luistert blijkbaar naar de stem van zijn geldschieters en gooit wat roet in het eten tussen India en China. China antwoordt dat het grensconflict met India zal opgelost worden wanneer de dalai lama er niet meer is. Zij hebben tijd zat. “En,” zeggen zij, “wij hebben geen schrik van 130.000 Tibetaanse separatisten in het buitenland, tenslotte zijn zij een kleine minderheid, zelfs al beschikken zij over een uitgebreid gesponsord propagandanet in de wereld. Wij hopen dat de Westerse landen beter begrijpen dat samenwerken beter is dan tegen ons dit kleine groepje te steunen.” (Xinhua).

19:55 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: usa, tibet, india, dalai lama, china

11-07-09

Hoe is het geweld in Xinjiang te begrijpen ?

Een artikel van Peter Franssen op www.infochina.be

(Hier overgenomen wegens de "flagrante" gelijkenis met Tibet)

In de hoofdplaats Urumqi van de noord-westelijke provincie Xinjiang zijn 156 doden gevallen. Dat gebeurde bij een oproer dat drie dagen duurde. De aanleiding was de dood van twee Oeigoerse arbeiders uit Xinjiang die in een fabriek in de zuidelijke provincie Guangdong werkten. Zij kwamen om bij onlusten toen het valse gerucht de ronde deed dat de Oeigoeren twee vrouwen verkracht hadden. Oeigoerse jongeren hebben in Urumqi brandstichtend en moordend 'wraak' genomen. De bevolking in China is bijzonder onder de indruk van de vreselijke gebeurtenissen.

Een vrouw stapt van een bus, haar baby in de armen. Een jonge Oeigoer houdt de vrouw tegen en slaat de baby met een steen het hoofdje in. Een groepje van 15 of 20 mensen valt een fietser aan en trapt hem dood. Een ander groepje sleurt een wat ouder koppel uit een taxi en slaat en stampt hen. Voorbijgangers kunnen het koppel wegtrekken. Een man wil zijn winkeltje sluiten als hij ziet hoe een groepje van een tiental jongeren gewapend met messen, stokken en stenen de straat instormt. Hij krijgt de kans niet. De jongeren duwen hem naar binnen en steken het gebouwtje in brand. Een andere bende houdt een bus tegen. De inzittenden vluchten voor hun leven. Twee van hen halen het niet – ze blijven dood op straat achter.

Zo zijn er tientallen verhalen en getuigenissen. Horror op klaarlichte dag. In de Verenigde Staten probeert Rebiya Kadeer de schuld in de schoenen te schuiven van de Chinese overheid “want politie en leger zijn heel repressief opgetreden”. Kadeer leidt het World Uyghur Congress, een koepel van organisaties die de provincie Xinjiang van China wil afscheiden. Maar mevrouw Kadeer krijgt weinig bijval. Er zijn teveel foto's en filmpjes die tonen hoe Oeigoerse jongeren deze moordpartijen op hun geweten hebben.
De goed ingelichte B. Raman – een vroegere regeringssecretaris van India – schrijft op zijn blog: “De rapporten uit de stad tonen hoe het oproer begon met een betoging van Oeigoeren van wie men weet dat ze sympathiseren met het World Uyghur Congress. Kort na het begin van de betoging kwamen er moslim fundamentalisten bij die loyaal zijn aan de Islamic Movement of Eastern Turkestan, een organisatie die gelinkt wordt aan Al Qaeda. Daarop brak het geweld uit tegen de Han-Chinezen.”

Hoe is deze orgie van geweld te begrijpen ?

De provincie Xinjiang en Centraal-Azië

De provincie Xinjiang in het noordwesten van China beslaat één zesde van China. Xinjiang is twee keer zo groot als Pakistan. De provincie is zeer dun bevolkt. Er wonen slechts 20 miljoen mensen van wie 8 miljoen Oeigoeren. Dat is een aan de Turken verwante etnische minderheidgroep in China. Het land telt 55 etnische minderheden. De meeste Oeigoeren zijn moslims.
Xinjiang grenst aan zes landen waar een sterke moslim meerderheid is: Afghanistan, Pakistan, Kazakhstan, Kirgizië, Tadjikistan en Uzbekistan. De vier laatste landen vormen samen met Turkmenistan de groep van 5 Centraal-Aziatische landen die tot 1991 bij de Sovjet-Unie behoorden en een brug vormen tussen China en Rusland.
De provincie Xinjiang hoort sinds 1759 onafgebroken bij China behalve in 1932-1934 en 1944-1948 toen het land als gevolg van de oorlog getroffen was door chaos en uit elkaar dreigde te vallen.
In de provincie Xinjiang vormen de mensen van Oeigoerse oorsprong 45 procent van de bevolking. De Han-Chinezen, de grootste bevolkingsgroep in China, maken 40 procent uit. De overige 15 procent zijn andere etnische minderheidsgroepen zoals de Hui-Chinezen.

Xinjiang is wellicht de meest kwetsbare provincie van het land. Ze heeft een grens van 5.000 kilometer met alles behalve stabiele moslim landen. De Verenigde Staten proberen al 30 jaar deze regio onder hun controle te krijgen. Daarom woedt hier sinds 1979 constant oorlog. Wie deze regio beheerst, beheerst meteen de onderbuik van Rusland en, nog belangrijker, de schakel tussen Europa en Azië. Afghanistan, Pakistan, de provincie Xinjiang en de vijf Centraal-Aziatische Republieken zijn cruciaal voor de controle van de grootste, rijkste en meest volkrijke regio ter wereld: Eurazië.

In 1997 verscheen een spraakmakend boek in de Verenigde Staten. Het is van de hand van Richard Bernstein en Ross Munro en draagt de titel 'The Coming Conflict with China' (Het komende conflict met China). Op blz. 5 kan je lezen: “De Verenigde Staten proberen al een eeuw lang te verhinderen dat één enkel Aziatisch land de regio kan domineren. Dat is precies wat China nu aan het doen is. De Amerikaanse belangen staan hier op het spel.”
De oude Amerikaanse strateeg Henri Kissinger zei twee jaar later: “De overheersing van één van de Euraziatische delen – Europa en Azië – door een land vormt een strategisch gevaar voor de Verenigde Staten. Want zo zou dat land de capaciteit krijgen de Verenigde Staten economisch en militair voorbij te steken. Dat gevaar moeten we hoe dan ook bestrijden.”
Een andere oude rot in het vak is Zbigniew Brzezinski. Hij is vandaag adviseur van president Barack Obama. Hij schrijft in zijn befaamd boek 'The Grand Chessboard' (Het grote schaakbord): “Al de potentiële politieke en economische uitdagingen van Amerika zijn Euraziatisch.”

In een interview met Le Nouvel Observateur zal Brzezinski in 1999 toegeven dat hij en president Jimmy Carter in 1979 de oorlog van de Sovjet-Unie in Afghanistan geprovoceerd hebben. Brzezinski: “Dat was toch een schitterend idee! De Russen zijn in de Afghaanse val getrapt en u wilt dat ik daar spijt van heb?”
Dertig jaar en miljoenen doden later kan je achterom kijken. Toen de Amerikanen in 1979 de oorlog in Afghanistan provoceerden, was dat het begin van een cascade van conflicten: de oorlog tegen de Sovjet-Unie, de post-jihad strijd voor de macht in Afghanistan, de burgeroorlog in Tadjikistan, de terroristische onrust in Centraal-Azië waar ook de Chinese provincie Xinjiang zijn deel van krijgt.

Terreur als wapen van de Amerikanen

Het “schitterend idee” van Brzezinski was de militaire en logistieke steun aan wat later de Taliban wordt en vandaag nog steeds Al Qaeda heet. Le Nouvel Observateur stelt Brzezinski de vraag: “Maar u steunde het moslim fundamentalisme. U hebt wapens gegeven aan toekomstige terroristen. Hebt u daar ook geen spijt van?” Brzezinki antwoordt: “Waarom zou ik? Wat zal het belangrijkste blijken in de geschiedenis: de Taliban of de ineenstorting van het sovjetrijk?”

De tactiek van de Amerikanen was dus de bewapening van moslim fundamentalisten. Niet alleen met het oog op Afghanistan. De islam-specialist en auteur Dilip Hiro vat ze in 1999 samen in het blad The Nation: “De bedoeling is een beweging te creëren die met een mix van nationalisme en religieus extremisme in staat moet zijn over te slaan naar heel Centraal-Azië.”
Om dat proces te versnellen vertrekken vanuit Afghanistan vanaf het midden van de jaren '80 moedjaheddin-eenheden naar de omliggende republieken Uzbekistan en Tadjikistan. Dat staat te lezen in het veel geprezen boek 'L'Ombre des Taliban' (De schaduw van de Taliban) van Ahmed Rashid (blz. 170). De Amerikanen vertrouwen de leiding van deze operatie toe aan Gulbuddin Hekmatyar, een nauwe vriend van Osama Bin Laden.
Destabiliseren door terreuraanvallen luidt hun opdracht. Vanaf het einde van de jaren '80 gebeurt hetzelfde in de naburige Chinese provincie Xinjiang.

Het ene terrorisme is het andere niet

Het tijdschrift Terrorism Monitor schrijft op 21 april 2005: “Er is voldoende bewijsmateriaal om te kunnen zeggen dat vanaf de beginjaren '90 tot de dag van vandaag een krachtige cocktail van drugs, islamitisch extremisme en wapens Xinjiang binnenkomt via Afghanistan, Centraal Azië en Pakistan.”
Wat daar het gevolg van is, staat te lezen in het tijdschrift China Brief van april 2004. De Russische Centraal-Azië specialist Igor Rotar zegt daarin: “Vanaf het begin van de jaren '90 is een sterke ondergrondse afscheidingsbeweging actief die heel wat aanslagen en militaire aanvallen gepleegd heeft zoals de bomaanslagen op bussen in 1990 in Kashgar en in 1992 in de hoofplaats Urumqi, een militaire aanval in Barin in 1990, een oproer in 1995 in Khotan. In 1997 braken in Inin dagenlange gevechten uit met de oproerpolitie. Daarbij vielen 55 Chinese en 25 Oeigoerse doden.” Na het oproer in Inin ontploffen er bommen tot in de hoofdstad Beijing.
In december 2000 probeert het Chinese leger ondergrondse terroristencellen op te rollen. Aan de grens tussen Pakistan en Xinjiang arresteert het 200 zwaarbewapende militanten.
In april 2001 snijden terroristen de procureur en zijn vrouw in Kashgar de keel over. Nog in deze maand volgt er een bomaanslag in een fabriek. In januari 2005 verliezen 11 mensen het leven bij een bomaanslag op een bus in Karamay. In de aanloop naar de Olympische Spelen in 2008 vallen er 39 doden bij aanslagen. Terroristen geven een video vrij waarin ze de verantwoordelijkheid opeisen voor een bomaanslag op twee bussen in Shanghai, een aanslag op een politiepost in Wenzhou, op een fabriek in Guangzhou en op twee bussen in Yunnan.

Vreemd genoeg zijn de Verenigde Staten niet al te vurig in hun steun aan de Chinese strijd tegen het terrorisme. Je zou denken: de Amerikanen vinden na de aanslagen op de WTC-torens in 2001 de strijd tegen het terrorisme een absolute prioriteit en zullen de Chinezen met raad en daad bijstaan, zeker nu blijkt dat er banden zijn tussen Al Qaeda, de Taliban en de terreur in Xinjiang. Maar zo zit de wereld blijkbaar niet in mekaar. In het jonge verleden hebben de Amerikanen terroristen ingezet als pionnen op hun schaakbord. Terroristen waren heel nuttig in Afghanistan in de jaren '80, waarom zouden ze dat vandaag niet meer kunnen zijn op andere plaatsen in de wereld? President Ronald Reagan noemde de moslim fundamentalisten vrijheidsstrijders. Bush noemde hen terroristen. Voor de Amerikanen kunnen ze opnieuw vrijheidsstrijders worden, maar dan wel in Xinjiang.

In december 2002 zegt de Amerikaanse vice-minister Lorne Craner: “De strijd tegen het terrorisme mag geen alibi zijn voor inbreuken op de mensenrechten, zoals China in Xinjiang doet.” Dat komt uit de mond van een vice-minister wiens regering folterkampen en militaire tribunalen organiseert! Eigenlijk wilde Craner de Chinezen verwittigen: “Zoetjesaan, hé, met de strijd tegen het terrorisme.”
Francis Taylor, de terrorisme-coördinator van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei in december 2001 zelfs: "De wettige economische en sociale verzuchtingen van de bevolking in westelijk China horen niet noodzakelijk thuis onder de noemer terrorisme en moeten eerder politiek opgelost wordt dan met contra-terroristische methodes.” Bij aanslagen zijn in Xinjiang tussen 1985 en het ogenblik van deze uitspraak 200 doden gevallen. In de ogen van de Amerikaanse regering is de ene terrorist blijkbaar de andere niet.

Dat bleek ook nog eens uit het dossier van 22 Oeigoeren die in Afghanistan gearresteerd waren. Dat gebeurde in 2002 en 2003, na de inval van het Amerikaans leger in Afghanistan. De 22 werden na hun arrestatie overgebracht naar de gevangenis in Guantanamo. De Amerikanen konden achterhalen dat de Oeigoeren militair opgeleid waren in kampen van Al Qaeda. Vijf jaar later werden de 22 vrijgelaten. Omdat, zo zegde de Amerikaanse legerleiding, ze geen gevaar vormden voor de Verenigde Staten. “Ze zijn niet opgeleid om tegen ons land te vechten,” heette het. Zeer juist. China vroeg met aandrang en herhaaldelijk om de uitlevering van de 22. De Verenigde Staten weigerden dat. De Chinese overheid zal dus niet te weten komen wie hen hoe en waar gerekruteerd heeft in Xinjiang, welke banden ze hebben in de provincie, wat ze van plan waren na hun militaire opleiding in Afghanistan...

Eigen volk eerst

De belangrijkste terroristische organisatie in Xinjiang is de East Turkestan Islamic Movement (Oost-Turkse Islamitische Beweging). ETIM is niet alleen moslim-fundamentalistisch. De organisatie komt ook op voor de afscheiding van Xinjiang, in hun propagandataal Oost-Turkije genoemd. De ETIM verzet zich tegen wat genoemd wordt “de hanificatie van Oost-Turkije”, waarmee de aanwezigheid bedoeld wordt van de Han-Chinezen. De afscheidingsideologie is die van ”eigen volk eerst”. Je ziet dezelfde ideologie bij de Dalai Lama die ijvert voor een Han-vrij en Groot Tibet.

Sinds de economische ontwikkeling dertig jaar geleden in China in een hogere versnelling kwam, neemt het aandeel van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang af. Veel andere Chinezen komen naar deze provincie omdat hier grote voorraden olie, gas en mineralen zijn. De Han-Chinezen die naar hier komen, zijn gebonden aan de één-kind-politiek van China. Zoals de andere minderheden mogen de Oeigoeren meer kinderen hebben. Dat is één van de vormen van positieve discriminatie. Toch daalt het aandeel van de Oeigoeren in de bevolking. De olie- en gaswinning in de provincie en sinds kort de uitbouw van de groene energiesector vergen technologische know-how die de Oeigoeren niet in huis hebben. Dat is ook zo voor de uitbouw van de enorme infrastructuur die deze economie nodig heeft. De economische revolutie begon 30 jaar geleden aan de oostkust van China. Vandaag deint ze uit tot in de verste uithoeken van het land – Urumqi ligt op meer dan 4.000 kilometer van de hoofdstad Beijing – en de dragers daarvan zijn zij die de opleiding en de ervaring in het oosten van het land gekregen hebben.
Het tijdschrift China Brief schrijft bij monde van Ahmad Lutfi dat die evolutie onvermijdelijk is, tenzij men de economische vooruitgang en de stijging van het levensniveau wil stilleggen en terugdraaien.
De overheid probeert de Oeigoerse cultuur te beschermen: ze krijgen onderwijs in hun taal, op alle overheidsniveau's hebben ze gegarandeerde vertegenwoordigers, ze hebben kranten, radio en tv-zenders in hun taal,...

De tweede kant van het zwaard

Maar zoals overal waar mensen samenzijn, komen er tegenstellingen, zeker als die mensen van 'vreemde origine' zijn. De terroristische organisatie ETIM maakt hier misbruik van. Net als het World Uyghur Congress van mevrouw Rebiya Kadeer.
Het WUC is een afscheidingbeweging. Ze krijgt de steun van de Verenigde Staten en Duitsland. In 2004 gaf president Bush opdracht aan zijn administratie om het WUC financieel te steunen via de National Endowment for Democracy, de NED. De NED is een zusterorganisatie van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Op het einde van de jaren '70 komt de CIA in opspraak nadat uitlekt hoe de organisatie doodseskaders inzette in Vietnam en mee de staatsgreep tegen de Chileense president Allende organiseerde. In de maalstroom van die schandalen wordt beslist een deel van de activiteiten van de CIA over te brengen naar een nieuwe organisatie die de cynische naam National Enwdowment for Democracy, Stichting voor de Democratie, meekrijgt. De activiteiten van de CIA die in de NED ondergebracht worden zijn de stichting en financiering van Amerika welgezinde politieke partijen in het buitenland; de organisatie van burgerbewegingen tegen regeringen die Washington liever ziet gaan; het opleiden, financieren en omkaderen van organisaties en individuen in de media, het onderwijs, de cultuursector... Kortom, het creëren en omkaderen van een maatschappelijke beweging tegen het beleid of de overheden die een andere politieke lijn volgen dan die van Washington. Je kan het ook gewoon onbeschaamde inmenging in andermans binnenlandse aangelegenheden noemen.
In 2004 krijgt het World Uyghur Congress en zijn organisaties 75.000 dollar. De Washington Post maakte op 9 juli bekend dat het WUC en de groepen rond voorzitster Kadeer in 2008 550.000 dollar kregen.

De voorganger van Kadeer als voorzitter van het WUC is Erkin Alptekin. Voor hij in 2004 voorzitter werd, was hij ruim 20 jaar lang tewerkgesteld bij Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) in München als vice-directeur. RFE/RL is een propagadazender van de CIA. In 2003 bracht hij met de hulp van RFE/RL een boek uit dat bijzonder fel anti-communistisch en anti-Chinees is.
Sidik Rouzi, de echtgenoot van huidig voorzitter Kadeer, werkt voor Radio Free Asia, eveneens een CIA-zender. Deze radio zendt haatprogramma's uit in het Oeigoers.

Professor Rohan Gunaratna van het Internationaal Onderzoekscentrum naar Terreur schreef enkele dagen na het begin van het oproer in The New York Times: “De propaganda van de East Turkistan Islamic Movement (ETIM) zaait haat onder de bevolking en zet aan tot geweld.” Hetzelfde kan gezegd worden van de propaganda van mevrouw Kadeer en consoorten.

In Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië, Spanje, Oostenrijk zijn de voorbije jaren migranten en vluchtelingen neergestoken, hun huizen zijn in brand gezet, zij zijn in elkaar gestampt, doodgeschoten. Geen enkele keer had Jean-Marie Le Pen het mes vast, richtte Jürg Haider de long rifle, gooide Filip De Winter de brandbom. Maar zijn zij niet de eerste verantwoordelijken? 

Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 10 juli 2009.

22:19 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, usa, xinjiang