25-12-10

Het hoogplateau in China is geen staatsgeheim

China wisselt internationaal veel gegevens uit over het Qinghai-Tibet hoogplateau. Dit in tegenstelling tot wat Westerse sympathisanten van de onafhankelijkheid van Tibet verspreiden. Wanneer men naar hen luistert, lijkt het erop dat geen mens weet wat daar allemaal ecologisch misloopt. De realiteit is anders. In december 2010 was er een studieseminarie, gemengd Chinees-Duits. Onderwerp: de woestijnvorming op het hoogplateau. Er is de opwarming en er is grotere droogte, dat is ondertussen wereldwijd gekend. Zelfs de NASA kijkt mee toe, in contact met de Chinese overheid. De gemeenschappelijke Duits-Chinese studie komt tot het besluit dat 90% van de voortschrijdende woestijnvorming een halt kan toegeroepen worden door de overbegrazing te verbieden. Te veel vee, dat heb ik al tot vervelens toe aangehaald. De dalai lama ziet in de beperking van de veestapel een beknotting van de traditionele levensstijl van de Tibetanen. Wie is echt bezorgd om de ecologie op het hoogplateau?

Eén vierde van het grondgebied van China is woestijn. Op gebied van beschikbare landbouwgrond per inwoner zijn zij al flink benadeeld: 7% voor 20% van de wereldbevolking. De graslanden van het hoogplateau willen zij absoluut groen houden, met eigen massale centen én met internationale samenwerking. “Eigen yack, eigen land” biedt hiervoor geen oplossing.

 

tibet 05 (249).JPG

21:37 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, yaks

05-01-08

Tibetaanse herders verplicht om in steden te gaan wonen?

 

Het Amerikaanse Human Rights Watch publiceerde in mei 2007 een rapport over de ontheemding van de Tibetaanse herders. "Tal van Tibetaanse veehouders worden verplicht om hun kudde te slachten en zich te vestigen in nieuwe woonkolonies in de nabijheid van steden en aldus hun traditionele manier van leven vaarwel te zeggen... met grotere armoede als gevolg."[1] HRW eist van China toegang voor een internationale onafhankelijke commissie van experts en het onmiddellijk stopzetten van de "volksverhuizing". De aanklacht werd overgenomen in het rapport van de commissie voor de mensenrechten van het Amerikaanse Congres, in oktober 2007[2].

En in de Commissie voor de Mensenrechten van het Europese Parlement gebeurt hetzelfde op 27 november, waar sprekers van HRW en International Campaign for Tibet (ICT)[3] de informatieverstrekkers zijn. 

HRW stelt: "die arme Tibetaanse herders hebben geen recht op HUN grond." Grond is niet privé in China. HRW vindt dit een schending van de mensenrechten, want voor hen is privé-grondbezit een heilig universeel recht. Herders, die verhuizen en een ander beroep beginnen, worden inderdaad niet vergoed op basis van een eventuele marktprijs van de grond, maar enkel voor de gebruikswaarde, voor het inkomen dat ze eruit haalden. Dat grond een andere prijs heeft in China dan in Arizona, waarmee bemoeit HRW zich? Mogelijks zit het feit dat westerse kapitalen geen grond kunnen kopen in China hun ook dwars?

Waarom moeten Tibetaanse herders verhuizen?

"Ze worden gedwongen in stedelijke agglomeraties te gaan leven om ze daar beter te kunnen controleren," zegt HRW. Wat is de realiteit?

Er is teveel vee en er zijn teveel mensen. In het oude Tibet stierven de mensen jong. De moeder van de huidige dalai lama wierp 16 kinderen, van wie er slechts 7 overleefden. De familie van de 14e dalai lama waren gewone boeren, niet van de armste en leefden bovendien in een vruchtbare landbouwzone. Er waren hardere overlevingsstreken dan de hunne. Nu is er overal betere gezondheidszorg, de voeding is gevarieerder en epidemie's zijn sinds de jaren vijftig gebannen. Vandaar dat de mensen gemiddeld langer leven, bijna dubbel zolang. En mede omdat er geen geboortebeperking bestaat voor de Tibetanen is de bevolking verdriedubbeld, met elk méér yaks en schapen dan vroeger. "Harmonieus en traditioneel" betekende vroeger: "jong creperen". Ondertussen is de veestapel ook verdrievoudigd. China telt 400 miljoen grazers tegenover 105 miljoen voor de USA, voor een gelijke graasoppervlakte[4]. Dat betekent dat in de USA het gras blijft en dat in China het gras verdwijnt. Waarom zijn er méér grazers in China? Omdat er meer volk is in China. Dat is één zaak: teveel volk, teveel vee.

Een tweede ding is de opwarming van het wereldklimaat. Het noordelijk deel van het Qinghai-Tibet plateau kende al weinig neerslag, ongeveer 100 mm per jaar, gelijk aan wat bij ons in een niet al te natte maand valt. De laatste vijftig jaar is dat met 20 mm gedaald[5]. De gemiddelde temperatuur op het hoogplateau is met 1°C gestegen. Voor 2020 wordt een bijkomende stijging van 1°C verwacht. Het hoogplateau droogt op, minder neerslag en warmer. De Gele Rivier, de ooit zo geduchte "Gesel van China", verloor in dertig jaar één vierde van zijn debiet. De hoogvlakte, waar enkel gras gedijde, wordt schraler met het jaar. Gletsjers verkorten en verdunnen. Het gaat over een oppervlakte van ongeveer anderhalve keer Frankrijk, enorm, en op 4 à 5.000m boven de zeespiegel. Gedurende de laatste tien jaar bezocht ik grote delen van dit gebied en kon de woestijnvorming met eigen ogen vaststellen. Talrijke gesprekken met boeren en herders gaven hun bezorgdheid weer over de achteruitgang van de graasoppervlaktes en de grotere moeilijkheid om drinkwater te vinden. Ik ontmoette zelfs herders die in groenere streken elkaar teveel op de voeten liepen en uitgeweken waren naar dorre gebieden, met alle moeilijkheden van dien. "Ontneem die mensen hun traditionele levenswijze niet," schrijft HRW "laat ze hun cultuur behouden, geef ze desnoods een nieuw huis, maar vlakbij hun grond en hun kudde." Dat er geen gras en geen water meer is, kan HRW blijkbaar geen spriet noch druppel schelen. Dat is een immorele kreet, zonder respect voor de mensenrechten.

De lokale Tibetaanse overheid en die van de provincies Qinghai en Gansu willen het probleem pro-actief aanpakken en niet wachten op de afkoeling van de aarde of op het uitdrogen van de yaks. En er is slechts één onmiddellijke maatregel mogelijk: de veestapel drastisch verminderen, mensen een ander beroep bieden. Een nieuwe economische activiteit ontwikkelen kan zomaar niet met 1 à 2 inwoners per km2 (het gemiddelde voor dat enorme gebied) in verspreide slagorde. Vandaar dat nieuwe dorpen, nieuwe agglomeraties verrijzen, waar ex-herders enigszins gegroepeerd worden en nieuwe technische vaardigheiden kunnen aanleren. Zij krijgen gratis een huis ter beschikking en gedurende tien jaar een leefsubsidie, ongeacht of ze onmiddellijk betaald werk vinden of niet. Ik heb met ex-herders gesproken in die nieuwe dorpen. Het waren niet de gelukkigste mensen ter wereld. Zij waren tevreden met de betere onderwijsmogelijkheden voor hun kinderen, maar vonden het leefloon nogal karig en het werkaanbod beneden alle peil. China is ook geen supersinterklaas, het blijft nog een land met beperkte mogelijkheden. Het hervestigingproject gebeurt op vrijwillige basis, sinds vijf jaar. Ongeveer 60.000 mensen[6] gingen in de meest getroffen provincie Qinghai al in op het aanbod. De overheid hoopt tegen 2010 er nog eens zoveel van het nut te overtuigen, door hen een goede kans te bieden op sociale vooruitgang.

Plannen en enorme overheidsbudgetten zijn nu klaar om... gras aan te planten, hard gras, boven de 4.000m, met de hand, op anderhalve keer Frankrijk. Een systeem van vrije markt kan zoiets niet aan.



[1] Zie website HRW.

[2] US Congressional executive commission on China, annual report 2007, website.

[3] ICT, Amerikaanse organisatie geleid door Richard Gere, Lodi Gyari als afgevaardigde van de 14e dalai lama en John Ackerly, een Amerikaans agent die in Roemenië zijn eerste sporen verdiende met het organiseren van de liquidatie van Ceaucescu.   

[4] Lester Brown, "Plan B: rescuing a planet under stress and a civilisation in trouble", chapter one, paragraph "ecological meltdown in China", W.W. Norton, NY, 2003.

[5] Rapport over ecologie in China, State Council Information Office, 4/6/07.

[6] Niet te vergeten: verspreid over een met woestijnvorming bedreigde oppervlakte van anderhalve keer Frankrijk!

21:21 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: woestijnvorming, herders, tibet, yaks, klimaat, qinghai, bevolking, wonen

07-02-07

wonen of kamperen?

Het bouwen van een huis met 200 m2 woonoppervlakte in een dorp op 10 km van Lhasa kost 16.000 euro. De minder gegoede familie, die er zijn intrek nam, betaalde slechts 3200 euro, de rest werd door de overheid bijgepast. Dat is een extreem gul voorbeeld. Gemiddeld was de bijdrage van de mensen zelf 75% en de subsidie slechts 25%. Het project loopt voor het geheel van de landbouwbevolking in Tibet, niet voor de stedelingen, en kreeg de naam “Comfortabel Wonen”. (De totale besteding bedroeg tot nu 247 miljoen euro, waarvan 59 miljoen van de overheid, 144 miljoen van de mensen zelf en 44 miljoen van de banken). In het totaal werden zowat 50.000 huizen nieuw gebouwd of gerenoveerd, goed voor 250.000 Tibetaanse dorpelingen (één op vijf). Voor 2007 trekt de overheid opnieuw een zelfde budget uit, voor nog eens 50.000 woningen op het platteland. Het bedrag van de koopsubsidie voor de mensen hangt af van hun inkomen, hoe lager hoe meer. Dit noemt de overheid het “nieuwe dorpssocialisme”. Dit kan wellicht beter overeenkomen met het lokale ontwikkelingsniveau dan het “overgesocialiseerde” systeem dat de overheid in Tibet in de jaren ‘70 nastreefde, toen ze de yaks wilden collectiviseren, terwijl de mensen nog in huizen van gedroogde moddermuren woonden. De nieuwe of gerenoveerde huizen hebben aansluiting op elektriciteit (soms uitsluitend via zonnepanelen, soms gecombineerd met het net), watervoorziening, telefoon (satelliet of lijn) en voor de deur ligt een geplaveide weg met riolering. Buiten het dorp houdt dit plaveisel én de riolering meestal op, want de wegen in Tibet zijn grotendeels nog aarden pistes. Maar voor de deur dus wordt het stoepvegen, terwijl het tien jaar geleden bij regenweer nog modderplenzen was en de ruimte tussen de woningen in zekere mate als open riool diende met rondscharrelende varkens erin.

varkens

IMG_1165

Nog een eigenaardigheid: in 2007 zullen ook 4.000 huizen voor nomaden gebouwd worden. De “Tibet support” groepen in het buitenland beschuldigen China ervan Tibetanen te verplichten sedentair te worden en zo de “authentieke cultuur te vernietigen”. Zij stellen zich de vraag niet of die nomaden het misschien zelf vragen. Het is geen lachertje om nomade te willen zijn en blijven – omwille van de “authenticiteit” - dààr waar het negen maanden op twaalf vriest. Maar meer nog, het buitenlands “Tibet support” netwerk laat ook uitschijnen dat er zeer veel nomaden zijn in Tibet, dat dit zowat de échte Tibetanen zijn. Terwijl het een minderheid betrof, die afnam gedurende de decennia van modernisering. Bovendien, het hebben van een huis verplicht hen niet om kuddes en tenten op te geven, wat ze ook niet doen, gezien de af te leggen graasafstanden in de korte zomer.

nieuwe huizen

hier waak ik... over de nieuwe verkaveling

 

17:23 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, wonen, tenten, sedentariseren, herders, yaks

Tijgers in de tuin

Tibetaanse tijgers zijn zeldzaam geworden. In het zuidoosten van Tibet, daar waar de Yarlung Rivier zijn wijde boog richting India maakt dwaalt nog een kleine gemeenschap rond, in de bossen van de berghellingen rond het stadje Metok (Medog of Motuo). In de jaren tachtig zijn er teveel tijgers en panters neergeschoten voor hun pels. Die pelzen, rond de lenden, waren in het oude Tibet het voorrecht of het symbool van lokale clanleiders in Oost-Tibet. Met de modernisering in Tibet verloren de pelzen hun elitekarakter en werden een populair statussymbool, waardoor de vraag pijlsnel steeg en de jacht ook, niet met pijl en kruisboog zoals soms in het oude Tibet, maar met precieze jachtgeweren. De streek is nu een natuurreservaat, jagen op luipaarden en tijgers is er verboden. Binnen het park zijn er verspreide dorpen, met een gemengde bevolking van Tibetanen, Memba en Lhoba, samen ongeveer 15.000 mensen. Zij fokken paarden, yaks en varkens. Daarnaast hebben ze dikwijls nog een archaïsche manier van landbouw, zij laten een stukje bos afbranden dat dan één jaar als akker dienst doet. En wat gebeurt er? Niet enkel is dit niet zo best voor een evenwichtig bosbeheer, maar het vee scharrelt vrij rond in het struikgewas van vroeger platgebrande stukjes bos en daar ligt de tijger op de loer. Jaarlijks moet één op de tien dieren van de veestapel het ondervinden. Maar er is een bijkomende reden waarom de tijgers de paarden en de yaks lastig vallen: er is te weinig ander klein wild. De mens zit hier opnieuw voor iets tussen. Jagen op tijgers en panters is verboden, maar op de rest niet. De plaatselijke bevolking blijft jagen. Dat deden ze van oudsher, maar nu zijn ze talrijker. Waardoor er minder overblijft voor de tijgers, die dan maar een steak wegroven in de achtertuin van de mensen.  

pelzen

meer feestkledij op straat

 

12:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tijgers, jagers, yaks, beschermde dieren

04-02-07

Blijf van mijn graasgrond af

Een ontmoeting met een dorpschef in de omgeving van Wamda (Dzogang), op de zuidelijke route van Lhasa naar Chengdu. Wamda is bekend voor zijn oude Tsawa Dzogang Sangakling klooster. In het dorp Yargrong, op 40 km van het stadje, leven 173 families, samen goed voor 1.050 personen, allen Tibetanen. De dorpschef Soinam Wozhub heeft een grote familie: zeven zonen en twee dochters. Eén van zijn zonen is monnik in het Dzogang klooster en de zes andere zijn met dezelfde vrouw getrouwd en wonen bij hem in. Samen hebben zij vijf kinderen. Zijn dochters zijn uitgehuwelijkt. Hij verdeelt de landbouwgrondgrond van het dorp op basis van het aantal monden dat elke familie te voeden heeft. Per hoofd wordt 1/15e hectare toegekend, wat gemiddeld een halve hectare per familie geeft. Hijzelf bezit 30 yaks en wat geiten en schapen. Jaarlijks verkoopt hij één of twee yaks. Dit brengt hem 100 tot 200 euro per dier op. De schapen dienen slechts voor eigen consumptie: wol en vlees. Een tweede geldelijk inkomen is het verzamelen van geneeskruiden, het afgelopen jaar voor 200 euro handelswaarde. Een van zijn zonen werkt af en toe in de stad als bouwvakker en brengt 170 euro binnen. Daarnaast krijgt de chef ook nog een vergoeding voor zijn bestuurstaak: 150 euro per jaar. Tel maar samen en je komt nog niet aan een bescheiden maandloon bij ons. Bij hen is dat per jaar voor de ganse familie en het Chinese platteland is grotendeels nog zo. Laat ze maar wat meer kousen in Europa verkopen. Verzachtende omstandigheid is dat per familie slechts 1 euro per jaar voor gezondheidszorg betaald wordt. Terug naar de dorpschef. Zijn grootste bestuurlijke zorg is twistende families uiteenhouden. Ruzie om wiens yak wiens gras opeet. Vooral met nabijgelegen dorpen. Op een betrapte vreemdgrazende yak staat een boete van 10 eurocent. Maar wie zegt welke yak op heterdaad betrapt is? Het komt soms tot geweld, niet tussen de yaks, maar onder de eigenaars. De chef is zowat deurwaarder, rechercheur, bemiddelaar, advocaat en rechter tegelijk. Te veel kopzorgen. Plezantere job is het vragen van microkrediet voor kleine projecten zoals het starten van een kledingzaakje op basis van geitenhaar of voor het bouwen van een irrigatiekanaal. De intrest voor zo’n dingen wordt van overheidswege laag op 2 à 3% gehouden.

graasgrond

Er zijn tweemaal zoveel yaks in Tibet als inwoners. Te veel.

 

20:14 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, yaks, gezondheidszorg, ontwikkelingsproject, landbouw